Het zoogdier leefde zo’n 225 miljoen jaar geleden en gehoopt wordt dat het meer inzicht kan geven in de evolutie van moderne zoogdieren.

Wetenschappers bogen zich over de fossiele resten van het dier die eerder al in het zuiden van Brazilië waren aangetroffen. “Een vergelijking met het gebit van recenter levende zoogdieren en de wijze waarop zij hun tanden wisselden suggereren dat dit een relatief kort levend dier met een placenta was,” zo vertelt onderzoeker Martha Richter, over de teruggevonden resten. “Gedateerd op 225.42 miljoen is dit het oudste ons bekende zoogdier in het fossiel archief.”

Spitsmuisachtig
Het zoogdier heeft de naam Brasilodon quadrangularis gekregen en moet bij leven een klein spitsmuisachtig dier zijn geweest. Waarschijnlijk leefde het – net als spitsmuizen – in holen in de grond.

De oudste
B. quadrangluaris leefde dus zo’n 225 miljoen jaar geleden, ongeveer gelijktijdig met de oudste dinosaurussen en zo’n 25 miljoen jaar na de Perm-Trias-massa-extinctie, waarbij zo’n 70 procent van de gewervelden die op het land leefden, uitstierven.

B. quadrangluaris is daarmee aanzienlijk ouder dan Morganucodon: het dier dat tot voor kort als het oudste, ons bekende zoogdier werd bestempeld. De oudste resten van Morganucodon – het gaat dan eveneens enkel om wat gebitsresten – zijn zo’n 205 miljoen jaar oud.

Tanden
Eén van de kenmerkende eigenschappen van zoogdieren zijn natuurlijk de melkklieren die melk voortbrengen en zoogdieren zo in staat stellen hun jongen te zogen. Die melkklieren fossiliseren echter slecht. Tot op heden zijn er dan ook geen gefossiliseerde melkklieren teruggevonden. Bij de identificatie van zoogdieren die zeer lang geleden leefden en waarvan alleen fossiele resten zijn achtergebleven laten onderzoekers zich dan ook noodgedwongen leiden door hardere weefsels die wel fossiliseren, zoals tanden. Ook die tanden kunnen namelijk verraden dat we met een zoogdier van doen hebben. Zo hebben zoogdieren gedurende hun leven de beschikking over twee sets tanden; allereerst de melktanden en later komt dan het ‘echte’ gebit. Daarmee onderscheiden ze zich duidelijk van bijvoorbeeld reptielen die hun hele leven tanden blijven wisselen.

Een analyse van het gebit van Brasilodon wijst uit dat deze slechts één keer wisselde en daarmee moet het een zoogdier zijn geweest, zo concluderen de wetenschappers in het blad Journal of Anatomy. “Het bewijs omtrent hoe het gebit tijdens de ontwikkeling van het dier werd opgebouwd is van cruciaal belang en laat overtuigend zien dat Brasilodons zoogdieren waren,” stelt onderzoeker Moya Meredith Smith. “Ons onderzoeksartikel tilt het debat over wat een zoogdier definieert naar een hoger niveau en laat zien dat ze al veel eerder dan we voorheen dachten in het fossiel archief terug te vinden zijn.”