Van vrijdag 30 januari tot en met zondag 1 februari is het weer tijd voor de Nationale Tuinvogeltelling. In één weekend tellen mensen in heel Nederland een half uur lang welke vogels hun tuin bezoeken.
De Nationale Tuinvogeltelling bestaat al sinds 2003. Het is niet zomaar dat zo’n groot evenement al zo vaak georganiseerd wordt. Het levert namelijk elk jaar weer een enorme schat aan data op die veel kan zeggen over hoe het met onze tuinvogels gaat. Daarbij geldt dat hoe vaker de Tuinvogeltelling georganiseerd wordt, hoe beter we trends en veranderingen we kunnen zien.
Leestip: Eeuwenoud oogmysterie eindelijk opgelost: vogels zien zonder zuurstof
Om die dataset zo groot mogelijk te maken wordt de hulp van burgers ingeroepen. Timo Roeke, van de Vogelbescherming Nederland, zegt: “de Nationale Tuinvogeltelling is zo groot omdat alleen met heel veel deelnemers tegelijk een betrouwbaar landelijk beeld ontstaat. Één organisatie kan onmogelijk in alle tuinen van Nederland tellen.”
Meedoen hoeft trouwens niet ingewikkeld te zijn. De telling is juist bedoeld als een laagdrempelige kennismaking met de natuur om je heen. Dat is ook waarom de telregels in 2009 zijn aangepast: niet een uur, maar een half uur tellen. Na een half uur worden meestal geen nieuwe soorten meer gezien, en het is makkelijker vol te houden.
Op MijnTuinvogeltelling.nl helpt een app met duidelijke illustraties, zodat je snel kunt checken welke vogel je ziet. In de meeste tuinen kom je vooral een herkenbare “kerngroep” tegen. Die bestaat uit de koolmees, pimpelmees, huismus, merel, roodborst, houtduif, Turkse tortel en de ekster.
Data filteren
De dataset die ontstaat kan niet meteen gebruikt worden door wetenschappers. Roeke: “de gegevens krijgen pas waarde nadat ze geanalyseerd, opgeschoond en geïnterpreteerd zijn.” Dus heb je per ongeluk een bosuil geteld terwijl het eigenlijk een pimpelmees was? Dan is dat niet zo héél erg: naderhand wordt de data gefilterd om onwaarschijnlijke meldingen eruit te halen. En omdat er zo veel tellingen binnenkomen, worden kleine telfouten als het ware ‘verdund’ door de zee aan data.
Uiteindelijk krijgen we daardoor meer inzicht in hoe vogels onze tuinen gebruiken in de winter. Soms vallen veranderingen daarbij extra op. Zo beschrijft een onderzoek van de Vogelbescherming uit 2018 dat de spreeuw in de loop der jaren sterk terugzakte: van de vierde plek in 2003 naar buiten de top-10 in 2016.
Ook zie je verschuivingen die met stad en klimaat te maken kunnen hebben, zoals de opkomst van de halsbandparkiet en de Turkse tortel. En ook het weer telt mee: bij koud, wit winterweer doen meer mensen mee én zien deelnemers gemiddeld meer vogels. In strenge winters trekken sommige soorten zelfs extra naar tuinen. Tijdens de winter van 2013 werden bijvoorbeeld recordaantallen grote bonte spechten en vinken gemeld.
Duidelijke populatietrends
Voor de telling van 2026 hoopt Roeke vooral op duidelijkheid. “Het gaat niet zozeer om ‘goede’ of ‘slechte’ resultaten, maar om gegevens die duidelijk de richting van de populatietrends laten zien,” zegt hij. Hij noemt soorten die al langer onder druk staan, zoals de groenling en de merel, en is benieuwd of nieuwe overwinteraars zoals de zwartkop en de tjiftjaf zich blijven laten zien na een winter met sneeuw.
Maar waarom zou je daar als tuinbezitter iets om geven? Roeke: “Vogels doen veel meer dan ‘leuk zijn om naar te kijken’. Ze eten ook grote aantallen insecten, verspreiden zaden en laten snel zien wanneer er iets schuurt in onze leefomgeving. Ze zijn letterlijk de kanarie in de kolenmijn”. En hij benadrukt: vogels kunnen zelf prima kiezen waar ze willen leven. Sommige vogels vinden het fijner in het bos, maar andere soorten willen graag bij ons in de buurt bivakkeren.
Sommige soorten, zoals de huismus, leven daardoor al heel lang samen met mensen. Voor die soorten maakt het veel uit hoe we onze tuinen inrichten. Denk daarbij aan het plaatsen van meer inheemse planten en het aanbieden van meer schuilplekken, zoals vogelhuisjes.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Deze vogel leidt je naar honing, maar alleen als je het lokale ‘dialect’ spreekt en Opgejaagd door de lente: hoe Arctische vogels hun migratie versnellen . Of lees dit artikel: Zorgwekkend veel plastic aangetroffen in magen van Mediterrane zeevogels .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


