Ons brein lijkt al vanaf de geboorte voorbereid te zijn op het voelen van ritme.
Meeklappen met een liedje lijkt eenvoudig. Toch voert ons brein daarbij een bijzondere taak uit: het moet een regelmaat in de muziek herkennen en voorspellen wanneer de volgende tel komt. Een nieuw onderzoek laat zien dat de basis voor dat vermogen waarschijnlijk al vanaf de geboorte aanwezig is. Het onderzoek verscheen in Annals of the New York Academy of Sciences.
Ritmisch tikken
De onderzoekers Gábor Háden van het HUN-REN Research Centre for Natural Sciences en Henkjan Honing van de Universiteit van Amsterdam wilden weten hoe dit vermogen zich ontwikkelt en of het typisch menselijk is. Daarom bekeken ze ruim twintig jaar onderzoek naar het waarnemen van een beat.
Vooral het onderzoek dat werd uitgevoerd bij pasgeboren baby’s leverde een belangrijke aanwijzing op. Wetenschappers lieten tijdens die onderzoeken baby’s naar ritmische patronen luisteren terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten. Soms ontbrak er bewust een geluid. Opvallend genoeg reageerden de hersenen van de baby’s sterker wanneer het ritme wegviel. De hersenen leken dus een verwachting te hebben opgebouwd over wanneer er een geluid hoorde te komen, en leken het op te merken als dat geluid vervolgens niet kwam.
Leestip: Het ritme van lachen verraadt hoe onze voorouders taal hebben ontwikkeld
Recente onderzoeken lijken die uitkomst verder te bevestigen. Tijdens die onderzoeken veranderden onderzoekers soms de timing van de beat, terwijl andere eigenschappen wel hetzelfde bleven. Zo konden ze beter onderzoeken of baby’s werkelijk gevoelig zijn voor een ritme, of dat ze alleen hadden geleerd welke geluiden op elkaar volgden. De resultaten wijzen erop dat alleen zo’n simpel leerproces de waargenomen hersenactiviteit niet goed kan verklaren.
Honing zegt: “Pasgeborenen zijn geen miniatuurversies van volwassen luisteraars. Ondanks dat lijken hun hersenen al wel in staat om ritmische structuren te herkennen en om te voorspellen wanneer iets moet gebeuren. Ervaring bouwt dat vermogen niet dus niet helemaal vanaf nul op. In plaats daarvan wordt het als het ware afgesteld.”
Belangrijk onderscheid
Dat onderscheid is belangrijk. De onderzoekers zeggen dus niet dat een baby feilloos op de maat kan trommelen. Echter lijken de beginselen van dat vermogen er dus al wel vroeg bij te zijn. De onderzoeken die bij dieren werden uitgevoerd laten zien hoe bijzonder dat is. Zo keek het team ook naar de gegevens van onderzoeken die het ritmegevoel van apen in kaart wilden brengen.
Uit die gegevens blijkt dat er een belangrijk verschil bestaat tussen het ritmegevoel van apen en het ritmegevoel van mensen: de meeste apen kunnen niet voorspellen wanneer de volgende tel komt. In plaats daarvan passen ze vooral hun snelheid aan, waardoor ze uiteindelijk niet meer op de maat meeklappen.
Er bestaan trouwens wel dieren die succesvol het ritme van een liedje kunnen volgen. Zo zijn er een aantal vogelsoorten die dat geen probleem vinden. Zelfs de Californische zeeleeuw blijkt vrij probleemloos ritmes aan te voelen. Het aantal onderzochte diersoorten is echter klein. Volgens het team is het daarom te vroeg om te stellen dat het herkennen en volgen van een ritme een hoofdzakelijk menselijk vermogen is.
Nieuwe hypothese
Het onderzoek komt daarom met een uitbreiding op een bestaande hypothese over de evolutie van ons ritmegevoel. Volgens het team ontstond ons ritmegevoel niet doordat er opeens een volledig nieuw hersencircuit verscheen. In plaats daarvan ontstond het doordat bepaalde hersencircuits steeds sterker samen gingen werken. De onderzoekers noemen dat idee de GAER-hypothese.
“Het verschil tussen mensen en andere primaten zit niet alleen in de vraag of ze het tempo van muziek kunnen volgen,” legt Honing uit. “Het gaat er ook om of bepaalde hersencircuits sterk genoeg samen kunnen werken om eventuele voorspellingen op een stabiele manier te produceren.”
De GAER-hypothese kan mogelijk verklaren waarom mensen zo gemakkelijk samen kunnen dansen en zingen. Voor ons kan dansen en zingen namelijk prettig zijn. Dat plezier zou ervoor kunnen zorgen dat het brein de betrokken hersengebieden uiteindelijk steeds sterker aan elkaar koppelt. Dat is niet het geval bij andere primaten: zij hebben vaak training en een externe beloning nodig om ritmes te leren herkennen.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Kunstmatigeintelligentiemuziek: waarom is dat zo net niet? en De kracht van muziek: waarom het zo belangrijk is voor mensen met dementie . Of lees dit artikel: Songteksten onder de loep: popmuziek werd in 50 jaar veel egocentrischer .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

