Een bijzonder onaangename verrassing.

Een internationaal team van onderzoekers – waaronder ook wetenschappers van de Universiteit Utrecht – reisden enige tijd geleden af naar de hoge Alpen om daar de jacht te openen op organische deeltjes. Ze gebruikten daarvoor een bijzondere detectiemethode, waarbij ze sneeuw- en ijsmonsters eerst laten verdampen en wat overblijft daarna laten verbranden. Door de dampen die daarbij ontstaan te analyseren, kunnen ze vervolgens vaststellen wat er precies in de sneeuw en het ijs zit. Het resulteerde in een onaangename verrassing, zo vertelt onderzoeker Dušan Materić. “Onze detectiemethode (…) bleek onverwachts de geur van verbrand plastic te ruiken in onze sneeuwmonsters.” Het ging dan voornamelijk om de geur van polypropyleen en polyethyleentereftalaat.

Nanoplastics
De geur bleek afkomstig van piepkleine deeltjes plastic die nog geen 200 nanometer groot waren. Het betekent heel concreet dat ze zich pas met de dikte van een menselijke haar kunnen meten als je honderd van deze deeltjes naast elkaar legt. De piepkleine plastic deeltjes kunnen gerekend worden tot de nanoplastics en zijn aanzienlijk kleiner dan de plastic deeltjes die tijdens eerdere studies in afgelegen gebieden zijn aangetroffen.

Afkomst
De wetenschappers tonen in hun studie niet alleen aan dat in de hoge Alpen nanoplastics te vinden zijn, maar onthullen bovendien dat het om behoorlijke hoeveelheden gaat. Het is opmerkelijk, zeker als je bedenkt dat de monsters verzameld zijn in een afgelegen gebied. “Het is hoogst onwaarschijnlijk dat deze nanoplastics afkomstig zijn uit dit ongerepte Alpengebied,” stelt Materić. “Maar waar komen ze dan vandaan?” Die vraag liet Materić en collega’s niet los en dus besloten ze op zoek te gaan naar een antwoord. “We hebben ons onderzoeksproject compleet omgegooid om dit verder te bestuderen.”

Daarbij ontstond al snel het vermoeden dat de plastics door de wind naar de hoge Alpen waren verplaatst. De wetenschappers vonden namelijk een opvallende correlatie tussen hoge concentraties nanoplastic en wind uit de richting van dichtbevolkte gebieden in Europa. “Op basis van geavanceerde modellen concluderen we dat nanoplastics door de lucht zijn vervoerd vanuit stedelijke gebieden,” aldus Materić.

Amsterdam
Zo lijken grote steden in Duitsland, Frankrijk, Engeland, maar ook Nederland belangrijke bronnen van de in de Alpen aangetroffen nanoplastics te zijn. Je kunt dan denken aan Londen, Parijs, Frankfurt, Stuttgart, München, maar ook Amsterdam.

Van ver
Maar daar blijft het niet bij, zo schrijven de wetenschappers in het blad Environmental Pollution. De data suggereren namelijk ook dat een deel van het nanoplastic een nog veel langere reis door de lucht heeft afgelegd. Zo maten de onderzoekers op een dag dat er behoorlijk wat nanoplastics werden afgezet die onmogelijk uit Europa afkomstig konden zijn. In die periode had de lucht die de nanoplastics naar de Alpen bracht namelijk geen contact met het Europese oppervlak. “Het laatste contact met het oppervlak vond 96 uur eerder plaats, boven de Atlantische Oceaan, op meer dan 3000 kilometer afstand.” Het wijst erop dat nanoplastics enorme afstanden kunnen afleggen.

Potentieel zorgwekkend
De onderzoekers bestudeerden de concentratie nanoplastics in de hoge Alpen gedurende 1,5 maand. In die periode werden in dit afgelegen gebied per week meer dan 200 miljard stukjes nanoplastic afgezet. Het is reden tot zorg, zo stellen de onderzoekers. Niet in de laatste plaats omdat deze nanoplastics door de wind vanuit de gebieden waar wij werken en leven naar de Alpen zijn gebracht. En dat suggereert weer dat die nanoplastics ook in onze directe omgeving in de lucht zitten. “Het is potentieel zorgwekkend, want dat zou kunnen betekenen dat de lucht die we inademen ook nanoplastic bevat.” En die nanoplastics kunnen – omdat ze zo klein zijn – diep in de longen doordringen en zelfs in de bloedbaan belanden, zo schrijven de onderzoekers in hun onderzoeksartikel.

Of dat ook daadwerkelijk gebeurt en welke gevolgen dat voor de gezondheid kan hebben, moet uit nader onderzoek blijken. Daarnaast moet ook nader onderzocht worden in welke mate nanoplastics ook in bewoonde gebieden in de lucht zitten. Materić heeft van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) inmiddels een subsidie ontvangen om die onderzoeksvraag verder te verkennen. Hij gaat met dat geld bijvoorbeeld onderzoek doen naar de grootteverdeling van nanoplastics in de binnenlucht, stadslucht en plattelandslucht.

Wist je dat…
…microplastics ook al op Antarctica zijn aangetroffen?