Waarom een stadstoilet ons van Iran afhankelijk maakt

Wat hebben stadstoiletten te maken met oorlog in het Midden-Oosten? Meer dan je denkt. Onze voedselvoorziening hangt vandaag de dag namelijk samen met een systeem dat ooit begon toen we onze voedingsstoffen niet meer terugbrachten naar de plek waar ons eten groeide.

Tienduizend jaar geleden was dat nog anders. Mensen verbouwden voedsel en hielden dieren op de plek waar ze woonden. Planten haalden stikstof en fosfaat uit de bodem, mensen en dieren aten die planten op, en via mest keerden die stoffen weer terug in de grond. Een gesloten kringloop.

Met de opkomst van steden brak die kringloop. Voedsel werd buiten de stad geproduceerd, maar binnen de stad geconsumeerd. Wat wij vervolgens uitpoepten, verdween via het riool richting zee. De landbouwgrond raakte daardoor uitgeput.

Eerst werd dat probleem opgevangen met vogelpoep van eilanden voor Peru, een vroege vorm van kunstmest waar zelfs oorlog om werd gevoerd. Later bracht het Haber-Boschproces uitkomst: kunstmest gemaakt met stikstof uit de lucht en aardgas. Ook fosfaat halen we uit gesteente, maar daarvoor is zwavel nodig, gewonnen uit fossiele brandstoffen.

En precies daar wringt het. Aardgas, zwavel en kunstmestproductie lopen deels via de Straat van Hormuz. Als daar verstoringen ontstaan, stijgen niet alleen de energieprijzen, maar mogelijk ook de prijs van kunstmest en uiteindelijk ons voedsel. Zo lost technologie een probleem op, terwijl ze ons tegelijk opnieuw afhankelijk maakt.

Categorieën:

Bronmateriaal

Afbeelding bovenaan dit artikel: Unsplash - Giorgio Trovato

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd