Mogelijk zijn hun botten verkocht om verwerkt te worden tot kunstmest, zo concludeert een archeoloog in een nieuwe studie.

Het is misschien wel één van de bekendste veldslagen uit de geschiedenis: de Slag bij Waterloo. Tijdens deze slag – die op 18 juni 1815 plaatsvond – werd de beroemde Franse generaal en dictator Napoleon Bonaparte definitief verslagen. Het moet een bloedige strijd zijn geweest; zowel aan de kant van de Fransen als hun tegenstanders (Britse, Nederlandse, Hannoverse en Pruisische eenheden) waren duizenden tot tienduizenden dodelijke slachtoffer te betreuren. Opvallend genoeg zijn er op en rondom het slagveld echter nooit massagraven, gevuld met de lichamen van deze gesneuvelde soldaten, teruggevonden. En dat roept dan ook de vraag op: waar zijn hun stoffelijke resten gebleven?

Meststoffen
207 jaar nadat Napoleon zijn Waterloo vond, is die vraag nog altijd onbeantwoord, zo moet professor Tony Pollard concluderen. Reden genoeg voor de archeoloog, verbonden aan de universiteit van Glasgow, om zich nog eens in de kwestie vast te bijten. Het resulteert in een onderzoeksartikel waarin hij het mysterie nog steeds niet helemaal weet op te lossen, maar het idee dat de botten van de gesneuvelde soldaten als grondstof voor meststoffen verkocht zijn, wel wat terrein lijkt te winnen.

Getuigenissen
Voor zijn nieuwe onderzoeksartikel boog Pollard zich onder meer over nog niet eerder bestudeerde beschrijvingen en tekeningen van het slagveld, gemaakt door mensen die dit slagveld in de dagen en weken na Napoleons ondergang bezochten. Zo bestudeerde Pollard bijvoorbeeld brieven van de Schotse handelaar James Kerr die het slagveld in de dagen na de slag bezocht en onder meer beschrijft hoe soldaten in zijn armen stierven.

De getuigenissen van Ker en anderen die het slagveld in dezelfde periode bezochten, wijzen samen op het bestaan van drie massagraven die tot wel 13.000 lichamen zouden moeten herbergen. Zijn we daarmee dan eindelijk de resten van duizenden gesneuvelde soldaten op het spoor? Het lijkt onwaarschijnlijk, zo stelt Pollard, die erop wijst dat er tot op heden nog nooit massagraven op en rondom het slagveld zijn ontdekt.

Beendermeel
En dus blijft de vraag: waar zijn de in massagraven ter ruste gelegde gesneuvelde soldaten gebleven? Mogelijk zijn de massagraven leeggeroofd, zo stelt Pollard. “Zeker drie nieuwsartikelen uit de jaren twintig van de negentiende eeuw en daarna maken melding van de import van menselijke botten afkomstig van Europese slagvelden, bedoeld voor de productie van kunstmest,” stelt Pollard. “Europese slagvelden kunnen een gemakkelijke bron zijn geweest van botten die vervolgens vermalen werden tot beendermeel dat weer als kunstmest gebruikt werd.” En het lijkt zeker niet ondenkbaar dat handelaren ook met dergelijke doeleinden in gedachten naar Waterloo afreisden. “Waterloo trok vrijwel gelijk nadat de rook van de geweren was opgetrokken, bezoekers aan,” weet Pollard. “Velen kwamen om de bezittingen van de doden te stelen – sommigen stalen zelfs tanden om er kunstgebitten van te maken. Terwijl anderen simpelweg kwamen kijken wat er was gebeurd. Het is waarschijnlijk dat ook leveranciers van botten met hoge verwachtingen naar het slagveld afreisden om hun buit veilig te stellen. De belangrijkste doelwitten zouden in dat geval de massagraven zijn, omdat die genoeg botten herbergden om het opgraven ervan de moeite waard te maken. En de lokale bevolking zou deze handelaren de locatie van de massagraven hebben kunnen wijzen, omdat velen van hen nog levendige herinneringen zouden hebben aan de graven of misschien zelfs wel mee hadden geholpen om deze uit te graven. Ook is het mogelijk dat verschillende gidsen en reisverslagen die de aard en locatie van de graven beschreven, in feite dienst deden als schatkaarten. Afgaand op de getuigenissen en het feit dat beendermeel van belang was voor de landbouw, lijkt het aannemelijk dat massagraven in Waterloo leeg werden gemaakt om zo aan botten te komen.”

Vervolgonderzoek
Het blijft een hypothese, zo benadrukt Pollard. Maar wel eentje die de komende jaren getoetst kan worden. Zo is Pollard van plan om – geholpen door collega-archeologen en vrijwilligers – af te reizen naar Waterloo. Daar wil Pollard vervolgens de massagraven die de getuigen in hun brieven en memoires noemen, te lokaliseren. “Als menselijke resten op grote schaal uit die graven zijn gehaald, dan zou er – in ieder geval in sommige gevallen – archeologisch bewijs voor moeten kunnen zijn.” De komende jaren hoopt Pollard, samen met collega’s en vrijwilligers, dan ook een groot deel van het slagveld onder de loep te nemen. “En gebieden te identificeren waar de aarde eerder verstoord is geweest.” De onderzoekers hebben daarbij een helder doel voor ogen. “Een duidelijker beeld krijgen van het lot van de gesneuvelden bij Waterloo.”

Dat lot is twee eeuwen na de beroemde slag nog altijd in nevelen gehuld. En dat komt voornamelijk doordat het tot op heden slechts zelden voorgekomen is dat onderzoekers menselijke resten op of nabij het slagveld hebben teruggevonden. Sterker nog: er is in al die jaren slechts één compleet skelet van een gesneuvelde soldaat op het slagveld teruggevonden. Daarnaast hebben Pollard en collega’s in 2020 nabij een boerderij die ten tijde van de veldslag dienst deed als veldhospitaal vier geamputeerde benen van soldaten teruggevonden. Maar verder zijn ons nauwelijks stoffelijke resten van deze – toch behoorlijk bloedige – strijd bekend.