Een fossiel uit China toont hoe een klein zeereptiel 245 miljoen jaar geleden zijn voedsel kon verteren.
Een internationaal team van wetenschappers uit China, Europa en de Verenigde Staten heeft een heel bijzonder fossiel gevonden. Het gaat om een fossiel van Austronaga minuta, een klein zeereptiel. Het dier leefde ongeveer 245 miljoen jaar geleden, tijdens het Trias. Hoewel zijn voorouders op het land leefden was Austronaga minuta goed aangepast aan een leven in zee.
Het gevonden fossiel is bijna helemaal compleet. Daardoor konden de onderzoekers niet alleen het skelet bekijken, maar ook delen van het spijsverteringsstelsel. Ze vonden resten van onder meer de maag, de lever en de darmen. Volgens de onderzoekers is dit het oudste bekende reptielenfossiel waarbij zo’n groot deel van het spijsverteringsstelsel bewaard is gebleven. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science Advances.
Aangepast aan een leven in zee
Austronaga minuta was ongeveer 60 centimeter lang. Het dier had een opvallend lange nek en een lange staart. Die staart gebruikte het waarschijnlijk om vooruit te komen. De lange, platte voorpoten hielpen bij het sturen en het bewaren van het evenwicht. De achterpoten waren juist erg klein en speelden vermoedelijk maar een beperkte rol tijdens het zwemmen.
Die manier van zwemmen kennen wetenschappers ook van andere uitgestorven zeereptielen. Echter was Austronaga geen naaste familie van deze groepen, zoals de ichthyosauriërs of mosasauriërs. Het dier stond dichter bij de archosauriërs. Tot die grote groep behoren ook krokodillen en vogels.
Leestip: Zo maak je indruk in het dinotijdperk: deze gevederde draak had een absurd lange staart
Dat maakt de vondst extra interessant. Lange tijd dachten onderzoekers dat vroege familieleden van archosauriërs maar beperkt waren aangepast aan een leven in zee. Austronaga minuta laat zien dat sommige van deze dieren al vroeg een heel gespecialiseerd lichaam hadden.
“Archosauriërs en hun voorouders vormden tijdens het tijdperk van de dinosauriërs de meest diverse groep reptielen op het land”, zegt paleontoloog Stephan Spiekman. Hij werkt bij het Staatliches Museum für Naturkunde Stuttgart en de University of Hohenheim. “We dachten altijd dat hun evolutionaire aanpassingen aan een leven in zee beperkt waren gebleven. Maar Austronaga laat zien dat vroege leden van deze groep al ingewikkelde aanpassingen voor zo’n leven hadden.”
Spijsverteringsstelsel
De onderzoekers deden nog een andere bijzondere ontdekking: tussen de ribben van het fossiel bleek een donker gebied te zitten. Na verder onderzoek bleek dat dit de resten waren van een groot deel van het spijsverteringsstelsel. Om de organen goed te kunnen herkennen gebruikten de wetenschappers verschillende moderne technieken. Ze maakten onder meer foto’s met ultraviolet licht. Ook gebruikten ze massaspectrometrie. Met die methode kunnen onderzoekers stoffen in een fossiel herkennen aan hun chemische samenstelling.
Zo konden ze bepalen waar verschillende organen hadden gezeten. Aan de voorkant van het lichaam lag een grote, zakvormige maag. Daarachter bevond zich de lever. In die lever vonden de onderzoekers zelfs nog sporen van hemoglobine. Dat is een stof die in het bloed van gewervelde dieren zuurstof vervoert. Achter de lever liep een lange en eenvoudige darmbuis. Dat deze organen na 245 miljoen jaar nog herkenbaar zijn, maakt dit fossiel tot een uitzonderlijke vondst.
“Vergeleken met de sterk aangepaste lichaamsvorm van Austronaga lijken de organen van binnen minder veranderd”, zegt hoofdonderzoeker Wei Wang van het Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology in Beijing. “Het spijsverteringsstelsel was vrij eenvoudig opgebouwd. Dit fossiel is het oudste bekende voorbeeld van een grotendeels compleet spijsverteringsstelsel bij een reptiel.”
Bijzondere maag
De vondst geeft wetenschappers meer informatie over de evolutie van de spijsvertering bij archosauriërs. Moderne vogels en krokodillen hebben een maag die uit twee delen bestaat, maar Austronaga had maar één maagkamer. “Dit laat zien dat de maag van vroege archosauriërs eerst eenvoudig was”, legt onderzoeker Nick Fraser van National Museums Scotland uit. “De meer ingewikkelde maag ontstond pas later in de evolutie.”
Daarnaast waren de darmen van het dier vrij kort en simpel. Ze lijken daarmee op de darmen van moderne reptielen die vooral vis eten. De onderzoekers kunnen echter nog niet met zekerheid stellen wat dit dier precies at. De bouw van het spijsverteringsstelsel past volgens hen in ieder geval wel bij een visetend zeereptiel.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Waarom de dinosauriërs mogelijk binnen twee uur al waren omgekomen en Een asteroïde maakte een einde aan de dinosaurussen, maar klopt het wel dat andere soorten juist floreerden? . Of lees dit artikel: Na de klap: hoe zoogdieren hun kans pakten na de massa-extinctie van de dinosauriërs .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


