Waarom de een verslaafd raakt aan cocaïne en de ander niet

Waarom raakt de ene persoon verslaafd aan cocaïne en de ander niet? Bij ratten blijkt alvast dat een deels erfelijke “rem” in het brein de oorzaak zou kunnen zijn.

Cocaïne is in de Lage Landen nooit ver weg. Antwerpen is al jaren de belangrijkste invoerhaven van Europa. In het rioolwater van de koekenstad worden de hoogste cocaïnesporen van het continent gemeten. Amsterdam en Rotterdam volgen op de voet. Steeds meer mensen raken verslaafd aan het goedje, maar niet iedere gebruiker heeft dat probleem. Sommige mensen kunnen cocaïne af en toe gebruiken als party drug, zonder er de dag erna zin in te hebben. Een nieuwe studie in het vakblad eNeuro verklaart nu misschien waarom zij dat kunnen.

Het idee van de onderzoekers draait de gangbare kijk op verslaving om. We zien verslaving meestal als een “beloningsziekte”: de drug voelt zo goed dat je hem blijft zoeken, koste wat het kost. Maar cocaïne heeft ook een keerzijde (nou ja, meer dan één). Als de euforie wegebt, volgt bij veel gebruikers een onaangename terugslag. Die cocaïnekater fungeert ook als een soort natuurlijke rem die verder gebruik afremt. De hypothese van de onderzoekers: wie ontspoort en verslaafd wordt, voelt die rem misschien minder sterk.

Neiging tot verslaving erfelijk?

Om te testen of zo’n rem genetisch overdraagbaar is, keken de onderzoekers naar ratten. Eerst bleek dat doodgewone labratten sterk van elkaar verschillen. Sommige ratten hebben extreme cocaïnekaters, andere staan te popelen om meteen weer een lijntje te snuiven.

Toen de onderzoekers ook naar hun nakomelingen keken, kwam de clou: de nakomelingen van de ratten die het hardst “crashten”, crashten zelf ook hard. Het nageslacht van de minst gevoelige dieren had opnieuw weinig last. De gevoeligheid voor die kater bleek dus inderdaad deels erfelijk. Bij een vergelijking van verschillende genetische rattenstammen bleek dat sommige stammen cocaïne van nature mijden. Een tweede groep zit ertussenin, en de laatste groep mijdt het goedje helemaal niet.

Leestip: Kunnen we met dit medicijn de strijd tegen cocaïneverslaving winnen?

Niet gewoon bange ratten

Een voor de hand liggende verklaring zou zijn dat de straight-edge ratten simpelweg angstige, allesvermijdende types waren. Maar dat klopte niet. Er lijkt dus iets heel specifieks in hun brein te gebeuren rond juist cocaïne.

Dat “iets” heeft het lab eerder al opgespoord. Een onderzoeker van het lab heeft in het verleden een hersengebied helpen ontdekken en in kaart brengen (de rostromediale tegmentale kern, kortweg RMTg) dat als een rem werkt op het dopaminesysteem en aanslaat bij onaangename ervaringen. Wat toen bleek is dat dit gebied de afkeer van cocaïne aanstuurt en dat dieren met een actievere rem de drug meer mijden. De nieuwe studie voegt daar een laagje bovenop: de kracht van de rem lijkt deels in de genen te zitten.

Dit kan heel nuttig zijn, indien het bij mensen ook zo werkt. Misschien is verslaving niet alleen een kwestie van “te veel genot kunnen voelen”, maar evengoed van “te weinig rem” hebben. Wie de negatieve gevolgen nauwelijks ervaart, mist een natuurlijke waarschuwing en loopt daardoor meer risico om verslaafd te worden.

Ratten zijn geen mensen

Tegelijkertijd mogen we niet vergeten: dit zijn ratten. “Erfelijk bij ratten” betekent niet dat verslaving bij mensen op dezelfde manier werkt; de omgeving, leeftijd, stress en aanbod spelen minstens een even grote rol. Het onderzoek verklaart met vrij veel zekerheid hooguit waarom de ene rat de drug links laat liggen en de andere niet.

Toch zet dit onderzoekers op een interessante denkpiste. Wie verslaving wil begrijpen of behandelen, kijkt vaak naar de beloningskant. Dit onderzoek laat zien dat de andere kant net zo belangrijk zou kunnen zijn. Als dit ook zo bij mensen werkt, kan dat de behandeling van verslaving misschien wel fundamenteel veranderen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd