In de koude wateren troffen onderzoekers kabeljauw en inktvissen aan, die blijkbaar veel noordelijker kunnen gedijen dan eerder gedacht.

De Polarstern is een Duits onderzoeksschip en ijsbreker, die in de koudste regio’s ter wereld belangrijk onderzoek uitvoert. De ijsbreker liet zich onder andere in de Noordelijke IJszee vastvriezen, wat de wetenschappers aan boord in staat stelden hun directe omgeving aan een grondige inspectie te onderwerpen. Het leidt tot een verrassende ontdekking. Want in diep water in het hart van de Noordelijke IJszee troffen ze geheel onverwacht vissen en inktvissen aan.

Vissen
Allereerst ontdekten de wetenschappers aan boord van de Polarstern dat op zo’n 200 tot 600 meter diepte in de zogenaamde Amundsen-bekken, enkele kleine visjes zwemmen. Maar nog verraster waren ze toen ze plotseling vier grotere vissen op 350 tot 400 meter diepte vingen. Drie van de vier vissen bleken bovendien kabeljauw; een roofzuchtige soort die, zover men dacht, niet zo ver noordelijk voorkwam. Daarnaast is kabeljauw een typische kustvis. En dus hadden de onderzoekers niet verwacht deze vis in een vier kilometer diep oceaanbekken, meer dan 500 kilometer uit de kust, aan te treffen.

Kabeljauw
Na laboratoriumanalyses blijkt dat de ontdekte kabeljauw al zes jaar lang in de barre Arctische wateren leeft. En dat terwijl gedacht werd dat kabeljauw het meest comfortabel is bij een watertemperatuur tussen de 0 en 20 graden Celsius. Het onderzoek laat echter zien dat de vis dus ook bij koudere temperaturen kan gedijen en blijkbaar in de Noordelijke IJszee een prettig thuis heeft gevonden. “Een klein aantal exemplaren lijkt genoeg voedsel te kunnen vinden om gedurende lange tijd gezond te blijven,” aldus onderzoeker Pauline Snoeijs Leijonmalm.

Inktvis
Naast kabeljauw, troffen de onderzoekers met behulp van een diepzeecamera die onder het zee-ijs werd ingezet, nog een andere opmerkelijk diersoort aan. Zo blijken er in het diepe water in het hart van de Noordelijke IJszee ook inktvissen uit de familie Gonatidae rond te zwemmen. Het betekent tevens dat deze soort veel noordelijker voorkomt dan gedacht.

Inktvis gespot met behulp van een onder water camera in het hart van de Noordelijke IJszee. Afbeelding: EFICA Consortium

Volgens de onderzoekers vallen er dankzij deze verrassende ontdekkingen enkele puzzelstukjes op hun plaats. “De aanwezigheid van kleine en zelfs grotere vissen zou kunnen verklaren waarom er op de Noordpool zeehonden, walrussen en ijsberen te vinden zijn,” zegt bioloog Hauke ​​Flores. “Hoewel zowel de vissen als zoogdieren er in kleine aantallen voorkomen, zijn ze er wel.” De immigratie van grotere Atlantische vissen draagt dus bij aan het pelagische voedselweb van het centrale Arctische ecosysteem, waarbij deze vissen mogelijk een belangrijke voedselbron vertegenwoordigen voor ver noordelijk levende zoogdieren.

Bescherming
Snoeijs Leijonmalm benadrukt dat het van groot belang is dat dit fragiele, maar volledig functionele ecosysteem robuuste internationale bescherming krijgt. De opwarming van de aarde treft het Noordpoolgebied namelijk harder dan de rest van de wereld. En dat betekent dat over slechts enkele decennia niet alleen ijsbrekers, maar ook gewone schepen de Noordelijke IJszee kunnen bevaren. Op basis van de nieuwe bevindingen concluderen de onderzoekers echter dat zowel vandaag de dag, als in de toekomst er te weinig vis in de wateren zwemt om deze te kunnen bevissen. “Dit was te verwachten,” zegt Snoeijs Leijonmalm. “Over de Noordelijke IJszee is bekend dat het weinig voedingsstoffen bevat en tevens een zeer lage biologische productiviteit heeft. Zelfs als er meer Atlantische vissen de wateren in zwemmen, is het vermogen van het ecosysteem in de Noordelijke IJszee om grotere visbestanden te ondersteunen zonder twijfel vrij beperkt.”

Uit voorzorg hebben Canada, China, Groenland, IJsland, Japan, Noorwegen, Rusland, Zuid-Korea, de VS en de Europese Unie al onderhandeld over de overeenkomst die moet voorkomen dat er ongereguleerde visserij op volle zee in de centrale Noordelijke IJszee zal plaatsvinden. “Deze overeenkomst verhindert commerciële visserij gedurende ten minste 16 jaar en stelt ‘wetenschap op de eerste plaats’,” aldus Snoeijs Leijonmalm. “Een wijs politiek besluit en een goede start naar volledige bescherming.”