Een Europees onderzoeksteam toont de ontbrekende puzzelstukken van de oorsprong van het Slavische volk – en verklaart waarom Midden- en Oost-Europa zo divers zijn.
Historici hebben door de eeuwen heen uitgebreid onderzoek gedaan naar verschillende volksverhuizingen. Denk aan de Hunnen, die van de Oeral tot de Rijn oprukten, de Grote Trek van Nederlandse kolonisten of de Germaanse stammen zoals de Goten, Visigoten en Langobarden. Toch is er één hardnekkige puzzel in de Europese middeleeuwse geschiedenis waar historici al lang mee worstelen: de verspreiding van de Slaven. Nieuw onderzoek van een internationaal team van wetenschappers uit Duitsland, Oostenrijk, Polen, Tsjechië en Kroatië probeert nu ontbrekende puzzelstukjes te leggen.
Bevolkingsveranderingen in de 6e tot 8e eeuw n.Chr.
Het grootschalige onderzoek werpt licht op de bevolkingsveranderingen in de 6e tot 8e eeuw na Christus in Oost-Duitsland, Polen, Oekraïne en de noordelijke Balkan. Met DNA-analyses van meer dan 550 oude individuen, aangevuld met andere methoden, konden de onderzoekers een beeld schetsen van de grote verschuivingen in afkomst. Het blijkt dat zo’n 80 procent van de bevolking afstamde van Oost-Europese nieuwkomers. De resultaten zijn gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift Nature.
Complex vraagstuk is eindelijk deels beantwoord
Dat dit complexe vraagstuk nu beter begrepen wordt, is bijzonder, want vroege Slavische gemeenschappen lieten nauwelijks sporen na voor archeologen. Ze schreven bovendien geen eigen verslagen. Toch laat het team zien dat de opkomst van de Slaven in de kern een verhaal is van migratie. Hun genetische signatuur wijst op een oorsprong in het gebied van zuidelijk Wit-Rusland tot centraal Oekraïne – een regio die al langer door taalkundig en archeologisch onderzoek werd gesuggereerd. “Hoewel direct bewijs uit vroege Slavische kerngebieden nog schaars is, bieden onze genetische resultaten de eerste concrete aanwijzingen voor de vorming van de Slavische afkomst – waarschijnlijk ergens tussen de rivieren de Dnjestr en de Don”, zegt Joscha Gretzinger, geneticus aan het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie en hoofdauteur van de studie.
Hoe ging de verspreiding over Europa?
Aan het begin van de zesde eeuw verspreidden deze groepen zich over grote delen van Midden- en Oost-Europa, waardoor de genetische samenstelling van regio’s als Oost-Duitsland en Polen bijna volledig veranderde. Die verspreiding verliep anders dan bij de Hunnen of Germaanse stammen: niet door verovering en rigide hiërarchieën, maar via flexibele gemeenschappen die zich telkens opnieuw organiseerden.
Opvallend is dat er niet één enkel volk als homogeen ‘Slavisch’ optrok. Het ging om een mozaïek van groepen die zich op verschillende manieren aanpasten en vermengden. Dat wijst erop dat er nooit slechts één Slavische identiteit was, maar meerdere, legt medeonderzoeker Zuzana Hofmanová uit. In het noorden trokken eerdere Germaanse volkeren grotendeels weg, waardoor ruimte ontstond voor Slavische vestiging. In het zuiden mengden de nieuwkomers zich juist met gevestigde gemeenschappen. Dat lappendekenproces verklaart de grote diversiteit die vandaag nog zichtbaar is in de culturen, talen en zelfs genetica van Midden- en Oost-Europa.
De verspreiding heeft Europa grotendeels hervormd
“De verspreiding van de Slaven was waarschijnlijk de laatste demografische gebeurtenis van continentale schaal die zowel het genetische als het taalkundige landschap van Europa permanent en fundamenteel heeft hervormd”, zegt Johannes Krause, directeur van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie en mede-auteur van de studie.
De studie verklaart dus niet alleen de oorsprong van de Slaven, maar ook waarom Midden- en Oost-Europa tot op de dag van vandaag zo’n rijke culturele en genetische diversiteit kent.


