Een nieuwe studie rekent af met dit hardnekkige en wijdverbreide denkbeeld. “We leven misschien toch niet in zo’n erge post-truth-crisis als sommigen ons willen doen geloven.”

In tijden van crisis vieren complottheorieën vaak hoogtij. Dat zagen we bijvoorbeeld ook tijdens de coronapandemie gebeuren; wilde verhalen over de oorsprong van het virus, de coronavaccins en een wereldomvattend complot van de elite om de burgers op de knieën te krijgen verspreiden zich – afzonderlijk van elkaar of soms samengekneed tot één groot complot – supersnel. Sommigen beweren zelfs dat complottheorieën tegenwoordig veelvuldiger weerklank vinden. Maar is dat eigenlijk ook zo?

Complottheorie
Het geloof in een complottheorie houdt in dat men van mening is dat een kleine groepje heimelijk een bepaalde gebeurtenis of omstandigheid heeft veroorzaakt, ondanks gebrek aan passend bewijs. Het gaat dus vaak om een onbewezen verklaring voor een bepaalde, meestal belangrijke gebeurtenis of ontwikkeling. “Alles en iedereen kan het onderwerp worden van een complottheorie,” stelt onderzoeker Adam Enders in gesprek met Scientias.nl. “Maar als samenleving hebben we vaak de neiging om de meeste aandacht te besteden aan complottheorieën over machtige mensen en groepen (zoals politieke partijen en maatschappelijke leiders) en opvallende gebeurtenissen (de COVID-pandemie en verkiezingen).”

Neemt het geloof in complottheorieën toe?
Complottheorieën zijn een fenomeen van alle tijden. Al sinds 1947 speculeren Amerikanen bijvoorbeeld over buitenaardse wezens in het beruchte Area 51 en stellen ze ook vaak nog vraagtekens bij de moorden op John F. Kennedy en Martin Luther King. Kortom, al sinds mensenheugenis hebben bepaalde groepen mensen al een wantrouwen tegen de gevestigde orde. Maar in de afgelopen jaren is het idee gewekt dat het geloof in complottheorieën is toegenomen, alsof de wereld ineens vol complotdenkers zit. Het is een wijdverbreid denkbeeld geworden, zowel onder het grote publiek, als onder wetenschappers, journalisten en beleidsmakers. “Deze veronderstelling lijkt langzaam in het massabewustzijn te zijn geslopen,” vertelt Enders. “Hoe meer complottheorieën en verkeerde informatie worden besproken door politici in de massamedia en op sociale media, hoe meer mensen het gevoel hebben dat deze problemen erger zijn geworden.”

Post-truth-tijdperk
Volgens sommigen zou het met name te wijten zijn aan sociale media. De opkomst van het internet zou namelijk een soort ‘post-truth-tijdperk’ hebben ingeluid, waarbij vooral sociale media de verspreiding van verkeerde informatie mogelijk hebben gemaakt. Er zijn echter maar weinig studies geweest die hebben onderzocht of dergelijke percepties eigenlijk wel waar zijn en of het geloof in complottheorieën echt is toegenomen. En dus nam Enders samen met zijn collega’s de belangrijke taak op zich om dit eens te factchecken. “Als het geloof in complottheorieën namelijk inderdaad toeneemt, moeten onderzoekers en beleidsmakers sneller handelen om te begrijpen waarom dit zo is,” legt Enders de essentie van de studie uit. “Vervolgens moeten er effectievere strategieën bedacht worden om de blootstelling aan complottheorieën te beperken en mensen van dergelijke misvattingen te ontdoen. Als daarentegen blijkt dat het geloof in complottheorieën niet toeneemt, dan zijn sommige zorgen over de samenleving en het zogenoemde ‘post-truthisme’ misschien overdreven. We kunnen in dat geval proberen minder invloed uit te oefenen op de informatieomgeving.”

Enquêtes
Om te verduidelijken of overtuigingen in complottheorieën toenemen, voerden de onderzoekers vier verschillende enquête-analyses uit. Ten eerste onderzochten ze of het geloof in bepaalde samenzweringstheorieën – waaronder theorieën met betrekking tot COVID-19 en de moord op Kennedy – onder Amerikanen is toegenomen. Tijdens een tweede analyse bestudeerden ze in zes Europese landen in hoeverre men dacht dat de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde een hoax is. De derde analyse had betrekking op de overtuigingen van Amerikanen waarin specifieke groepen samenzweren, en in de vierde analyse maten de onderzoekers algemene denkrichtingen in de Verenigde Staten die verband houden met het geloof in complottheorieën. “We keken dus zowel naar veranderingen in overtuigingen in specifieke complottheorieën in de loop van de tijd, veranderingen in percepties van wie het meest waarschijnlijk samenzweert tegen de samenleving en veranderingen in de algemene aanleg voor complotdenken,” vat Enders samen.

Geen toename
Het onderzoek leidt tot een verrassende conclusie. Zo vonden de onderzoekers geen bewijs dat het geloof in complottheorieën inderdaad in de loop van de tijd zou zijn toegenomen. De studie is dan ook in tegenspraak met het heersende denkbeeld en populaire overtuigingen. “Hoewel we zien dat het geloof in bepaalde complottheorieën in de loop van de tijd is toegenomen, zijn er meer afgenomen of stabiel gebleven,” licht Enders toe. Dit betekent dat sommige samenzweringstheorieën aan populariteit winnen, maar veel dus niet. “Daarnaast is de algemene aanleg voor complotdenken – daarmee bedoelen we de neiging om gebeurtenissen en omstandigheden te interpreteren als het product van samenzweringen – in de loop van de tijd volledig hetzelfde gebleven,” aldus Enders.

We leven misschien toch niet in zo’n erge post-truth-crisis als sommigen ons willen doen geloven”

Goed nieuws
In zekere zin is dit goed nieuws. “Het betekent dat we misschien toch niet in zo’n erge post-truth-crisis leven als sommigen ons willen doen geloven,” vindt Enders. “Dat gezegd hebbende, hoewel het geloof in complottheorieën niet lijkt toe te nemen, zijn er nog steeds enkele die veel steun krijgen. Dit zou dan ook moeten worden aangepakt.”

Sociale media
De bevindingen uit de studie onderstrepen echter dat het wat te voorbarig is om sociale media overal de schuld van te geven. Hoewel er zeker door sociale media nepnieuws wordt verspreidt, lijkt het er niet op dat het ook daadwerkelijk heeft geleid tot meer complotdenkers dan in het voorgaande decennium. “We moeten dus verder kijken dan sociale media en het internet,” concludeert Enders. “Dat het geloof in complottheorieën in de loop van de tijd redelijk stabiel is gebleven, suggereert dat nieuwe communicatietechnologieën niet fundamenteel de schuldigen zijn.”

In plaats daarvan zouden we ons meer moeten concentreren op de ervaringen die mensen hebben waardoor ze complotdenkers worden, zo betoogt Enders. “Helaas zijn huidige inspanningen vaak gericht op het ontwikkelen van strategieën om de ‘verspreiding’ van samenzweringstheorieën online in te perken, alsof louter incidentele blootstelling online de drijvende kracht achter het probleem is. Dit is een belangrijke overweging, maar andere wegen naar samenzwering zouden minstens evenveel aandacht moeten krijgen.”