Wetenschappers ontdekten dat warm zeewater via holtes onder de Dotson-ijsplaat in West-Antarctica stroomt en daar het ijs aan de onderkant doet smelten. Door dit smelten wordt de ijsplaat dunner, kan de gletsjer sneller stromen en draagt het bij aan zeespiegelstijging. Data van een duikrobot geven nu inzicht in de stromingen en menging.
Sommige stukken van Antarctica smelten sneller doordat warm zeewater via holtes onder de ijskappen doorstroomt. Dat geldt voor de Dotson-ijsplaat – een grote, drijvende ijsmassa in West-Antarctica, gelegen aan de Amundsenzee. Daar stroomt warm zeewater via de Dotson-holte naar binnen. Om te weten hoe dat precies verloopt verzamelden wetenschappers van de Universiteit van East Anglia (UEA) in die ijsholte data van meer dan honderd kilometer aan duikroutes langs de zeebodem. Dat gebeurde met een duikrobot die temperatuur, stroming, turbulentie (vermenging) en zuurstof mat, zo’n honderd meter boven de zeebodem.
Hoofdauteur dr. Maren Richter van het Centrum voor Oceaan- en Atmosfeerwetenschappen van de UEA legt uit hoe warm zeewater zich in West-Antarctica verplaatst: “Het opwaartse transport van diep warm water naar de ondiepere grens tussen ijs en oceaan in holtes in de ijsplaat is wat het smelten aan de onderkant van de ijsplaat veroorzaakt. Door dit smelten wordt de ijsplaat dunner en dus minder sterk.”
Warm zeewater komt omhoog
Bij de Dotson-ijsplaat komt een deel van het warme zeewater omhoog en mengt daar met koud water. “Maar het grootste gedeelte wordt niet naar boven gemengd,” zegt Richter. “In plaats daarvan stroomt het horizontaal naar het punt waar de gletsjer het contact met de zeebodem verliest en begint te drijven.”
“Dit betekent dat het water warm blijft tot aan dat contactpunt, waar het de gletsjer direct kan doen smelten,” vervolgt Richter. “Dit kan ervoor zorgen dat de gletsjer zich terugtrekt, sneller gaat stromen en meer ijs in de oceaan terechtkomt.” En dat drijft verder de zeespiegelstijging op.
Beter begrip over ijsholtes
Op sommige plekken onder de ijsplaat kwam warm water wél omhoog om te mengen, ontdekten de Richter en haar team. Dat gebeurde vooral op die plekken waar de stroming het sterkste, en de zeebodem het steilst is, met een maximum van zo’n 45 graden ter plekke van de Dotson-ijsplaat. De opwaartse zeestroming was daar maximaal zo’n vijf tot tien centimeter per seconde, mat de duikrobot.
Reflecterend op de missie zei Richter dat de verzamelde gegevens nu kunnen worden vergeleken met aannames over vermenging in regionale en mondiale modellen van interacties tussen ijsplaten en oceanen, en met metingen onder andere ijsplaat holtes. “Daardoor kunnen we beter begrijpen hoe deze holtes op elkaar lijken of van elkaar verschillen,” besluit Richter.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


