Waarom kortetermijnstudies een vertekend beeld kunnen geven van uitstervingsrisico’s

Welke diersoorten lopen het grootste risico om uit te sterven? Volgens een nieuwe onderzoek hangt dat antwoord niet alleen af van de plek waar je kijkt, maar ook van de periode waarover je gegevens verzamelt.

Onderzoekers van Wageningen University & Research, de Norwegian University of Life Sciences en allerlei internationale partners combineerden beelden uit recente cameravallen met gegevens van fossielen en de verspreiding van zoogdieren over een periode van 130.000 jaar.

Op basis van gegevens van 64 onderzoekslocaties in Afrika, Azië en Noord- en Zuid-Amerika laten zij zien dat de gekozen tijdsperiode een grote invloed heeft op de soorten die als kwetsbaar naar voren komen. De resultaten zijn gepubliceerd in tijdschrift Science Advances.

Leestip: Stokoude tanden onthullen welke diersoorten klimaatverandering overleven en welke uitsterven

Patronen en hedendaagse waarnemingen

Ze analyseerden 210 zoogdiersoorten vanaf het Eemien, de laatste tussenijstijd, tot nu. Over deze lange periode bleken soorten met een groot lichaamsformaat, kleine hersenen, een vleesetend dieet, een lange generatietijd en een leven op de grond een grotere kans te hebben om uit te sterven. Wat opvalt is dat deze patronen zowel op mondiale als op regionale en lokale schaal grotendeels overeenkomen.

Toen dezelfde kenmerken werden vergeleken met hedendaagse gegevens uit cameravallen, ontstond echter een ander beeld. Zo blijken soorten met kleinere hersenen over een periode van 130.000 jaar vaker uit te sterven, terwijl kortetermijnstudies juist soms suggereren dat soorten met grotere hersenen kwetsbaarder zijn.

Ook grote zoogdieren die zich langzaam voortplanten blijken op de lange termijn gevoeliger voor uitsterven, terwijl zij in hedendaagse cameravalstudies juist relatief goed lijken te presteren. Volgens de onderzoekers komt dat waarschijnlijk doordat cameravallen vooral in beschermde natuurgebieden worden ingezet, waar populaties van grote zoogdieren relatief stabiel zijn.

Leestip: Klimaatverandering bedreigt leefgebied van een derde van de gebruikte Amazone-planten

De juiste tijdschaal voor de juiste vraag

De studie benadrukt dat de gekozen tijdschaal van belang is bij het interpreteren van onderzoek naar biodiversiteit. Wereldwijde en historische onderzoeken vormen een waardevolle basis om lokale natuurbehoudsmaatregelen te ondersteunen, maar alleen wanneer de gebruikte gegevens passen bij de vraag die wordt gesteld.

“Cameravallen hebben onze mogelijkheden om dieren in het veld waar te nemen enorm vergroot. Ze laten soorten zien die we anders nooit zouden detecteren, over grote gebieden en vrijwel in realtime”, vertelt onderzoeker Douglas Sheil van Wageningen University & Research. Hij was betrokken bij de opzet, analyse en interpretatie van het onderzoek. “Maar een korte, lokale momentopname is niet hetzelfde als het complete plaatje. Recente gegevens vertellen ons wat er nu gebeurt, terwijl historische gegevens laten zien wat er al verloren is gegaan. Om uitstervingsrisico’s goed te begrijpen, hebben we beide perspectieven nodig.”

Door hedendaagse ecologische monitoring te combineren met gegevens uit het verre verleden biedt het onderzoek een completer beeld van hoe een uitstervingsrisico zich ontwikkelt en helpt het om moderne biodiversiteitsgegevens beter te interpreteren.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Bronmateriaal

"Predictors of extinction risk in large tropical forest mammals: From global to local" - Science Advances
Afbeelding bovenaan dit artikel: Fahroni, via Envato

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd