Wat is de UV-index eigenlijk? De wetenschap achter het getal dat bepaalt hoe snel je verbrandt

Het is je de afgelopen zonnige dagen vast niet ontgaan in je weerapp: de UV-index. Een simpel getal, meestal tussen 0 en 10 maar soms hoger, dat aangeeft hoe snel je huid kan verbranden door de zon. Achter dat ene cijfer gaat verrassend veel schuil. RIVM-expert Arjan van Dijk legt uit wat de UV-index betekent, hoe het getal tot stand komt en welke misverstanden er over bestaan.

“Overal op aarde is de zon onvermijdelijk. En te veel zon is niet goed voor je”, zegt Van Dijk. “Voor de meeste mensen is het eerste dat ze van te veel zon merken dat hun huid rood en pijnlijk wordt.” Precies daar draait de UV-index om. Het getal zegt niet hoeveel zonlicht er is of hoe warm het buiten aanvoelt, maar hoe snel UV-straling je huid kan beschadigen. In Nederland wordt de UV-index ook wel zonkracht genoemd, een naam die ooit werd bedacht door de toenmalige KNMI-persvoorlichter Harry Geurts om het begrip toegankelijker te maken.

Niet alle UV-straling is hetzelfde

Zonnestraling is energie die de zon uitzendt in de vorm van elektromagnetische straling. Ongeveer de helft daarvan bestaat uit zichtbaar licht, de straling die wij zien als de kleuren van de regenboog. Een ander deel bestaat uit infrarood, dat we vooral ervaren als warmte. Daarnaast is er nog een heel klein beetje ultraviolette straling, oftewel UV.

UV-straling wordt onderverdeeld in drie soorten: UV-A, UV-B en UV-C. UV-A en UV-B ken je misschien van de verpakking van zonnebrandcrème, die bescherming tegen beide typen biedt. Van UV-C hebben we gelukkig weinig te vrezen. De ozonlaag houdt deze energierijke straling volledig tegen. “UV-C komt niet op aarde aan en draagt daarom ook niet bij aan de zonkracht”, zegt Van Dijk.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

UV-A en UV-B bereiken het aardoppervlak wel. Vooral UV-B speelt een belangrijke rol bij zonverbranding. “Fotonen met een golflengte korter dan 315 nanometer kunnen in hun eentje gevaarlijke schade aanbrengen aan het DNA”, zegt Van Dijk. De langere golflengten van UV-A veroorzaken schade vooral indirect, via chemische reacties in de huid. Daarom telt UV-B veel zwaarder mee in de UV-index dan UV-A. Als de zon hoog aan de hemel staat, wordt de zonkracht volgens Van Dijk zelfs voor ongeveer 95 procent bepaald door UV-B-straling.

Van zonlicht naar één getal

Maar hoe maak je van al die verschillende soorten UV-straling één getal? Wetenschappers meten daarvoor eerst hoeveel UV-straling van elke afzonderlijke golflengte een horizontaal oppervlak bereikt. Vervolgens krijgt iedere golflengte een eigen weging. Die weging hangt af van hoe effectief die specifieke golflengte huidverbranding veroorzaakt.

Daarna worden alle gewogen bijdragen bij elkaar opgeteld. “Om de uitkomst om te zetten naar een praktisch en herkenbaar cijfer, wordt deze vervolgens nog vermenigvuldigd met veertig”, legt Van Dijk uit. Zo ontstaat de UV-index zoals die in weerapps en weerberichten verschijnt. In Nederland loopt die meestal van 0 tot ongeveer 8. In gebieden dichter bij de evenaar zijn waarden boven de 10 heel normaal.

De stand van de zon is doorslaggevend

Welke factoren bepalen hoeveel UV-straling uiteindelijk het aardoppervlak bereikt? “De belangrijkste factor is de hoogte van de zon”, zegt Van Dijk. “Voor Nederland is dit het verschil tussen zonkracht 8 op de langste dag, 21 juni, om 13.30 uur en zonkracht 0 op dezelfde dag ’s nachts.”

Ook bewolking speelt een grote rol. Op een gemiddeld bewolkte dag ligt de UV-index ongeveer de helft lager dan op een volledig heldere dag. “Het verschil dus tussen zonkracht 8 of 4”, zegt Van Dijk. Daarnaast heeft de dikte van de ozonlaag invloed, al zijn de verschillen in Nederland meestal beperkt. Ook stofdeeltjes en waterdamp in de atmosfeer bepalen hoeveel UV-straling de grond bereikt.

Toch is er nog een factor die voor veel mensen in de praktijk minstens zo belangrijk is: de directe omgeving. Gebouwen, bomen, parasols en andere objecten kunnen de hoeveelheid UV-straling die je daadwerkelijk ontvangt sterk verminderen. “Die horizonafschermfactor is voor de meeste mensen uiteindelijk de grootste factor die hun persoonlijke zonkracht bepaalt”, zegt Van Dijk. “Je kunt deze factor op zonnige dagen ook goed zelf kiezen en zo gebruiken om niet te verbranden.”

Met andere woorden: als je weerapp een hoge UV-index aangeeft, betekent dat niet dat je overal evenveel UV-straling opvangt. Wie de schaduw opzoekt, verlaagt de hoeveelheid UV die de huid bereikt aanzienlijk.

Waarom een koele lentedag verraderlijk kan zijn

Een hardnekkig misverstand is dat de UV-index ongeveer hetzelfde verloop heeft als de temperatuur. Dat klopt niet. “Mensen denken vaak dat de zonkracht hoog is in de zomer, verwaarloosbaar in de winter en iets ertussenin in de lente en herfst”, zegt Van Dijk.

In werkelijkheid loopt de zonkracht voor op de temperatuur. In april en mei kan de zon al behoorlijk krachtig zijn, terwijl het buiten nog fris aanvoelt. Juist daardoor blijven mensen vaak langer onbeschermd in de zon. “Bovendien heeft de huid na een winter relatief weinig UV gezien en is daardoor gevoeliger voor verbranding”, benadrukt Van Dijk. “En juist huidverbranding is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van melanoom, de ernstigste vorm van huidkanker.”

Leestip: Waarom misinformatie over zonnebrandcrème zo goed scoort op TikTok

De boodschap is dus belangrijk: koel weer is geen betrouwbare graadmeter voor UV-risico. Je kunt ook verbranden op een dag waarop het helemaal niet heet is.

Ook op een bewolkte dag kan het misgaan

Dat geldt ook voor bewolkte dagen. Wolken houden zichtbaar licht en infraroodstraling deels tegen, waardoor het minder fel en minder warm aanvoelt. Maar UV-straling wordt niet altijd in dezelfde mate tegengehouden. Bovendien kan UV-straling in de atmosfeer worden verstrooid, waardoor nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid het aardoppervlak bereikt.

Daardoor kan de zonkracht op een bewolkte dag lager zijn dan op een heldere dag, maar zeker niet altijd zo laag dat je onbeschermd buiten kunt blijven. Ook als de zon niet fel schijnt, kan je huid dus schade oplopen.

Verandert de UV-index door klimaatverandering?

Ook klimaatverandering en veranderingen in de atmosfeer kunnen invloed hebben op de UV-index, al is dat effect minder eenvoudig dan je misschien zou denken. Verschillende processen werken namelijk tegelijk en soms in tegengestelde richting.

Het herstel van de ozonlaag zorgt ervoor dat minder schadelijke UV-straling het aardoppervlak bereikt. Dat is volgens Van Dijk een groot succes. “Het is door het stoppen van de ozonlaagafbraak door het Montreal Protocol dat we het grootste verschil in zonkracht hopelijk nooit zullen merken.”

Tegelijkertijd zijn er ontwikkelingen die juist de andere kant op werken. “In de afgelopen eeuw is de lucht schoner geworden door filters op schoorstenen van fabrieken, waardoor de zonkracht geleidelijk toeneemt”, zegt Van Dijk. Schonere lucht betekent namelijk dat er minder deeltjes in de atmosfeer zitten die zonlicht en UV-straling kunnen tegenhouden of verstrooien. Ook veranderende bewolking kan invloed hebben op hoeveel UV-straling het aardoppervlak bereikt.

De invloed van ons eigen gedrag

Toch zit het grootste risico niet per se in een sterk stijgende UV-index. Het zit ook in ons gedrag. Door klimaatverandering komen warme dagen vaker voor. Daardoor gaan mensen vaker naar buiten, blijven ze langer buiten en dragen ze minder bedekkende kleding. De hoeveelheid UV-straling waaraan mensen worden blootgesteld kan dus toenemen, zelfs als de UV-index zelf maar beperkt verandert.

Daarmee is klimaatverandering ook voor zonbescherming relevant. Niet alleen omdat de atmosfeer verandert, maar vooral omdat wij ons bij warmer weer anders gedragen. Wie langer buiten is met meer onbedekte huid, loopt meer kans op verbranding. En precies dat is het risico waarvoor de UV-index waarschuwt.

Geniet, maar verbrand niet

De UV-index is dus veel meer dan een getal in een weerapp. Het is een inschatting van hoe snel je huid schade kan oplopen door UV-straling. Die schade kan ook ontstaan als de zon niet fel lijkt te schijnen of als het buiten niet warm aanvoelt.

De praktische boodschap blijft daarom eenvoudig, zegt Van Dijk: “Geniet, maar verbrand niet. Hoe? Door te weren, kleren, smeren.” Oftewel: zoek de schaduw op, draag bedekkende kleding en smeer je goed in. Zeker in het voorjaar, op heldere dagen en op momenten waarop de zon hoog staat, is dat geen overbodige luxe.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

Interview: Arjan van Dijk, wetenschappelijk onderzoeker bij het RIVM
Afbeelding bovenaan dit artikel: rawf8 via Envato

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd