Maar geen paniek. In dit geval lijkt namelijk te gelden: less is more.

Dat het leven van mensen radicaal anders wordt, wanneer ze een kindje krijgen, is algemeen bekend. En er zijn tal van onderzoeken die aantonen dat het brein van vrouwen in aanloop naar, maar ook na die levensveranderende gebeurtenis de nodige veranderingen ondergaat. Veel minder aandacht is er – tot op heden – echter voor de vader (in spé). In het blad Cerebral Cortex zet een internationaal team van onderzoekers dat nu enigszins recht. En wel door zich te verdiepen in de veranderingen die het brein van mannen die net voor het eerst vader zijn geworden, ondergaat. En het onderzoek wijst uit dat er inderdaad veranderingen optreden in het brein van deze mannen. Zo neemt het volume van bepaalde hersengebieden af.

Verandering
Het idee dat de geboorte van een kind ook het brein van mannen niet onberoerd laat, was eerder tijdens dierproeven in het laboratorium al geboren, zo vertelt onderzoeker Magdalena Martínez-García aan Scientias.nl. “We weten dankzij diermodellen dat het brein van vaders die betrokken zijn bij de zorg voor hun nageslacht, door de interactie met die jongen, veranderingen ondergaat.” En in navolging op die proeven verschenen vervolgens twee studies die voorzichtig suggereerden dat ook het menselijke vaderbrein belangrijke veranderingen doormaakt. In het nieuwe onderzoek kunnen Martínez-García en collega’s dat nu echter ook hardmaken.

Het onderzoek
Ze bogen zich daartoe over de hersenstructuur van tientallen mannen, woonachtig in Spanje en de VS. Alle Amerikaanse mannen stonden op het punt om vader te worden. Onder de Spanjaarden bevonden zich vaders in spé. Maar ook mannen die geen kind verwachten. De laatstgenoemde heren vormden de controlegroep. De mannen ondergingen allemaal twee keer een hersenscan. De vaders in spé ondergingen die vóór- en nadat hun partner bevallen was. “We gingen na of de transitie naar het vaderschap anatomische veranderingen met zich meebracht in het volume, de dikte en het oppervlak van de hersenschors en het volume van de onder de hersenschors gelegen gebieden,” zo schrijven de onderzoekers.

En het onderzoek wijs dus uit dat het brein van mannen wel degelijk verandert wanneer ze vader worden. Maar die veranderingen zijn wel wat anders dan de veranderingen die we bij jonge moeders zien, zo vertelt Martínez-García. “Waar het brein van moeders na de zwangerschap vrij algemene veranderingen ondergaat, zien we bij vaders juist veel lokale veranderingen optreden.” Het gaat dan heel concreet om volumereducties in hersengebieden die geassocieerd worden met het verwerken van visuele informatie, doelgerichte concentratie en empathie. “Allemaal processen die heel belangrijk zijn als je optimale zorg wilt verlenen aan een kind,” vat Martínez-García samen.

Geen paniek
Dat juist die hersengebieden volume verliezen, lijkt dan ook een beetje tegenstrijdig. Want dat zijn dan toch immers de hersengebieden die na de bevalling op volle toeren moeten draaien? Zeker, zo bevestigt Martínez-García. Maar een volumereductie wil ook zeker niet zeggen dat die hersengebieden minder functioneren. Sterker nog; het kan de functie ten goede komen. “In de context van hersenontwikkeling en -plasticiteit kan gelden: less is more.” Zo is uit eerder onderzoek bijvoorbeeld gebleken dat een afname van bepaalde markers in de hersenen van jonge vaders juist geassocieerd kon worden met een verbeterde hersenfunctie.

Interactie met de baby
De volumereducties zijn dus niet per se slecht nieuws. Maar hoe ontstaan ze dan precies? Dat is nog niet helemaal duidelijk, maar de wetenschappers hebben daar wel ideeën over, zo vertelt Martínez-García. “Wij denken dat deze veranderingen ontstaan door de interactie met het kind. Hoe meer vaders de interactie aangaan met hun baby, hoe meer hun brein zich aanpast en verandert.” Het idee dat de interactie met de baby aan de hersenveranderingen ten grondslag ligt, wordt verder versterkt door het feit dat het brein van vaders in Spanje en vaders in de VS op dezelfde manier verandert. “Vaders in beide landen worden blootgesteld aan een andere cultuur en omgeving (…) en toch vertonen ze dezelfde hersenveranderingen. Het vertelt ons dat deze veranderingen waarschijnlijk specifiek samenhangen met het feit dat ze allemaal, als vader, de interactie aangaan met hun baby.” Wellicht zijn er nog meer factoren van invloed op de hersenveranderingen, maar dat vereist meer onderzoek. “We kunnen op dit moment bijvoorbeeld nog niet uitsluiten dat ook andere factoren – zoals stress en slaapgebrek – een rol spelen.”

Tijdelijke veranderingen?
Wat ook niet helemaal duidelijk is, is of de veranderingen tijdelijk van aard zijn. “Voor zover wij weten, is er nog geen onderzoek gedaan naar de effecten die het ouderschap op de lange termijn op het brein van vaders heeft. Dit is echter wel onderzocht bij moeders. En daar zien we dat de hersenveranderingen tot wel zes jaar na de bevalling standhouden en er zijn recente studies die er zelfs op wijzen dat de zwangerschap de wijze waarop het brein veroudert, beïnvloedt. Misschien gebeurt hetzelfde met het brein van vaders, maar dat weten we nog niet.”

Tweede kindje
Een andere interessante vraag is natuurlijk of het brein van mannen opnieuw of aanvullende veranderingen ondergaat wanneer ze voor de tweede, derde of vierde keer een kind krijgen. Ook dat is nog onduidelijk. “Zodra we de hersenplasticiteit die gepaard gaat met de geboorte van het eerste kind gekarakteriseerd hebben (en dat duurt nog wel even) zullen we gaan kijken naar het effect van daaropvolgende kinderen. We verwachten echter dat het tweede kind wel weer andere veranderingen teweegbrengt en misschien ook wel minder uitgesproken veranderingen.”

Het onderzoek geeft meer inzicht in wat er in het brein van jonge vaders gebeurt. Maar het kan ook zeker helpen om de veranderingen die in het moederbrein optreden, beter te duiden. Zo kunnen onderzoekers de veranderingen in het brein van de vaders bijvoorbeeld vergelijken met de veranderingen in het brein van moeders en zo onderscheid gaan maken tussen de impact van zwangerschapshormonen en ervaringen. Voor nu lijken de bevindingen in ieder geval uit te wijzen wat veel vaders (in spe) al lang en breed weten: die zwangerschapshormonen zijn een klasse apart. “Wij tonen als eersten aan dat met het vaderschap samenhangende veranderingen in het brein belangrijk en detecteerbaar zijn, maar minder uitgesproken zijn en lokaler voorkomen dan de veranderingen in het brein van moeders. Dat suggereert dat zowel de zwangerschapshormonen als de postpartum ervaringen een zekere hersenplasticiteit bij beide ouders kan oproepen, maar dat die zwangerschapshormonen daarbij veel krachtiger zijn.”