Waarom deze piepkleine vogel uit Nederland duizenden kilometers omvliegt

Jonge bonte vliegenvangers reizen alleen naar Afrika. Toch komen soortgenoten uit hetzelfde land vaak op dezelfde overwinteringsplek uit.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Elke herfst vertrekken miljarden trekvogels naar warmere gebieden om daar te overwinteren. Zo ook de bonte vliegenvanger. Het kleine zangvogeltje weegt maar zo’n 12 gram, maar vliegt desondanks duizenden kilometers naar Afrika. Sommige bonte vliegenvangers leggen ongeveer 3000 kilometer af. Anderen vliegen zelfs bijna 13.000 kilometer.

Het valt al langer op dat soortgenoten uit hetzelfde land vaak dicht bij elkaar overwinteren: de bonte vliegenvangers die in Nederland broeden overwinteren op een andere plek in Afrika dan hun Spaanse soortgenoten. Echter is er sprake van een raadsel: jonge bonte vliegenvangers reizen niet met hun ouders mee, vliegen vaak alleen en soms ook nog eens in het donker. En ondanks dat komen ze vaak toch op dezelfde plek uit als hun soortgenoten uit hetzelfde land.

Een Europees onderzoeksteam denkt nu te weten hoe ze dat doen. Volgens hen bestaat het antwoord mogelijk uit twee delen: de plek waar een bonte vliegenvanger overwintert wordt bepaald door erfelijke aanleg en door de plek waar de vogel opgroeit. De studie is te vinden in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

Kleine dataloggers

Om dat te ontdekken volgden de onderzoekers bonte vliegenvangers uit acht gebieden in Europa. Dat deden ze met kleine dataloggers. Die apparaatjes lieten zien welke route de vogels namen en waar ze in Afrika terechtkwamen. De vogels kwamen uit een groot gebied: van Spanje tot Siberië. Toch was de eerste stap voor alle vogels hetzelfde: ze vlogen allemaal eerst naar Spanje en Portugal. Daar bleven ze eerst een tijd, voordat ze aan hun lange trek naar Afrika begonnen.

De route die ze dan volgen gaat recht over de Atlantische Oceaan. Na onafgebroken ongeveer veertig uur lang te hebben gevlogen komen ze uiteindelijk aan in het westen van Afrika. Daar verandert hun route op basis van waar ze van origine vandaan komen: Spaanse vogels blijven vooral in het westen van Afrika rondhangen, terwijl hun Siberische soortgenoten doorvliegen tot diep in Nigeria.

Leestip: Meer glas dan groen: prieelvogels in de stad bouwen hun priëlen vooral met ons afval

Dat is opvallend, want die Siberische vogels maken daarmee een grote omweg. “Het is opmerkelijk dat deze bonte vliegenvangers uit Siberië zo’n enorme omweg nemen”, zegt promovendus Koosje Lamers van de Rijksuniversiteit Groningen. “Als ze via Italië en de Sahara zouden vliegen zou dat ze zo’n 4500 kilometer schelen.”

Lamers wijst erop dat die kortere route momenteel al wordt gebruikt door een nauwverwante soort: de withalsvliegenvanger. “Het is goed mogelijk dat deze vreemde omweg vooral een evolutionair overblijfsel is uit het verleden”, zegt Lamers. Volgens haar kwamen tijdens de ijstijden bonte vliegenvangers vermoedelijk vooral voor in het westen van Afrika en Europa.

Bijzondere proef

Om te testen hoe de precieze overwinteringsplek wordt gekozen voerden de onderzoekers een bijzondere proef uit: ze haalden eieren van Nederlandse bonte vliegenvangers weg en brachten die naar het zuiden van Zweden. Daar werden de eieren uitgebroed door Zweedse ‘pleegouders’. Ook verplaatsten de onderzoekers Nederlandse vrouwtjes naar Zweden. Daardoor kregen sommige jongen een Nederlandse moeder en een Zweedse vader.

Daarna volgden de onderzoekers waar deze vogels in Afrika overwinterden. De uitkomst was duidelijk: Nederlandse vogels kwamen in Afrika ongeveer 500 kilometer oostelijker terecht dan vogels uit Zweden. De Nederlandse vogels die in Zweden waren opgegroeid kozen een plek die daar ongeveer tussenin zat. De jongen met een Nederlandse moeder en een Zweedse vader kwamen uit op een locatie uit die iets dichter bij de Zweedse overwinteringsplek lag.

Klimaatverandering

Daarmee laten de onderzoekers twee dingen zien. Ten eerste laten ze zien dat waarschijnlijk de genen een deel van de reis kan bepalen. Echter laten ze dus ook zien dat de omgeving waarin jongen opgroeien veel kan bepalen. Dat verschil zit waarschijnlijk niet in de richting die ze opvliegen; alle onderzochte groepen streken eerst neer in Spanje en het westen van Afrika. Het lijkt er eerder op dat vooral de lengte van de reis verschilt: sommige vogels stoppen dus veel eerder, terwijl anderen nog heel lang doorvliegen.

De ontdekking is belangrijk vanwege meerdere redenen. Ten eerste omdat ook trekvogels last hebben van de klimaatverandering. Veranderingen in temperatuur kunnen invloed hebben op het moment waarop vogels vertrekken of terugkeren. Waar een vogel in Afrika overwintert kan daarbij veel uitmaken. Daarnaast laat het onderzoek ook zien dat er nieuwe overwinteringsplekken kunnen ontstaan. De plek waar een vogel overwintert staat dus niet altijd vast, maar kan veranderen op basis van waar zijn of haar ouders vandaan komen.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Hoe baby’s leren praten? Nou, op dezelfde manier als zangvogels en Microfoons onthullen wat vogels doen als er een havik roept . Of lees dit artikel: Deze roofvogel krijgt vaker dochters als er in een leefgebied meer dan genoeg eten te vinden is .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"Innate factors and ontogeny determine non-breeding areas of migrant songbirds" - Science
Afbeelding bovenaan dit artikel: Richard Ubels, University of Groningen

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd