Zonder dat je het zelf in de gaten hebt, is je brein – net als het RIVM – de hele dag bezig om scenario’s door te rekenen.

De hele dag door moeten mensen allerlei beslissingen nemen. Steek je nog snel de straat over? Of wacht je even? Pak je de lift of de trap? Is dit dan het moment om te gaan beleggen of niet? En elke keer dat je een knoop doorhakt, doe je dat met een bepaalde mate van vertrouwen. Maar waar is dat vertrouwen op gebaseerd? Nederlandse hersenonderzoekers hebben het uitgezocht en ontdekt dat we de mate van zekerheid waarmee we een beslissing nemen baseren op het aantal mogelijke scenario’s dat ons brein kort daarvoor – zonder dat we ons daarvan bewust waren – door heeft gerekend. En daarmee kun je ons brein dus eigenlijk wel een beetje vergelijken met het RIVM dat tijdens deze pandemie ook voortdurend bezig is om verschillende scenario’s door te rekenen om op basis daarvan beslissingen te nemen of adviezen uit te brengen.

Methode
De hersenonderzoekers baseren hun conclusies op experimenten. Ze verzamelden een aantal proefpersonen, die vervolgens plaatsnamen in een MRI-scanner die hun hersenactiviteit mat. “Eenmaal in de MRI-scanner kregen de proefpersonen simpele vragen voorgelegd, gebaseerd op visuele waarnemingen,” vertelt eerste auteur Laura Geurts. “Ze kregen plaatjes te zien met daarop zwarte en witte lijnen met verschillende oriëntaties: op de ene afbeelding waren ze horizontaal, op de andere verticaal of iets daartussenin.” Nadat de proefpersonen zo’n plaatje hadden gezien, werd hen gevraagd naar de oriëntatie van de strepen.

“Omdat we vrij goed weten hoe datgene wat de proefpersonen zagen, zich vertaalt in hersenactiviteit, konden we ook goed meten welke interpretaties van het plaatje (oftewel: scenario’s) de proefpersonen overwogen,” stelt Geurts. “En op basis van de hersenactiviteit konden we ook berekenen wat de waarschijnlijkheid van de verschillende scenario’s was.” Het onderzoek onthult dat het brein voorafgaand aan een beslissing verschillende scenario’s doorrekent en vervolgens het beste scenario kiest. “Vervolgens hebben we aan de proefpersonen gevraagd hoe zeker ze waren van hun beslissing. En daaruit blijkt dat het gevoel van zekerheid gebaseerd is op het aantal mogelijke scenario’s dat het brein heeft doorgerekend.” Hoe minder waarschijnlijk de alternatieve scenario’s die het brein van de proefpersonen had doorgerekend, hoe zekerder de proefpersonen over hun beslissing waren.

Subjectief
Het is een interessante bevinding.“Het gevoel van zekerheid over een beslissing is heel subjectief,” zo vertelt onderzoeker Janneke Jehee. “En tot voor kort wisten we niet waar dat gevoel precies op gebaseerd was.” Wel hadden onderzoekers daar ideeën over. “Sommige wetenschappers vermoeden dat het gevoel van zekerheid gestoeld is op een soort vuistregels,” legt Geurts uit. Ze illustreert die hypothese aan de hand van een voorbeeld. “Stel je wilt een straat oversteken, dan moet je beslissen of dat veilig kan. Dat kan afhankelijk zijn van verschillende factoren: bijvoorbeeld de mate van drukte en of je goed zicht hebt. Sommige onderzoekers denken dat de mate waarin we vertrouwen hebben in onze uiteindelijke beslissing om over te steken – of juist niet – gestoeld is op vuistregels die bijvoorbeeld gaan over hoe druk het is op straat.” In dat geval zou het brein zich er vrij gemakkelijk vanaf maken. “Het is een soort shortcut, een trucje.” Maar de werkelijkheid blijkt afgaand op het onderzoek van Geurts en collega’s dus complexer: het brein rekent voorafgaand aan een beslissing als een heuse supercomputer verschillende scenario’s door en de mate waarin we vertrouwen hebben in de beslissing hangt af van het aantal mogelijke alternatieve scenario’s.

Toepassingen
“Het is belangrijk om te weten hoe dat vertrouwen in onze eigen beslissingen precies tot stand komt,” vindt Jehee. “Want die kennis kunnen we uiteindelijk op verschillende, heel concrete manieren toepassen. Zo weten we bijvoorbeeld dat mensen met een psychiatrische aandoening hun zekerheid over beslissingen minder goed kunnen inschatten. En van kinderen en volwassen die wel goed in staat zijn om hun zekerheid in te schatten, is bekend dat ze doorgaans beter kunnen leren. Meer inzicht in de processen die aan die zekerheid ten grondslag liggen, kan uiteindelijk dan ook leiden tot therapieën en lesmethoden die gericht ontwikkeld zijn om het goed inschatten van het vertrouwen in de eigen beslissingen te vergroten.”

Voor wetenschappers dergelijke toepassingen verder kunnen verkennen, is echter eerst meer onderzoek nodig. Eén van de belangrijkste vervolgvragen is daarbij of ons vertrouwen in complexe beslissingen op dezelfde manier tot stand komt. Dat ligt wel in de lijn der verwachtingen, maar is op basis van de experimenten – waarbij proefpersonen een vrij eenvoudige beslissing moesten nemen – zeker nog niet bewezen. “Vooral bij complexe beslissingen moet het brein veel verschillende scenario’s doorrekenen,” stelt Jehee. “Dat betekent dat het brein eerst moet vaststellen welke scenario’s allemaal denkbaar zijn en ze vervolgens ook allemaal tegen elkaar moet afwegen. Zeker in het geval van complexe beslissingen kan het dan zomaar zijn dat daar ook scenario’s tussen zitten waarvan de parameters niet goed te voorspellen zijn – iets waar bijvoorbeeld ook het RIVM tijdens de pandemie regelmatig mee worstelde.” En dan is het wel heel interessant wat er gaat gebeuren. “Want dan kan het dus zijn dat je puur op basis van het aantal doorgerekende alternatieve scenario’s vrij zeker bent van je beslissing, terwijl deze in werkelijkheid juist heel onzeker is.”