Opruimcellen in het vetweefsel lijken een soort van herinnering aan overgewicht vast te houden, zo blijkt uit onderzoek dat gepubliceerd is in het vakblad Science Translational Medicine. Het goede nieuws: bij muizen kon dit mechanisme met een experimenteel middel worden hersteld.
Het mechanisme werkt doordat de opruimcellen in vetweefsel verkeerd afgesteld raken en die ontregeling blijft ook na gewichtsverlies bestaan. Daardoor ruimen ze dode vetcellen slechter op, waardoor ook de vetverbranding trager verloopt.
In vetweefsel zit namelijk veel meer dan vet alleen. Er leven ook grote aantallen afweercellen die afval moeten opruimen. Naarmate iemand meer vet heeft, sterven er meer vetcellen af en krijgen die opruimcellen het steeds drukker.
Een montagefout in de genkopie
De onderzoekers, die aan verschillende Japanse onderzoeksinstellingen werken, hebben het mechanisme onderzocht. Zij zetten muizen twaalf weken lang op een vetrijk dieet en daarna zes weken op een vetarm dieet. Sommige dieren vielen gemakkelijker af dan andere. Bij de moeilijke afvallers bleken de opruimcellen in het buikvet in slechtere staat.
Daarna keken de onderzoekers naar de cellen zelf. Om een eiwit te bouwen maakt een cel eerst een kopie van een gen, knipt daar overbodige stukken uit en plakt de rest aan elkaar. Bij muizen met obesitas raakte dat knip- en plakwerk ontregeld. Ruim de helft van die fouten bleef bestaan nadat de kilo’s eraf waren. Die cellen hebben met andere woorden een soort geheugen van dat overgewicht.
Een grijparm die de buitenkant niet haalt
Eén gen springt eruit. Het levert normaal een grijparm die aan de buitenkant van de opruimcel gaat zitten en dode cellen vastpakt. Door de knip-en-plakfout ontstaat een tweede, ingekorte variant van diezelfde grijparm. De twee armen klitten aan elkaar. Het koppel raakt zo vast in de cel en wordt afgebroken voordat het ooit de buitenwand bereikt. Het gevolg: minder werkende grijpers en dus zwerfafval dat blijft liggen. In het vetweefsel van deze muizen stapelden dode cellen zich op.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
De signaalstof die in dode cellen zit
Dode cellen zitten vol inosine, een signaalstof die vetcellen aanzet om hun voorraad af te breken. Wordt er minder opgeruimd, dan komt er ook minder van de stof vrij en wordt er minder vet verbrand.
Muizen met het defect kregen dagelijks een inosine-injectie wanneer ze hun magere dieet kregen. Ze vielen daardoor sneller af en verloren alsnog buikvet.
Vervolgens gingen de onderzoekers de fout bij de bron aanpakken. Met een klein stukje kunstmatig erfelijk materiaal blokkeerden ze de verkeerde variant. De grijparm belandde weer op de celwand, het opruimen kwam op gang, er kwam weer meer van de signaalstof vrij en de dieren vielen vlotter af.
Ook bij mensen aanwijzingen
In menselijk buikvet zagen de onderzoekers hetzelfde patroon. Bij slanke mensen zat het betrokken eiwit netjes in de celkern van de opruimcellen. Bij mensen met obesitas was daar veel minder van te bekennen en hoe hoger de BMI, hoe zwakker het signaal. In gekweekte menselijke cellen zorgde het uitschakelen van datzelfde eiwit voor dezelfde verschuiving als bij muizen.
Het leeuwendeel van het bewijsmateriaal komt voorlopig wel nog altijd van muizen. Het menselijke luik bestaat uit weefselmonsters van in totaal 38 personen plus proeven in kweekschaaltjes. Dat toont een verband, geen oorzaak, en moet op grotere schaal gerepliceerd worden.
De behandeling werkte bovendien alleen bij dieren die het defect ook echt hadden. Gezonde muizen vielen er niet sneller door af. Wie hier ooit een therapie van wil maken, zou dus eerst moeten kunnen bepalen bij wie de opruimcellen haperen.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

