De honderd jaar oude film Metropolis lijkt onze huidige wereld opvallend goed te voorspellen: vol technologie, wereldsteden en groeiende ongelijkheid. Toeval of hadden de makers een glazen bol?
In deze aflevering duikt de Universiteit van Nederland in het genre sciencefiction met mediawetenschapper Dan Hassler-Forest (Universiteit Utrecht). Hoe kan het dat sci-fi de toekomst zo treffend lijkt te voorspellen? En wat zegt dat eigenlijk over onze eigen tijd?
Scientias: Er waren niet veel vragen onder de video, een goed teken! Wel merkte iemand op dat een groot deel van sciencefiction sterk lijkt op fantasy, maar dan met ruimteschepen in plaats van draken. Hoe kijk jij hiernaar? Waar ligt de grens tussen de twee genres?
Dan Hassler-Forest: “Vaak wordt er onderscheid gemaakt tussen sciencefiction, fantasy en horror als drie grote ‘fantastische’ genres. Het verschil zit hem vooral in de uitleg achter wat er gebeurt.
Sciencefiction gaat meestal uit van dingen die in theorie wetenschappelijk mogelijk zouden kunnen zijn. Denk aan onzichtbaarheid door technologie, waarbij ook wordt uitgelegd hoe dat zou werken. Bij fantasy ligt dat anders: daar is het gewoon magie. In een verhaal zoals Harry Potter accepteer je dat iets werkt zonder wetenschappelijke verklaring.”
Maar in de praktijk loopt dat door elkaar?
“Ja. De definities zijn duidelijk, maar in de praktijk overlappen de genres vaak. De functie is namelijk hetzelfde. Of iemand nu kan vliegen door technologie of door magie, het effect in het verhaal is vergelijkbaar. Star Wars is daar een goed voorbeeld van: het heeft ruimteschepen en technologie, maar ook ‘The Force’, wat eigenlijk gewoon een soort magie is zonder echte uitleg.”
Een kijker merkte op dat oudere sciencefiction realistischer aanvoelt dan moderne films. Herken je dat?
“Dat klopt deels, vooral als je kijkt naar wat er in de bioscoop te zien is. In literatuur en kleinere producties bestaat nog steeds sciencefiction die serieus nadenkt over ‘wat als’-scenario’s, zoals de ontwikkeling van AI.
Maar grote films zijn veranderd. Sciencefiction is de afgelopen decennia meer onderdeel geworden van grote entertainmentproducties, zoals superheldenfilms en blockbusters. Daar ligt de nadruk meer op spektakel dan op realisme.”
Dus eigenlijk is het sciencefictiongenre breder geworden?
“Ja, je zou kunnen zeggen dat het meer richting fantasy is opgeschoven. Films zijn vaker een soort achtbaanervaring geworden. Maar de meer ‘serieuze’ sciencefiction bestaat nog steeds, bijvoorbeeld in series zoals Black Mirror. Alleen zijn dat vaak niet de grootste, meest zichtbare producties.”
In de video vertel je dat sciencefiction vooral iets zegt over de tijd waarin het gemaakt is en de maatschappelijke angsten en gedachten die er op dat moment spelen. Wat zien we nu veel terug?
“Sciencefiction draait altijd om de rol van technologie in de samenleving, maar onze houding tegenover technologie is veranderd. Waar het genre vroeger vaak optimistisch was, is het nu kritischer geworden.
Vroeger geloofden we dat technologie de wereld alleen maar beter zou maken. Nu zien we ook de nadelen: klimaatproblemen, ongelijkheid, controle door technologie. En dat zie je terug in moderne verhalen. Denk aan thema’s zoals overbevolking, surveillance of de vraag of we nog wel controle hebben over technologie. Er zit veel meer wantrouwen in.”
Ja, want veel sciencefiction is vrij somber. Werkt dat beter dan hoopvolle verhalen?
“Beide vormen bestaan. Sciencefiction verkent verschillende toekomstscenario’s, zowel positief als negatief. Eigenlijk lijkt het op politiek, daar worden ook voortdurend toekomstbeelden geschetst: ‘dit gebeurt er als je voor mij kiest en dat als je voor de ander kiest’.
Het gaat er uiteindelijk om wat het doet met de kijker. Een dystopie laat zien: dit willen we niet. Een utopie laat zien: zo zou het kunnen zijn. Beide zetten je aan het denken over waar we nu staan.”
Dus eigenlijk gaat sciencefiction vooral over het heden?
“Precies. Het voorspelt de toekomst niet, maar het laat ons nadenken over de keuzes die we nu maken. Het helpt ons om kritisch te kijken naar de wereld zoals die nu is en naar de richting waarin we bewegen. En misschien nog wel belangrijker: het laat zien dat die toekomst niet vastligt. We hebben daar zelf invloed op.”



