Sommige steden in de oudheid stortten al snel weer in, andere gingen eeuwen mee: waar kwam dat door?

    De ene stad in de oudheid is de andere niet: sommigen stortten na een paar honderd jaar alweer in, terwijl andere meer dan duizend jaar meegingen. Waar lag dat aan?

    Amerikaanse archeologen onderzochten 24 steden in het oude Mexico om antwoord te krijgen op die vraag. Ze ontdekten dat de duurzaamste steden drie dingen gemeen hadden: er was een vorm van collectief bestuur, relatief goede infrastructuur en samenwerking tussen huishoudens.

    In eerdere studies kwamen hoofdonderzoeker Gary Feinman en zijn collega’s er al achter hoe belangrijk goed bestuur was voor het voortbestaan van de steden in de oudheid. Als er bestuurders waren die rekening hielden met het welzijn van hun burgers liep het veel beter af dan wanneer er autocraten aan de macht waren, die een grote inkomensongelijkheid lieten ontstaan.

    Gedeelde macht
    In hun nieuwste studie zoomden de archeologen in op 24 steden in de westelijke helft van Midden-Amerika, die allemaal tussen 1000 en 300 voor Christus waren gesticht. Zo waren de steden goed met elkaar te vergelijken. Of nou ja, steden: de oude ruïnes. Toch konden de archeologen van alles afleiden uit de hopen stenen die ooit gebouwen waren geweest. Ook plattegronden, pleinen en monumenten boden aanknopingspunten.

    “We keken naar de publieke voorzieningen, de aard van de economie en wat de steden sterk maakte”, legt Feinman uit. “We keken ook naar tekenen van macht, of die erg gepersonaliseerd was of niet.” Kunstwerken en standbeelden waarop machthebbers groot staan afgebeeld duiden op meer autocratische regimes. Staan de leiders midden in een groep mensen of dragen ze een masker dan is dat een teken dat ze minder machtig waren of de macht deelden.

    Samenwerking
    De onderzoekers vonden een duidelijk patroon: de steden met de meer collectieve bestuursvormen bleven veel langer in stand dat de autocratisch geregeerde steden. Dat scheelde soms wel meer dan duizend jaar. Maar dan nog: sommige plaatsen met goed bestuur bestonden langer dan andere. Wat was daarmee aan de hand? Daarvoor moesten de onderzoekers naar andere dingen kijken, zoals infrastructuur en de onderlinge afhankelijkheid van huishoudens. Daarmee wordt gedoeld op een woonsituatie waarbij woningen heel dichtbij elkaar staan en vaak gezamenlijke terrassen en gedeelde steunmuren hebben. “Om die te onderhouden is samenwerking en coördinatie vereist door de naast elkaar gelegen huishoudens. Dergelijke onderlinge banden lijken bijgedragen te hebben aan de stabiliteit van de steden”, legt onderzoeker Gary Feinman uit aan Scientias.nl. “We ontdekten dat deze samenwerking in combinatie met een grote, open publieke ruimte verband hield met een langer voortbestaan van de steden.”

    Monte Alban
    Het gedeelde centrale plein van Monte Alban, een stad die meer dan 1300 jaar bleef bestaan. Foto: Linda M. Nicholas

    Glorietijd
    De archeologen zochten naar bewijs voor zogenoemde padafhankelijkheid. “Dit betekent feitelijk dat keuzes of investeringen die mensen doen het later lastig of juist makkelijker maken om te reageren op gevaren of uitdagingen”, legt Feinman uit. En wat bleek: als in het begin bewust werd geïnvesteerd in de ontwikkeling van dichtbevolkte onderling verbonden woongebieden afgewisseld met grote open pleinen was de stabiliteit en de macht van de oude steden groter dan bij plaatsen waar dat niet of minder gebeurde. “Wat me het meest verbaasde is hoe lang sommigen van deze centra bleven bestaan als de grootste, meest monumentale steden in hun respectievelijke regio’s. Monte Albán in de Oaxaca-vallei is wat dat betreft het meest opmerkelijk met een glorietijd van meer dan 1300 jaar. Door onze vergelijkende analyse beginnen we nu pas te begrijpen welke factoren deze stad zo sterk hebben gemaakt”, aldus Feinman.

    Bestand tegen rampspoed
    Meestal kijken studies voor de ondergang van steden naar klimaatrampen of andere gebeurtenissen zoals oorlog. Dat is op zich een goede manier, maar het is heel lastig om de timing vast te stellen: wanneer vond die natuurramp precies plaats en wanneer ging de stad ten onder? Bovendien bleken sommige steden bestand tegen wat voor tegenspoed dan ook. Hoe kan dat dan?

    Door naar meer sociaalpolitieke factoren te kijken, konden de onderzoekers ook die laatste vraag beantwoorden. Inwoners van alle steden kregen te maken met problemen, zoals droogte, aardbevingen of oorlog, maar goed bestuur loodste hen door de crises heen. “De reactie op crises en rampen is tot op zekere hoogte politiek”, vertelt onderzoeker Linda Nicholas.

    Lessen uit het verleden
    De steden die het langst bleven bestaan hadden een collectieve vorm van bestuur én deden vroege investeringen in infrastructuur. Het is een les die vandaag de dag nog steeds relevant is: “Je kunt de reactie op aardbevingen, de klimaatcrisis en andere rampen niet evalueren zonder te kijken naar het bestuur”, zegt Feinman. “We kunnen uit het verleden leren dat het uitmaakt voor het welzijn van de bevolking en de duurzaamheid van de stad zelf hoe een land bestuurd wordt. We kunnen ook leren dat samenwerking in buurten de veerkracht van mensen bevordert waardoor ze rampen beter doorstaan. Tenslotte verbeteren openbare ruimtes waarin mensen met elkaar kunnen praten en waar economische interactie is ook de duurzaamheid van steden.” Het verleden is kortom een geweldige bron om erachter te komen hoe we met hedendaagse problemen moeten omgaan.

    Bronmateriaal

    "Sustainability and duration of early central places in prehispanic Mesoamerica" - Frontiers in Ecology and Evolution
    Interview met onderzoeker Gary Feinman
    Afbeelding bovenaan dit artikel: Arturogi / Getty (via Canva.com)

    Fout gevonden?

    VanafHier.nl

    Een community van  

    Voor jou geselecteerd