Kapucijnapen zijn niet voor één gat te vangen. Als de fruitbomen leeg raken, schakelen ze over op een verrassend alternatief: vlees. Onderzoek naar het jachtgedrag van deze slimme apen geeft een nieuwe kijk op hoe onze eigen voorouders ooit vleeseters werden.
De aapjes zijn alleseters. Het liefst knabbelen ze vruchten, bessen, noten en zaden naar binnen. Maar als al het laag- en hooghangende fruit op is, dan staan ook bloemen, knoppen, schors, stengels en jonge scheuten op het menu. Maar dat is niet alles: ze eten ook veel insecten, larven en spinnen, ze roven graag vogelnestjes leeg voor de eieren en exemplaren die bij de zee wonen, eten krabben en oesters.
En uit een nieuwe Italiaanse studie blijkt dat kapucijnapen zelfs actief op grotere prooien jagen, zodra fruit en groenten schaars worden. Dat is interessant, want dit patroon lijkt misschien wel op wat de vroegste mensachtigen ooit deden.
Op zoek naar de oorsprong van vleeseten
De mens is de enige nog levende primaat die regelmatig op dieren jaagt die groter zijn dan hemzelf, een leefstijl waarvan wordt gedacht dat die zich ontwikkelde samen met grote hersenen en complexe sociale structuren. Maar mogelijk begon het jachtinstinct ooit klein, met het eten van kleine prooien, gedrag dat ook bij andere primaten zoals chimpansees en kapucijnaapjes voorkomt.
De onderzoekers observeerden twee groepen baardkapucijnapen in Fazenda Boa Vista, Brazilië. Ze volgden de dieren tussen 2006 en 2010 meer dan 5.000 uur lang en registreerden in totaal 446 keer dat de apen kleine dieren aten, voornamelijk hagedissen en knaagdieren. Voor het eerst is ook waargenomen dat de apen buidelratten, leguanen en vogelkuikens verorberden.
Mannetjes blijken vaker te jagen dan vrouwtjes en gaan ook vaker achter gevaarlijkere prooien aan, zoals slangen. Het menu varieert nogal door het jaar heen: zodra er minder plantaardig voedsel voorradig is, intensiveren ze de jacht. Bizar genoeg stortten de apen zich daarbij voornamelijk op de hersenen en ingewanden van hun prooi, de vetrijkste onderdelen.
Leestip: Wetenschappers ontdekken bizarre rage onder kapucijnapen: baby’s ontvoeren
Een tussenstap naar grotere prooien
Deze waarnemingen laten zien dat kapucijnaapjes overschakelen op prooidieren zodra plantaardig voedsel schaars wordt, iets dat ook werd gezien bij onze voorouders tijdens periodes van klimaatverandering. Tegelijk blijkt het jachtgedrag van de apen sterk af te hangen van geslacht en van welke voedingsstoffen er precies ontbreken in hun dieet.
Vervolgonderzoek moet uitwijzen of dit patroon ook bij andere primaten optreedt. Via fossiel onderzoek zijn mogelijk vergelijkbare sporen terug te vinden bij de prooien van vroege mensen. Zo valt te bepalen of onze hedendaagse verwanten inderdaad een goed model vormen voor de evolutionaire oorsprong van menselijk jachtgedrag.
Belangrijke voedingsbron
“Deze studie laat zien hoe cruciaal langdurig veldonderzoek is om het gedrag van langlevende en zeer flexibele primatensoorten echt te kunnen begrijpen”, legt hoofdonderzoeker Susana Carvalho uit. “Als we naar 45 maanden aan data kijken, zien we dat kleine gewervelde dieren zoals hagedissen, knaagdieren en slangen een belangrijke voedselbron vormen, zodra er minder fruit voorhanden is.”
“Het jagen op kleine prooien kan voor onze voorouders een belangrijke voedingsbron zijn geweest tijdens periodes van schaarste en mogelijk zelfs een opstapje naar het jagen op grotere dieren”, besluit Carvalho. “Het fossiele archief moet nu opnieuw worden bekeken, met specifieke aandacht voor sporen van jacht op kleine gewervelde dieren.”
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

