Weer een hele berg nieuwe zaden in de Doomsday Vault op Spitsbergen, waaronder uit drie nieuwe landen

De Wereldzadenbank op Spitsbergen heeft er weer een paar zaden bij gekregen. Het brengt het totaal op een duizelingwekkende 1,29 miljoen soorten zaden voor gewassen. De Doomsday Vault, zoals ‘s werelds grootste opslagplaats voor zaden ook wel wordt genoemd, telt nu bijna 21.000 zaden extra.

De Wereldzadenbank ligt op 120 meter diepte op Spitsbergen in een berg van zandsteen, 1300 kilometer voorbij de poolcirkel. De zaden zijn op een speciale manier verpakt en verzegeld, zodat er geen vocht bij kan. Doel is om te zorgen dat we ook in de verre toekomst voedsel kunnen verbouwen. Landen gebruiken de zaden ook om nieuwe soorten te ontwikkelen, die bijvoorbeeld beter bestand zijn tegen de opwarming van de aarde. En ze bewaren hun zaden daar voor het geval er door oorlog of natuurrampen gewassen verdwijnen.

De Ark van Noach
De zadenbank, die eigendom is van Noorwegen en sinds 2008 bestaat, wordt ook wel Doomsday Vault of Ark van Noach genoemd, omdat de zaden, mocht er een wereldramp komen, de mensheid kunnen redden. De locatie heeft een groot aantal voordelen: er is geen tektonische activiteit, het is ver weg van conflictgebieden en er is permafrost dus als de koeling uitvalt duurt het weken voor de temperatuur is gestegen van -18 graden, zo koud is het nu in de zadenbank, tot -4 graden, de omgevingstemperatuur. Bovendien ligt de vault op 130 meter boven zeeniveau, zodat de zaden ook bestand zijn tegen een flinke zeespiegelstijging.

2,5 miljard zaden
Hoewel er nu al zeker 700 miljoen zaden bewaard worden, is de verzamelplaats nog lang niet vol. Er passen maximaal 2,5 miljard zaden in de bunker. De kluis gaat maar een of twee keer per jaar open, de rest van de tijd is hij verlaten. Dit was al de tweede opening dit jaar dus daar blijft het vermoedelijk bij. India is de grootste donateur met ruim 200 miljoen zaden. Naar schatting ligt er in de bunker van 80 tot 95 procent van alle soorten tarwe, rijst en mais wel een zaadje.

Elk jaar komen er nieuwe zaden bij uit genenbanken over de hele wereld. Zo zijn er ook 18.000 monsters, met ieder 500 zaden van het CGN in Wageningen opgeslagen op Spitsbergen. En nu zijn er dus 20.720 nieuwe zaden bijgekomen van vijftien genenbanken, waarvan er vier nog nooit zaden hebben geleverd, onder meer uit Armenië, Benin en Indonesië. Zo heeft de genenbank van Borneo 294 zaadmonsters aangeleverd van rijst, peulvruchten, aubergine en mais.

Geduld
En het Nigeriaanse Nationale Centrum voor Genetische Hulpbronnen en Biotechnologie (NACGRAB) breidt zijn collectie uit met zaden van acht soorten, waaronder sorghum, parelgierst en peulvruchten. “Het geeft zoveel energie om te zien hoe onze steun aan de genenbanken, groot en klein, hun inspanningen vergroot om de diversiteit van gewassen te behouden die we allemaal nodig hebben om onze akkerbouw aan te passen aan de onbekende bedreigingen en uitdagingen van de toekomst”, reageert directeur van Crop Trust, Stefan Schmitz. Crop Trust is een initiatief waarmee vijf Afrikaanse landen, waaronder Nigeria, gezamenlijk hun zaden verzamelen. “Duplicatie van zaden is een must en het kost veel tijd.”

Twee grondleggers van de Wereldzadenbank, Geoffrey Hawtin en Cary Fowler, hebben dit jaar zelfs de Wereldvoedselprijs gewonnen voor hun werk op Spitsbergen. “De zaden in de zadenbank vormen de geschiedenis van de landbouw”, reageert Fowler. “Dus wat ze echt laten zien is de ervaring die onze gewassen hebben opgedaan in de 12.000 tot 15.000 jaar van hun bestaan.”

Bronmateriaal

"" -
Afbeelding bovenaan dit artikel:

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd