De James Webb-ruimtetelescoop heeft een spectaculaire nieuwe foto gemaakt van de Leeuwennevel, ook wel de Eskimonevel genoemd. De infraroodbeelden tonen de complexe structuur van de stervende ster en verraden hoe kosmisch stof worstelt om te overleven.
Het is één van de bekendste objecten aan de hemel: de Leeuwennevel (NGC 2392). Al decennia lang fascineert deze nevel astronomen met zijn bijzondere verschijning, die aan een schreeuwende leeuwenkop doet denken. Onlangs heeft de James Webb-ruimtetelescoop een nieuwe, adembenemende foto van dit object gemaakt, die ons begrip van de laatste levensfase van een ster aanzienlijk vergroot. De opnames, gemaakt met de NIRCam- en MIRI-instrumenten van Webb, onthullen een verhaal van kosmische vernietiging en overleving.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Wat is de Leeuwennevel?
De nevel, die op zo’n 5.000 lichtjaar afstand in ons Melkwegstelsel staat, is wat astronomen een planetaire nevel noemen. Een misleidende naam, want de nevel heeft niets met planeten te maken, maar is het gevolg van het sterven van een ster die op onze zon lijkt. Wanneer zo’n ster zijn nucleaire brandstof opgebruikt, stoot hij zijn buitenste lagen af, die een indrukwekkende schil van gas en stof vormen. De overgebleven hete kern, een witte dwerg, is nog net zichtbaar als een fel lichtpuntje in het midden van de nevel.
Het doden van kosmisch stof
Het centrale sterrestant is verschrikkelijk heet en zendt intense straling uit. Deze straling ‘kookt’ het omringende gas en creëert een bel van geïoniseerd waterstof, wat het ‘gezicht’ van de leeuw vormt. Deze bel zet uit en vernietigt al het stof op zijn pad, waardoor er holle ruimtes en ringstructuren ontstaan. Het is een waar spervuur van energie dat het nevelmateriaal in hoog tempo doet verdwijnen.
Leestip: Nieuw record: scherpste foto ooit van de Rosettenevel onthult geheimen van stergeboorte
Overlevers in de ‘manen’
Toch is niet alle materie gedoemd om te worden weggevaagd. De weelderige ‘manen’ van de leeuw bestaan uit de binnenkant van een stofschil, die wordt verlicht door de centrale ster. Binnen deze manen zijn verrassend genoeg compacte klonten stof (rood en oranje in de Webb-foto) die de straling hebben weerstaan. Ze fungeren als een schild voor het materiaal erachter en zorgen voor de kenmerkende, komeetachtige structuren die we zien. Gele ophopingen van moleculaire waterstof completeren het beeld.
Een tijdelijke ‘leeuw’
De Leeuwennevel is een prachtig, maar tijdelijk, kosmisch fenomeen. Het heeft enkele duizenden jaren geduurd voordat het gas en stof in deze kenmerkende vorm zijn geblazen, en de veranderingen zijn nog steeds gaande. Naar schatting zal de nevel over ongeveer tienduizend jaar volledig zijn opgelost in de ruimte. Een oogwenk in astronomische tijdschalen, maar het stelt ons wel in staat om de turbulente laatste ademtocht van een ster te bestuderen. Eerder maakte de Hubble-ruimtetelescoop al een beroemde opname in optisch licht (zie onder). De nieuwe infraroodfoto van Webb onthult nu echter de verborgen warmte en de dynamiek van het stof, zoals ook blijkt uit eerdere röntgenwaarnemingen die heet gas nabij het centrum aantoonden.
Tijdloos en toch vergankelijk
Dankzij Webb kunnen we een momentopname van deze stervende ster en zijn nevel vastleggen. Het beeld is niet alleen een lust voor het oog, maar ook een waardevolle bron van informatie over de levenscyclus van sterren. De foto ‘bevriest’ een kosmisch proces dat miljarden jaren beslaat, en toont hoe een ster in zijn laatste fase de ruimte om zich heen vormgeeft. Het verhaal van de Leeuwennevel is daarmee ook een vooruitblik op het uiteindelijke lot van onze eigen zon, over zo’n vijf miljard jaar. Voor nu is de nevel een van de mooiste getuigenissen van de dynamiek van het universum.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

