Wanneer twee mensen samen aan een opdracht werken, lijken hun gedachten synchroon te gaan. Niet fysiek natuurlijk, maar in de manier waarop ze informatie verwerken. Australische onderzoekers hebben nu in kaart gebracht hoe dit proces verloopt.
48 deelnemers werkten samen in paren tijdens dit onderzoek. Ze moesten naar patronen kijken en deze in groepjes indelen op basis van zelfverzonnen regels. Terwijl de deelnemers dit deden, maten de wetenschappers de hersenactiviteit van beide personen tegelijkertijd met EEG-apparatuur. De studie werd gepubliceerd in het wetenschappelijke vakblad PLOS Biology.
Twee soorten synchronisatie
Er zijn twee verschillende momenten, zo blijkt uit de scans, waarop de hersenen van samenwerkende mensen zich op elkaar afstemmen. De eerste golf komt razendsnel, binnen 45 tot 180 milliseconden nadat iemand iets ziet. Dit blijkt simpelweg te komen doordat beide mensen hetzelfde plaatje bekijken. Hun visuele cortex reageert op dezelfde manier, wat logisch is.
Maar het wordt interessanter na 200 milliseconden. Dan zie je een tweede, langdurigere vorm van afstemming die alleen bij samenwerkende duo’s voorkomt. Deze synchronisatie weerspiegelt het feit dat beide mensen naar dezelfde kenmerken van de plaatjes kijken en dezelfde beslissingen nemen op basis van hun gezamenlijk afgesproken regels.
Een voorbeeld: het ene duo heeft besloten om cirkels en vierkanten te scheiden, terwijl het andere duo kijkt naar dikke of dunne lijnen. Hun hersenen verwerken dezelfde plaatjes, maar focussen op totaal verschillende aspecten. Die focus, aandacht en de uiteindelijke beslissing: alles wordt zichtbaar in de hersenactiviteit na 200 milliseconden.
Meer dan alleen regels
De hersenactiviteit van samenwerkende duo’s komt niet alleen overeen door de gedeelde regels. Er ontstond ook een afstemming die uniek was voor elk duo. Dit is waarschijnlijk te verklaren doordat de deelnemers tussen de opdrachten door met elkaar mochten praten en samen feedback kregen over hun prestaties.
Deze zogenoemde duo-specifieke synchronisatie werd sterker naarmate het experiment vorderde. In de eerste helft zagen de onderzoekers al wat afstemming maar in de tweede helft was dit veel duidelijker en langduriger. Dit proces lijkt dus ook versterkt te worden door de ervaring van samen te werken.
Synchronisatie verdwijnt weer
Om te controleren of deze hersensynchronisatie echt specifiek was voor de categorisatietaak, deden de deelnemers ook een andere opdracht met dezelfde plaatjes. Deze keer moesten ze niet categoriseren, maar tellen hoe vaak hetzelfde plaatje twee keer achter elkaar verscheen. Bij deze taak waren de eerder afgesproken regels niet meer relevant.
En wat bleek? De hersensynchronisatie verdween volledig. Alleen de visuele afstemming bleef over, die automatische reactie op het zien van hetzelfde beeld. Dit toont volgens de onderzoekers aan dat de latere afstemming echt voortkomt uit de gedeelde manier van denken over de taak, niet uit het simpelweg samen in een ruimte zijn.
Hoe werkt dit precies?
De onderzoekers keken ook naar welke hersengebieden het belangrijkst waren. In de eerste 150 milliseconden was vooral de achterkant van het brein actief. Dat is het gebied dat beelden verwerkt. De latere synchronisatie, na 200 milliseconden, was veel meer verspreid over het brein. Vooral gebieden aan de zijkanten en de voorkant speelden een rol. Dat zijn gebieden die betrokken zijn bij aandacht en beslissingen nemen.
Dit komt overeen met wat we weten over hoe het brein werkt. De visuele cortex reageert automatisch en snel op wat je ziet. Hogere denkprocessen gebeuren later en over een groter netwerk van hersengebieden.
Kanttekeningen
Wel zijn er enkele nuances bij deze studie. De onderzoekers volgden niet dezelfde mensen over langere tijd, maar maakten momentopnames van verschillende duo’s. Ook keken ze niet naar mogelijke verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke deelnemers.


