Regelmatig bewegen is een van de beste adviezen voor een lang en gezond leven. Toch lijkt het niet alleen te draaien om zoveel mogelijk minuten maken. Want het is niet de hoeveelheid, maar juist de afwisseling die het verschil maakt. Slimme sporters leven het langst.
Een groot langlopend onderzoek, dat deze week is gepubliceerd in BMJ Medicine, doet vermoeden dat mensen die verschillende soorten lichaamsbeweging combineren, langer leven dan sporters, die altijd hetzelfde doen.
“Variatie lijkt effectiever dan meer van hetzelfde”, schrijven de onderzoekers. Een actieve leefstijl blijft belangrijk, maar een mix van verschillende soorten lichamelijke activiteit hangt samen met een lagere kans op vroegtijdig overlijden. Afwisseling zorgt dus mogelijk voor een extra beschermend effect.
Dertig jaar aan data
De onderzoekers analyseerden een enorme hoop gegevens uit twee grote Amerikaanse cohortstudies met in totaal meer dan 170.000 mensen. Elke twee jaar vulden de deelnemers uitgebreide vragenlijsten in over hun gezondheid, leefstijl en beweging. Daarbij werd niet alleen gevraagd hoeveel ze bewogen, maar ook wat ze precies deden: van wandelen, joggen en fietsen tot zwemmen, krachttraining, yoga, tuinieren en traplopen.
Het team rekende al die activiteiten om naar zogenoemde MET-scores: een maat voor energieverbruik waarbij rust gelijkstaat aan 1 MET. Hoe intensiever de activiteit, hoe hoger de score. Tijdens de follow-upperiode overleden bijna 39.000 deelnemers, onder meer aan hart- en vaatziekten, kanker en luchtwegaandoeningen.
Zoals verwacht hadden mensen die meer bewogen een lagere sterftekans. Maar het beschermende effect van beweging vlakt af na ongeveer 20 MET-uren per week. Het lijkt er dus op dat er een optimaal punt is en dat meer bewegen niet automatisch extra winst oplevert.
Slim sporten
Van alle afzonderlijke activiteiten is wandelen het sterkst gelinkt aan een langere levensduur. De meest fanatieke wandelaars hadden een 17 procent lagere kans op overlijden dan degenen die het minst wandelden. Ook andere activiteiten scoorden goed: racketsporten zoals tennis en squash (15 procent), roeien of gymnastiek (14 procent), krachttraining (13 procent), hardlopen (13 procent) en traplopen (10 procent). Fietsen liet slechts een bescheiden effect zien van 4 procent.
Maar de grootste winst zit hem in het combineren van sporten. Mensen met de meeste variatie in hun beweegpatroon liepen liefst 19 procent minder kans om te overlijden (gecorrigeerd voor de totale hoeveelheid beweging). Voor specifieke oorzaken zoals hartziekten, kanker en longaandoeningen lag dat voordeel zelfs tussen de 13 en 41 procent.
Waarom afwisseling helpt
De onderzoekers kunnen niet bewijzen dat variatie de directe oorzaak is van een langer leven. Het gaat immers om observationele data en de beweging werd door deelnemers zelf gerapporteerd. Toch past het beeld bij wat we al weten: verschillende activiteiten belasten en trainen het lichaam op andere manieren. Het team vat het als volgt samen: “Alles bij elkaar ondersteunen deze gegevens het idee dat langdurige deelname aan meerdere soorten lichamelijke activiteit kan bijdragen aan een langere levensduur.”
Met andere woorden: trek niet alleen je wandelschoenen aan, maar pak ook eens de fiets, doe wat krachttraining, probeer een potje padel of werk in de tuin. Afwisseling is niet alleen leuk, het lijkt je de beste kans te geven op een lang en gezond leven.


