Wat ging er mis bij de grootste kernramp ooit?

Diederik legt uit wat er gebeurde bij Tsjernobyl (of Tsjornobyl) in 1986.

Bijna veertig jaar na de ramp in Tsjernobyl blijft één vraag hangen: hoe kon een veiligheidstest eindigen in een kernramp?

In een kerncentrale wordt water verhit tot stoom. Die stoom drijft turbines aan, waardoor elektriciteit ontstaat. De warmte komt van uraniumatomen die splijten. Daarbij komen niet alleen warmte vrij, maar ook nieuwe neutronen die andere uraniumatomen kunnen laten splijten. Zo ontstaat een kettingreactie.

In Tsjernobyl ging het mis door een gevaarlijke combinatie van ontwerpfouten en menselijke beslissingen. De reactor was vlak voor de explosie al instabiel. Een belangrijke rol speelde xenon, een stof die neutronen wegvangt en de reactie kan afremmen. Om te voorkomen dat de reactor uitviel, haalden operators veel regelstaven weg: de rem van de kerncentrale.

Tijdens de veiligheidstest gingen de koelwaterpompen langzamer draaien. Daardoor ontstond meer stoom. Juist bij dit type reactor zorgde dat ervoor dat de reactie sneller werd. Meer stoom betekende minder afremming, meer splijting, meer warmte en nóg meer stoom.

Toen de noodknop werd ingedrukt, verergerden de regelstaven het probleem eerst door grafiet aan de onderkant. Binnen seconden ontstond een enorme vermogenspiek. Het water veranderde razendsnel in stoom, de reactor explodeerde en het grafiet vloog in brand.

Tsjernobyl was geen simpel ongeluk, maar een keten van fouten die samen rampzalig werd. Bekijk de video voor de uitleg in minder dan drie minuten.

Luister ook naar de twee Scientias Podcasts over Tsjernobyl, deel 1 en deel 2.

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd