Wetenschappers pluizen middeleeuwse prullenbakken uit en ontdekken dat bekeerde Hongaren gewoon paardenvlees bleven eten

Hoewel historische teksten suggereren dat het middeleeuwse christendom de consumptie van paardenvlees veroordeelde, toont archeologisch onderzoek nu aan dat de Hongaren zich daar weinig van aantrokken.

Tot die conclusie komen wetenschappers in het blad Antiquity. Ze baseren zich op een analyse van afvalputten, aangetroffen in 198 verschillende middeleeuwse nederzettingen in Hongarije. Daarbij zochten de onderzoekers in deze ‘middeleeuwse prullenbakken’ specifiek naar resten van paarden. En die vonden ze massaal; in ongeveer een kwart van de afvalputten behoorde zelfs meer dan 10 procent van de identificeerbare botten aan paarden toe. Het wijst erop dat de dieren ook nadat de Hongaren zich in de elfde eeuw tot het christendom bekeerden, in Hongarije op het menu bleven staan.

Opvallend
Het is best opvallend. Vaak wordt namelijk aangenomen dat de bekering tot het christendom in het middeleeuwse Europa gepaard ging met een sterke afname van de consumptie van paardenvlees. Want hoewel de kerk het nuttigen van paardenvlees officieel niet verbood, waren veel middeleeuwse christelijke bronnen er vrij uitgesproken over. Zo schreef paus Gregorius III dat paardenvlees ‘onrein en verfoeilijk’ was en werd het nuttigen ervan in sommige bronnen ook wel in verband gebracht met voorchristelijke, ‘barbaarse’ rituelen.

Hongarije
Maar dat weerhield lang niet alle christenen ervan om paardenvlees te eten, zo blijkt uit dit nieuwe onderzoek. Afgaand op wat de onderzoekers in de middeleeuwse prullenbakken hebben aangetroffen, nuttigden de Hongaren zelfs eeuwen nadat Hongarije zich officieel tot het christendom bekeerde nog paardenvlees.

Mongoolse invasie
Dat wil overigens niet zeggen dat de consumptie in de eeuwen na de kerstening van Hongarije stabiel bleef; het aantal paardenresten in de middeleeuwse afvalputten nam in de dertiende eeuw vrij abrupt af, zo ontdekten de onderzoekers. Dat lijkt echter niets met religie te maken te hebben, maar valt samen met de Mongoolse invasie (1241-1242). De afname is waarschijnlijk te verklaren doordat paarden een waardevolle oorlogsbuit waren voor de Mongolen. Dat leidde tot een tekort aan paarden in Hongarije, waardoor mensen wel twee keer nadachten voor ze een paard voor consumptie slachtten. Daarnaast wijzen de onderzoekers erop dat tijdens de invasie naar schatting 40 tot 50 procent van de Hongaarse bevolking werd uitgeroeid, waarna het land in de periode erna weer bevolkt werd door etnische groepen die een voorkeur hadden voor varkens- en rundvlees. Het leidde ertoe dat de consumptie van paardenvlees in Hongarije geleidelijk aan verder afnam en tegen de zestiende eeuw zelfs helemaal verdwenen was.

Het onderzoek laat volgens de wetenschappers maar weer eens zien dat archeologische vondsten prima gebruikt kunnen worden om te kijken of het beeld dat we ons van de geschiedenis hebben gevormd, wel klopt. En het onthult dat die geschiedenis vaak veel complexer is dan historische bronnen suggereren. Zo liggen aan veranderingen in de paardenvleesconsumptie in Hongarije – in tegenstelling tot wat historische bronnen soms lijken te suggereren – geen religieuze factoren, maar “complexe interacties tussen verschillende bevolkingsgroepen en hun fysieke en politieke omgevingen” ten grondslag, zo concluderen de onderzoekers.

Bronmateriaal

"Hippophagy in medieval Hungary: a quantitative analysis" - Antiquity
Afbeelding bovenaan dit artikel: Gene Devine on Unsplash

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd