Een wiskundig model laat zien dat groepen zonder een leider minstens net zo goed kunnen presteren als centraal aangestuurde organisaties.
Wat werkt beter: één leider die de taken verdeelt, of een groep waarin iedereen zelf beslist wat nodig is? Die vraag houdt denkers en wetenschappers al eeuwen bezig. Een nieuwe studie, geïnspireerd op honingbijen, laat zien dat groepen zonder centrale leider minstens even goed kunnen functioneren. Soms zijn ze zelfs effectiever en beter bestand tegen problemen. Het onderzoek is te vinden in Proceedings of the National Academy of Sciences.
Digitale bijen
De onderzoekers gebruikten een wiskundig model dat een bijenkolonie simuleerde. Daarmee bekeken ze hoe een groep voedsel zoekt in een omgeving die steeds verandert. Sommige bijen gingen op onderzoek uit. Andere bijen bleven wachten tot de omstandigheden gunstig waren. Volgens het model ontstaat zo vanzelf een taakverdeling: een kleine groep durft risico te nemen en blijft de omgeving verkennen terwijl de meerderheid afwacht en pas in actie komt wanneer er genoeg voedselbronnen gevonden zijn.
“We ontdekten dat samenlevingen zonder centrale leiding minstens net zo goed kunnen werken als samenlevingen waar wel een centrale leider aanwezig is,” zegt hoofdonderzoeker Zachary Kilpatrick. Hij is hoogleraar toegepaste wiskunde en onderzoekt hoe dieren en mensen beslissingen nemen. “Op veel manieren kan zo’n gedecentraliseerde machtsverdeling een groep uiteindelijk zelfs effectiever en veerkrachtiger maken dan groepen waar wel een individu met de scepter zwaait.”
Onderlinge rolverdeling
Bijen hebben geen centrale leider die bepaalt wie welke taak uitvoert. De koningin legt eieren en verspreidt chemische signalen, maar zij vertelt de werksters niet wat ze moeten doen. Toch werken bijen heel effectief samen: sommigen zoeken voedsel of verzamelen informatie. Anderen blijven in het nest en houden de kolonie schoon. Bij andere dieren is er wel een duidelijke rangorde. In een kudde olifanten bepaalt vaak het oudste vrouwtje waar water te vinden is of wanneer de groep moet vluchten. Bij wolven speelt het broedpaar een belangrijke rol bij het kiezen van jacht- en rustplaatsen.
De onderzoekers wilden weten welk systeem onder welke omstandigheden het beste werkt. Daarom maakten zij verschillende versies van hun model. Ze veranderden onder meer de grootte van de groep, de kwaliteit van de omgeving en de manier waarop taken werden verdeeld. In sommige modellen bepaalde één centraal figuur wat ieder groepslid moest doen. In andere modellen maakten de individuen een eigen keuze. Die keuze hing af van hun bereidheid om risico te nemen.
De uitkomst was opvallend: beide systemen presteerden ongeveer even goed. Echter had de groep zonder leider een belangrijk voordeel. Kilpatrick legt uit: “Als een leider wegvalt verzwakt daardoor de hele groep. Een groep zonder centrale leiding loopt dat risico niet: daar zijn vaak meerdere manieren waarop belangrijke informatie zich kan verspreiden.”
Creatieve geesten
De studie laat ook zien hoeveel verkennende bijen een kolonie nodig heeft. Daaruit blijkt dat, naarmate de groep groeit, je verhoudingsgewijs steeds minder verkenners nodig hebt. Dat komt doordat elke extra verkenner uiteindelijk steeds minder nieuwe informatie ontdekt. De eerste verkennende bij zal waarschijnlijk regelmatig belangrijke dingen ontdekken. Maar de tiende verkenner zal waarschijnlijk alleen maar dingen vinden die anderen al gevonden hebben.
Kilpatrick legt uit: “het is voor een bij gevaarlijk om op pad te gaan. Daarnaast kost het verkennen van de omgeving ook veel energie. Als te veel bijen de omgeving verkennen, verspilt de kolonie daarmee veel energie voor weinig extra voordeel. Diezelfde regel kan ook gelden voor mensen: in een klein team moet misschien de helft continu zoeken naar nieuwe ideeën. Maar in een grotere organisatie is die extreme rolverdeling dus niet altijd nodig.”
Leestip: Waarom hittebestendige bijen het hardst geraakt kunnen worden door de stijgende temperaturen
Daarmee zijn de resultaten niet alleen nuttig voor biologen. Ze kunnen namelijk ook heel nuttig zijn voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Denk bijvoorbeeld aan dronezwermen die efficiënt samen moeten werken, of nieuwe AI-modellen waarbij veel losse onderdelen samen moeten werken om een gezamenlijk doel te bereiken.
Ook bedrijven kunnen iets leren van de (digitale) bijen: naarmate bedrijven en instellingen groter worden ontstaat vaak een duidelijke hiërarchie. Toch komen de belangrijkste vernieuwingen vaak van mensen die op eigen initiatief iets nieuws proberen. Uit dit onderzoek blijkt dat het heel voordelig kan zijn om deze individuen de ruimte te geven: uiteindelijk kan het hele bedrijf profiteren van de innovatieve ideeën die zij te bieden hebben.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Honingbijen zijn beter bestand tegen hittestress als ze samen zijn en Helaas: mensen met een duistere persoonlijkheid worden vaker leiders . Of lees dit artikel: Waarom gehoorzamen we aan leiders? Dat zit evolutionair veel dieper dan gedacht .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


