Een nieuwe studie laat zien waarom prooidieren zo vaak ontsnappen aan snellere roofdieren: niet spierkracht, maar reactietijd maakt het verschil.
In de natuur komen achtervolgingen overal voor: van een muis die wegrent voor een kat tot aan een vis die moet vluchten voor een haai. Aanvankelijk lijkt de uitkomst vooraf al bepaald: roofdieren zijn bijna altijd groter, sneller en sterker. Toch mislukken verreweg de meeste jachtpogingen: ongeveer 10 procent slaagt. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam wilden weten hoe dat kan. Hun studie verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.
Wendbaarheid
De onderzoekers keken naar een oud idee dat al tientallen jaren wordt gebruikt om dit soort achtervolgingen te verklaren. Volgens dat idee draait alles om wendbaarheid. Prooidieren zijn vaak kleiner. Daardoor kunnen ze sneller en scherper draaien dan hun belager. Een goed getimede bocht zou dan genoeg zijn om uit de baan van het roofdier te komen.
Dat klinkt logisch, maar volgens de nieuwe studie is dat niet het hele verhaal. Sterker nog: in veel gevallen zijn prooien helemaal niet wendbaar genoeg om hun nadeel in snelheid goed te maken. Toch ontsnappen ze vaak. De verklaring heeft te maken met iets waar het oude model geen rekening mee hield: de reactietijd van het roofdier.
Geen enkel dier kan meteen reageren op een plotselinge beweging. Een roofdier moet eerst zien wat de prooi doet. Daarna moeten de hersenen die informatie verwerken. Pas daarna kan het lichaam reageren. Dat kost maar een fractie van een seconde, maar toch kan die korte vertraging het verschil maken tussen leven en dood.
Leestip: Waren de eerste mensen dominante jagers of prooien?
Teamlid Lars Koopmans, promovendus aan de Universiteit van Amsterdam, zegt: “Het is dat kleine voordeel van eerder beginnen met draaien dat de prooi genoeg ruimte geeft om te ontsnappen.” In water kan dat effect volgens hem nog groter zijn. Daar kunnen dieren zo scherp draaien dat een prooi soms achter het roofdier terechtkomt voordat die doorheeft wat er is gebeurd.
Bestaand model
De onderzoekers testten hun idee door gegevens over dieren te verzamelen. Ze keken onder meer naar lichaamsmassa, snelheid en draaivermogen. Die gegevens combineerden ze met een bestaand model voor achtervolgingen. Dat model staat bekend als de turning gambit. Het voorspelt wanneer een prooi aan een snellere jager kan ontsnappen door een scherpe draai te maken.
Toen de onderzoekers het oude model toepasten op dieren op land, in de lucht en in het water kwamen de voorspellingen niet goed overeen met wat in de natuur wordt gezien. Vooral in het water was het verschil opvallend. Volgens het model zouden roofdieren daar een groot voordeel moeten hebben. In werkelijkheid lukt het jagers onder water juist vaak niet om hun prooi te vangen.
Daarna voegden de onderzoekers reactietijd toe aan het model. Toen werd duidelijk waarom de prooi toch zo vaak wint: de vertraging in zien, denken en reageren geeft de prooi net genoeg tijd om uit de gevarenzone te komen. Het gaat dus niet alleen om spieren en snelheid. Ook het zenuwstelsel speelt een grote rol.
Tikkertje
Onderzoeker Benjamin Martin vergelijkt zo’n achtervolging met met spelen van tikkertje. “Stel je voor dat je tikkertje speelt met iemand die vijf keer zo snel is als jij dat bent. Hoe zou je dan ooit kunnen ontsnappen?” Het antwoord: door precies op het juiste moment van richting te veranderen, terwijl de ander nog moet reageren.
De studie verandert daarmee de manier waarop wetenschappers naar jagen en vluchten kijken. Lange tijd lag de nadruk vooral op het lichaam: wie is sneller, sterker of wendbaarder? Deze studie laat zien dat ook waarneming en besluitvorming belangrijk zijn. Koopmans: “De nadruk lag voorheen vooral op het idee dat predator en prooi in een mechanische wapenwedloop zitten. De een wordt sneller, de ander probeert dat te compenseren. Dit verandert dat beeld: het is ook een neurale wapenwedloop.”
Er blijven nog vragen over. Het model voorspelt bijvoorbeeld dat prooien in water hun uitwijkmanoeuvre heel precies moeten timen. Soms gaat het om een venster van ongeveer 100 milliseconden. Of dieren dat in de praktijk echt zo precies kunnen weten de onderzoekers echter nog niet. Daarom worden nu echte achtervolgingen tussen vissen op koraalriffen gefilmd.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Wat werkt het beste voor prooidieren: camouflage of afschrikkende kleuren? en Een zeldzame ontdekking: deze bacterie verandert van sneue prooi in nietsontziende jager als de temperatuur daalt . Of lees dit artikel: De trukendoos van de trompetvis: hij verrast zijn prooi door grotere vissen te ‘schaduwen’ .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


