De vraag waarom poep van de ene persoon zinkt, terwijl het bij de ander blijft drijven, houdt de wetenschap al sinds de jaren zeventig bezig. Nieuw onderzoek ontrafelt voor eens en altijd dit mysterie. 

Een onderzoeksteam van de gerenommeerde Amerikaanse Mayo Clinic legt in vakblad Nature uit waarom bij sommige mensen hun stoelgang drijft terwijl die bij anderen naar de bodem van het toilet zakt. Het betrof een toevallige ontdekking tijdens onderzoek bij laboratoriummuizen, maar de onderzoekers denken dat hun bevindingen ook voor de mens gelden.

Tot de jaren zeventig dachten wetenschappers dat feces zonken of dreven, afhankelijk van de hoeveelheid vet die het bevatte. Experimenten wezen al lang geleden uit dat dit niet de reden is van het verschil in drijfvermogen. Laboratoriumproeven met gezonde menselijke proefpersonen toonden aan dat het verschil te wijten is aan de hoeveelheid gas in de verschillende fecale monsters. Maar de vraag bleef: waarom bevat de ontlasting van sommige mensen structureel meer gas, en dus meer drijfvermogen, dan de ontlasting van anderen?

Op zoek naar de bron
Om daar achter te komen, bestudeerden de onderzoekers het microbioom, oftewel de darmflora, van verschillende laboratoriummuizen en steriliseerden ze de ingewanden van een aantal van de proefdieren. Op deze wijze konden ze verschillende bacteriesoorten isoleren in de muizendarmen en de invloed van het aangepaste microbioom op de spijsvertering en de algehele gezondheid bestuderen. Naarmate de experimenten vorderden, merkten de onderzoekers dat geen van de fecale monsters die door de gesteriliseerde muizen werden geproduceerd, bleef drijven. Bij muizen blijft normaal gesproken ongeveer de helft van de keutels in water drijven.

Figure 9

De bacteriën laten de muizenkeutels drijven. Afbeelding: Scientific Reports

Volgens de onderzoekers bewijzen hun experimenten dat de drijfkracht van ontlasting verband houdt met de bacteriologische samenstelling van het darmmicrobioom. Om meer bewijs te vinden, verzamelden de onderzoekers vervolgens ontlastingsmonsters van gezonde muizen die geen deel uitmaakten van de oorspronkelijke studie, maar die wel drijvende keutels produceerden. Ze injecteerden daarna het fecale materiaal in de ingewanden van de steriele muizen. En toen gebeurde iets opmerkelijks: alle testmuizen begonnen opeens drijvende keutels te produceren. Dit toont volgens de onderzoekers aan dat de reden dat sommige ontlasting blijft drijven, te wijten is aan de bacteriesamenstelling in de darmen. Sommige bacteriën produceren meer gas dan andere.

Windjes en drijvers
De onderzoekers konden de bacteriën die meer gas produceerden niet isoleren, maar merkten wel op dat uit eerder onderzoek al duidelijk is geworden dat de Bacteroides ovatus meer winderigheid veroorzaakt bij menselijke patiënten. Het is daarom logisch om de Bacteroides ovatus ook verantwoordelijk te houden voor het toenemen van het drijfvermogen en de vorming van feces bij mensen. Het team geeft aan dat er nog meer werk verzet moet worden om hun vermoedens definitief te bevestigen. De zoektocht naar andere bacteriekoloniën die ook betrokken zijn bij het produceren van grote hoeveelheden darmgassen, en dientengevolge de drijvende drollen, gaat door.

Gassen in ontlasting
De overmatige aanwezigheid van gassen in de ontlasting komt vaak door gisting en rotting. Ze kunnen het gevolg zijn van het soort voedsel dat mensen consumeren. Ook het eten van een erg grote maaltijd veroorzaakt mogelijk extra gasvorming. De extra lucht maakt de dichtheid van de stoelgang lager, waardoor die in het toilet blijft drijven.

Vaak zijn suikers en suikervervangers (aspartaam, sorbitol, xylitol, sucralose) de boosdoener. Mensen die erg veel vezels eten, krijgen ook sneller te maken met een drijvende stoelgang. De volgende soorten voedsel kunnen zorgen voor extra gasvorming:

  • peulvruchten (bonen)
  • broccoli, bloemkool
  • asperges, spruitjes, uien en artisjokken
  • frisdranken en fruitsappen
  • appels, peren, pruimen en perziken
  • honing
  • suikervrije snoepjes en kauwgom
  • kunstmatige zoetstoffen

Mensen die lactose-intolerant zijn, kunnen lactose niet of slecht verteren. Ook zij kunnen na het consumeren van melkproducten drijvende ontlasting hebben, net als mensen met prikkelbare darm syndroom (PDS).