In 2050 krijgen jaarlijks zo’n 35 miljoen mensen wereldwijd te horen dat ze kanker hebben. Bijna 19 miljoen mensen zullen er per jaar aan overlijden. Dat blijkt uit onderzoek in het vakblad The Lancet Oncology. En misschien wel de meest verontrustende boodschap uit de studie: de wereld heeft veel te weinig medisch personeel om alle patiënten op te vangen.
De auteurs van de studie hebben met een rekenmodel een inschatting gemaakt van hoe groot het personeelstekort in 2050 zal zijn. Er zullen volgens hun model maar liefst 100 miljoen zorgmedewerkers te weinig zijn. 65 miljoen daarvan zijn verpleegkundigen. Daarnaast komt de wereld zo’n 16 miljoen radiologen en pathologen tekort.
Vooral Afrika en Azië krijgen het zwaar te verduren. In rijke landen is de dichtheid van eerstelijnszorg (huisartsen en basisverpleegkundigen) ongeveer zeven keer zo hoog als in arme landen. Voor diagnostische specialisten loopt dat verschil zelfs op tot een factor vijftien. Als je in een welvarend land iets verdachts voelt, kun je vaak binnen een paar dagen bij iemand terecht die er verstand van heeft. In grote delen van de wereld is dat ondenkbaar en moet je je plan maar trekken.
Onder meer doordat er een personeelstekort is, zal in Afrika slechts 34 procent van de kankerpatiënten vijf jaar na de diagnose nog leven. Azië gaat het niet veel beter doen met 39 procent. In Europa en Noord-Amerika bedragen deze cijfers respectievelijk 62 en 64 procent, bijna het dubbele.
Het draait dus niet zozeer om de aard van de kanker zelf, maar om in welk land je toevallig bent geboren. Patiënten met dezelfde tumor in hetzelfde stadium krijgen totaal andere kansen.
Een kettingreactie van problemen
Het probleem is veelzijdig. Veel artsen en verpleegkundigen uit landen met minder kansen vertrekken naar het buitenland. Slechte salarissen, een gebrek aan veiligheid en uitzichtloze werkomstandigheden zijn enkele van de redenen. Rijke landen werken actief aan het probleem mee door gericht buitenlands personeel te werven. Het gevolg is een soort omgekeerde geldstroom. Arme landen betalen voor de opleiding, maar rijke landen plukken de vruchten.
Ondertussen worden de oncologen die wel blijven bedolven onder het werk. In elf Latijns-Amerikaanse en 25 Afrikaanse landen heeft één oncoloog meer dan duizend nieuwe kankerpatiënten per jaar onder zijn of haar hoede.
Kan AI iets veranderen?
Op papier klinkt AI als een veelbelovende oplossing, bijvoorbeeld om voor bepaalde soorten kankers te screen. Maar de onderzoekers waarschuwen ook nadrukkelijk dat technologie geen wondermiddel is. Ze halen het bekende voorbeeld aan van IBM Watson for Oncology, een veelbelovend systeem dat nauwelijks van de grond kwam omdat er twijfels waren over de kwaliteit van de adviezen.
Bovendien zijn de meeste AI-modellen getraind op data uit rijke landen. Meer dan 70 procent van de medische AI komt daarvandaan en dat betekent dat zo’n model in een Keniaans of Boliviaans ziekenhuis misschien een stuk minder betrouwbaar is. Een tumor ziet er op een scan misschien wel hetzelfde uit, maar patiëntpopulaties, apparatuur en de werkomstandigheden verschillen enorm.
Daar komt nog bij dat technologie alleen werkt als er internet is en mensen weten hoe ze ermee om moeten gaan. In conflictgebieden en afgelegen regio’s is dat verre van vanzelfsprekend.
Waar kun je het beste in investeren?
Het rapport rekent door welke investeringen het meeste opleveren. Wereldwijd levert investeren in pathologen (artsen die weefsels onderzoeken) per geïnvesteerde dollar het hoogste rendement op. In Europa zijn oncologieverpleegkundigen het meest kostenefficiënt, in Afrika zijn het klinische oncologen.
Het echte verschil maak je pas als je alle lagen tegelijk versterkt. Volgens de berekeningen van de onderzoekers zou een volledige opschaling van het kankerpersoneel tussen 2030 en 2050 wereldwijd zo’n 170 miljoen sterfgevallen kunnen voorkomen. De economische winst daarvan zou kunnen oplopen tot 120 biljoen dollar netto. Dat is grofweg de omvang van de hele wereldeconomie in een jaar. Per geïnvesteerde dollar verdien je er gemiddeld vier terug.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


