Zijn kinderen uit armere gezinnen bereid om meer of juist minder risico’s te nemen in vergelijking met kinderen van rijkere komaf? Een interessante nieuwe studie suggereert dat sociaaleconomische factoren van invloed zijn.

Sommige kinderen nemen veel risico’s. Anderen hebben over het algemeen de neiging om de veiligere optie te kiezen. Dit verschil komt niet enkel voort uit karaktereigenschappen of een gebrek aan zelfbeheersing. Er lijkt meer schuil te gaan achter de keuze van een kind om een gokje te wagen.

Rijkdom en risicogedrag
Een nieuwe studie van Boston University (BU), gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings van de Royal Society B, laat zien dat kinderen met uiteenlopende sociaaleconomische achtergronden verschillende beslissingen nemen, wanneer ze in dezelfde risicovolle situatie worden geplaatst. Hoewel psychologen al langer het vermoeden hebben dat de rijkdom en sociale status van ouders het risicogedrag van hun kinderen beïnvloeden, levert deze studie het eerste experimentele bewijs, zegt Peter Blake, coauteur van het onderzoek.

Gokje wagen
Blake vervolgt: “Het onderzoek levert bewijs dat risicovolle beslissingen in de kindertijd niet altijd een weerspiegeling zijn van een slecht beoordelingsvermogen of een gebrek aan zelfbeheersing.” Kinderen kiezen mogelijk voor het nemen van een risico als zij het gevoel hebben dat dit de beste optie is voor hen, in ogenschouw nemende wat hun sociale en economische achtergrond is. Ze zullen een risico vermijden wanneer dat niet het geval is. Blake zegt dat hij hoopt dat ouders, leraren en anderen die een kind risicovolle keuzes zien maken, even pas op de plaats maken en bedenken dat dergelijke beslissingen gezien de omstandigheden van het kind nuttig kunnen zijn voor hem of haar.

Een kat in het nauw 
Het uitgangspunt van Blakes zogenoemde ‘risicogevoeligheidstheorie’ in de ontwikkelingspsychologie, is ontleend aan het dierenrijk. Verschillende diersoorten werden geobserveerd tijdens het zoeken van voedsel. De risicostrategieën van soortgenoten kunnen flink verschillen, afhankelijk van de beschikbaarheid van hulpbronnen en de omvang van hun behoeften. Zo is het nogal onwaarschijnlijk dat een goed gevoede vos het risico wil lopen om gevaarlijk gebied te betreden voor een grote maaltijd wanneer een kleine, maar fijne hoeveelheid voedsel direct voor zijn neus ligt. Maar een hongerige vos zal veel meer geneigd zijn risico’s nemen voor een groot diner in vijandelijk territorium.

Het rad van fortuin
Om deze theorie op mensen te testen, ontwikkelden Blake en zijn collega Teresa Harvey een experiment om te zien of de risicovoorkeuren van kinderen zouden variëren afhankelijk van hun sociaaleconomische status en de grootte van de aangeboden beloningen. Tientallen kinderen in de leeftijd van 4 tot 10 jaar namen deel aan het onderzoek. Elk kind mocht kiezen tussen een aantal stickers direct of 50 procent kans op veel meer stickers door aan een rad te draaien. Hadden ze pech, dan kregen ze niks. Zo kregen de kinderen allemaal een grote beloningskeuze (vier stickers houden zonder draaien aan het rad, of wél draaien met een kans op acht stickers of niks) en een kleine beloningskeuze (twee stickers houden, of kans op vier of nul stickers). Terwijl de kinderen deelnamen aan het experiment, vulden hun ouders een vragenlijst in met vragen over hun opleidingsniveau en inkomen.

Alles of niks?
Uiteindelijk bleek dat de armere kinderen vaker het ‘grote’ risico namen dan kinderen uit gezinnen met een hogere status. Bij de proef met de kleine beloning was er geen verschil in risicogedrag tussen de verschillende groepen kinderen. “De kinderen met een lagere sociaaleconomische status volgden het patroon dat door de theorie werd voorspeld”, zegt Blake. “Ze gedroegen zich als de hongerige vos. Ze waren meer geneigd om het risico te nemen om de grotere beloning te krijgen. Wanneer het op een keuze voor de lagere beloning of het draaien van het rad aankwam, kozen ze vaker de veilige optie, zodat ze sowieso iets zouden krijgen.”

De studie toonde ook aan dat jongens vaker dan meisjes kiezen voor de risicovolle optie, maar geslachtsverschillen hadden geen invloed op de sociaaleconomische patronen waarin de onderzoekers geïnteresseerd waren. Ook interessant was dat er geen leeftijdsgebonden verschillen in risicovoorkeur te vinden waren.

Vervolgonderzoek
Blake wil zo snel mogelijk een nieuw, groter onderzoek opzetten om nog meer te weten te komen over dit fenomeen. Hij heeft een flink aantal kanttekeningen bij de opzet van de huidige studie en wil deze in de toekomst zo veel mogelijk wegnemen. De onderzoeker vindt het fascinerend om te zien hoe kinderen bepalen hoeveel tijd en moeite ze investeren in verschillende activiteiten en hoopt dat het risicovolle gedrag ze op bepaalde manieren kan helpen in het leven. “Je vertelt ze dat huiswerk maken op de lange termijn vruchten afwerpt”, zegt Blake. “Dat is de moeite die ze nu moeten doen, in tegenstelling tot de deur uitgaan om met hun vrienden te spelen. Ze moeten dit soort keuzes continu afwegen en beslissingen nemen. Gaan ze voor de onmiddellijke beloning of kiezen ze voor iets dat op de lange termijn mogelijk wél of juist niet werkt.”