Grotere boom, meer koolstofopslag. Dat klinkt logisch. Maar hoeveel meer precies? Onderzoekers van de Nationale Universiteit van San Martín in Peru wilden dat weten. Ze trokken vijf verschillende bossen in de Peruaanse Amazone in, legden honderd onderzoeksplots aan en bestudeerden 535 bomen. Spoiler: de verdeling is behoorlijk scheef.
De onderzoekers keken naar zeven veelvoorkomende boomsoorten en verdeelden ze in groepen: bomen met een stamdiameter kleiner dan 41 centimeter en bomen die daar bovenuit steken. Het verschil tussen deze twee groepen blijkt groot.
Neem de Manilkara bidentata, een tropische hardhoutreus. Driekwart van alle exemplaren heeft een stam dikker dan 41 centimeter. Deze groep is verantwoordelijk voor 93 procent van alle bovengrondse koolstofopslag van deze soort. De dunne boompjes dragen een schamele 7 procent bij.
Dit patroon kwam steeds terug. Bij de soort Brosimum alicastrum slaan de dikke bomen 89 procent van de koolstof op. Bij de Ficus insipida is dat 90 procent, bij Inga-soorten 92 procent en bij Pourouma cecropiifolia opnieuw 90 procent. Keer op keer hetzelfde verhaal: bomen met een stamdiameter vanaf 41 centimeter doen vrijwel al het werk.
De correlatie tussen stamdikte en koolstofopslag is dan ook extreem sterk. De onderzoekers vonden een Spearman-correlatie van 0,93 voor bovengrondse koolstof en 0,95 voor ondergrondse koolstof. In gewone-mensentaal: hoe dikker de boom, hoe meer koolstof. Vrijwel zonder uitzondering.
Niet voor alle soorten
Voor de meeste soorten ligt de kritieke grens bij 41 centimeter. Maar niet voor allemaal. Neem Nectandra, een geslacht van laurierbomen. Hier ligt de grens op 46 centimeter. Bomen onder die grens slaan gemiddeld 0,39 ton koolstof per hectare op. Bomen erboven zitten op 2,50 ton, meer dan zes keer zoveel.
En dan is er Cedrelinga catenaeformis, een van de grootste boomsoorten van de Amazone. Hier ligt de grens pas bij 61 centimeter. Bomen onder die grens slaan 0,70 ton per hectare op. De reuzen erboven? Die zitten op 5,21 ton.
Alles bij elkaar slaan de zeven onderzochte soorten met een diameter van 41 centimeter of meer zo’n 198 ton bovengrondse koolstof per hectare op, plus nog eens 30 ton ondergronds. Dat is een enorme voorraad.
De regels slaan nergens op
Hier wringt de schoen. De Peruaanse overheid hanteert sinds 2002 minimumdiameters waarboven bomen gekapt mogen worden. Voor veel commercieel interessante soorten ligt die grens op precies 41 centimeter. De bomen die je het hardst nodig hebt voor koolstofopslag, zijn volgens de huidige regels dus vogelvrij.
De onderzoekers zijn er duidelijk over: dit beleid staat haaks op Peru’s klimaatambities. Haal je de dikste bomen weg, dan verdwijnt in één klap een enorme hoeveelheid opgeslagen koolstof de atmosfeer in. Jonge aanplant kan dat niet compenseren. Niet binnen tientallen jaren en waarschijnlijk pas na een eeuw of langer.
De Amazone staat op omvallen
De situatie is urgent. Schattingen wijzen erop dat de Amazone een kritieke grens bereikt wanneer 20 tot 25 procent van het bos verdwenen of beschadigd is. Voorbij dat punt kan het ecosysteem niet meer herstellen. Het wordt dan een soort zombiebos: nog wel aanwezig, maar niet meer in staat zichzelf te vernieuwen. Volgens cijfers uit 2022 zit de Amazone nu al op 26 procent.
En het verdwijnen van grote bomen maakt niet alleen koolstof vrij. Deze reuzen spelen een sleutelrol in het hele ecosysteem. “Het beschermen van deze bomen zou ook helpen om biodiversiteit en bosmicrofauna te behouden, en bosmicroklimaten te bufferen tegen toekomstige klimaatverandering”, zegt Geomar Vallejos-Torres, hoofdauteur van de studie in een persbericht.
Grote, oude bomen bieden namelijk nestplekken, voedsel en beschutting voor talloze diersoorten. Ze reguleren ook de waterhuishouding en ze zorgen voor schaduw die de bosbodem koel houdt. Haal je ze weg, dan raakt het hele systeem uit balans.
Wat nu?
De onderzoekers willen dat de kapregels fundamenteel op de schop gaan. Weg met die vaste minimumdiameters per soort. In plaats daarvan zouden houtkapbedrijven per soort moeten onderbouwen waarom een bepaalde diameter verantwoord is.
De volgende stap voor de onderzoekers is om uit te zoeken welke functionele eigenschappen van bomen, zowel boven- als ondergronds, bepalen hoeveel koolstof ze opslaan. Waarom slaat de ene soort meer op dan de andere? Als we dat beter begrijpen, kunnen we gerichter beschermen.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Amazonegebied toch niet puur natuur: invloed van de mens nog steeds zichtbaar en Waarom de reuzen van het Amazonewoud sterker groeien dan ooit. Of lees dit artikel: Wetenschappers stelen 22 jaar lang water van bomen – en ontdekken dat dat niet handig is.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


