Of je op een bepaalde dag urenlang gaat scrollen, wordt vooral voorspeld door hoeveel zin je daar die dag in hebt. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Duisburg-Essen. Stress of een slecht humeur blijken er op zichzelf nauwelijks iets mee te maken te hebben.
De onderzoekers begonnen met een klinisch gesprek. Op basis daarvan werden 900 deelnemers ingedeeld in drie groepen: onproblematisch gebruik, riskant gebruik en gebruik dat als verslaving werd beschouwd.
De indeling gebeurde op basis van negen criteria die ook worden gebruikt om gameverslaving vast te stellen. Wie aan hooguit één criterium voldeed, kwam in de eerste groep terecht. Vanaf vijf criteria vielen deelnemers in de zwaarste categorie.
Daarna kregen de deelnemers veertien avonden achter elkaar een vragenlijst. Hoe was je humeur die dag? Hoeveel stress had je? Hoe sterk was de verleiding om te gamen, te scrollen, porno te kijken of online te shoppen? En: heb je het ook daadwerkelijk gedaan?
Wie daarop ‘ja’ antwoordde, gaf aan hoe lang dat had geduurd en hoeveel plezier of opluchting het had opgeleverd. Ook moesten deelnemers aangeven of ze andere zaken hadden verwaarloosd. Alle vragen werden beantwoord op een schaal van nul tot negen. Uiteindelijk verzamelden de onderzoekers op die manier gegevens over meer dan 11.000 dagen.
Dat is meteen de eerste beperking van het onderzoek. De vragen werden slechts één keer per dag gesteld, ’s avonds. Daardoor is niet vast te stellen wat eerst kwam: de stress of het schermgebruik.
De verleiding wint
Op dagen waarop iemand meer verleiding voelde dan gewoonlijk, nam de kans toe dat die persoon daadwerkelijk naar een apparaat greep. Dat gold voor alle drie de groepen.
Stress had een klein effect, maar wel in de onverwachte richting: op stressvolle dagen werd er opvallend genoeg iets minder gebruikgemaakt van schermen. De onderzoekers vermoeden dat dit simpelweg met tijdgebrek te maken heeft. Wie het druk heeft, komt er niet aan toe om te scrollen.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Het humeur voorspelde helemaal niet of iemand die dag zou gamen of scrollen. Dat is een belangrijk detail. Het is makkelijk om aan te nemen dat mensen naar hun scherm grijpen als ze zich slecht voelen. Uit dit onderzoek blijkt eerder dat een slechte bui samengaat met problematisch gebruik dan dat die slechte bui er de directe aanleiding voor is.
Toch verdwijnt stemming niet uit het verhaal. Op dagen waarop deelnemers zich slechter voelden, ervoeren ze meer verleiding, brachten ze meer tijd door op hun apparaat en lieten ze meer andere dingen liggen. Alleen: op diezelfde dagen haalden ze er minder plezier en minder opluchting uit.
Uren zeggen weinig
De onderzoekers verwachtten dat de gebruiksduur een belangrijke rol zou spelen. Dat bleek niet te kloppen. Mensen die zich gemiddeld sterker verleid voelden, waren niet automatisch de mensen die gemiddeld langer online zaten.
Wat wel opliep met de ernst van de klachten, was de mate waarin deelnemers andere dingen verwaarloosden, zoals werk, school, slaap, eten en contact met anderen. Op de schaal van nul tot negen scoorde de eerste groep gemiddeld 1,4, de middelste 2,3 en de zwaarste groep 3,1.
Leestip: Scrollen tijdens de pauze? Dat verslechtert de band met je collega’s
De middelste groep geniet het meest
Nog iets viel op: het meeste plezier werd niet gerapporteerd door de zwaarste groep, maar door de middengroep.
De zwaarste groep verschilde qua plezier nauwelijks van de minst problematische groep. Wat bij hen wel hoger lag, was de opluchting: het gevoel dat iets onaangenaams tijdelijk werd weggenomen.
In het begin doe je het dus vooral omdat het leuk is. Later doe je het vooral om je minder slecht te voelen.
Wat je hier niet uit mag lezen
De deelnemers waren overwegend jongvolwassenen met een gemiddelde leeftijd van 27 jaar. Dat is typisch voor dit soort onderzoek, maar het betekent ook dat de resultaten mogelijk niet van toepassing zijn op de algemene bevolking.
Verder is alles zelfgerapporteerd. Niemand keek naar de daadwerkelijke schermtijd: deelnemers schatten die zelf in en dat is niet altijd accuraat.
Ten slotte werd elk begrip met slechts één vraag gemeten. Voor een dagelijkse vragenlijst is dat begrijpelijk, maar begrippen als plezier en opluchting kunnen op deze manier niet accuraat worden gevat.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


