Individuen behorende tot de twee verschillende soorten trekken samen op en daarbij spelen soms ook hun kinderen gemoedelijk met elkaar.

Tot die conclusie komen onderzoekers nadat ze zich bogen over niet eerder gepubliceerde data omtrent het dagelijks leven van chimpansees en gorilla’s die in de Goualougo Triangle leven. Dit is een gebied in Congo dat rijk is aan bedreigde diersoorten, waaronder chimpansees en gorilla’s. Wetenschappers hebben tussen 1999 en 2020 het wel en wee van deze mensapen vastgelegd. En een analyse van de resulterende data resulteert nu in een behoorlijke verrassing. Zo blijken de chimpansees en gorilla’s er onderling duurzame sociale relaties op na te houden.

Verrassing
“We weten al lang dat deze apen individuele leden van hun eigen soort kunnen herkennen en daarmee langdurige relaties aan kunnen gaan,” vertelt onderzoeker Crickette Sanz. Maar wat wetenschappers niet wisten, was dat dat verder reikte dan de eigen soort en chimpansees ook individuele gorilla’s kunnen herkennen en ook met hen langdurige relaties aan kunnen gaan (en vice versa). “Een voorbeeld van wat we zagen, is dat één individu door een groep van de andere soort reisde, op zoek naar een ander specifiek individu,” zo stelt Sanz. “En dergelijke interacties hebben we in deze studie door de tijd heen en in verschillende contexten vast weten te leggen.”

Samen zoeken naar voedsel
Zo zagen de onderzoekers chimpansees en gorilla’s samen zoeken naar voedsel. Soms hadden ze het daarbij op dezelfde voedingswaren gemunt. Soms zochten ze zij aan zij naar verschillende soorten voedsel. En terwijl de volwassenen naar voedsel zochten, zagen de onderzoekers soms hoe hun jongen op specifieke individuen van de andere soort afstapten om daar vervolgens mee te gaan spelen.

En wanneer individuen behorende tot de twee verschillende soorten eenmaal een band hadden, hield die ook nog eens vaak jaren stand, zo schrijven de onderzoekers in het blad iScience. En in die periode gingen ze op verschillende manieren de interactie met elkaar aan. Ze zochten bijvoorbeeld samen naar voedsel of rustten en reisden samen. “In deze studie onthullen we een grotere diversiteit aan interacties dan eerder tussen sympatrische apen is gedocumenteerd, waaronder ook sociale relaties tussen leden van verschillende soorten die jarenlang standhielden,” zo schrijven de onderzoekers in hun onderzoeksartikel.

Waarom?
Het onderzoek roept natuurlijk de vraag op waarom chimpansees en gorilla’s ook buiten hun groep vrienden maken. Daar zijn wel theorieën over te bedenken. Zo zou je je kunnen voorstellen dat ze met andere soorten optrekken om zo de kans dat ze aan roofdieren ten prooi vallen, te verkleinen. Maar de wetenschappers hebben in hun studie weinig aanwijzingen kunnen vinden dat predatie de drijvende kracht achter de bijzondere vriendschappen is. Zo wijzen de onderzoekers erop dat gorilla’s vaak grote afstanden af moeten leggen om zich bij hun chimpansee-vrienden te voegen en daarbij dus ook afstand nemen van de leider en beschermer van hun groep: de zilverruggorilla. In die zin lopen ze dan ook eerder meer dan minder risico om aangevallen te worden door bijvoorbeeld luipaarden of slangen.

Kennis delen?
Maar welke voordelen bieden de interspecifieke relaties dan? De onderzoekers hebben daar wel ideeën over. Zo valt het op dat individuen van de twee verschillende soorten opvallend vaak de interactie met elkaar aangaan wanneer ze op zoek zijn naar voedsel. Het doet vermoeden dat ze daarbij dan ook profiteren van elkaars kennis over waar voedsel te vinden is. Dat de jongen ondertussen met elkaar spelen, kan dan weer goed zijn voor hun sociale en cognitieve vaardigheden, zo merken de onderzoekers op.

Ziektes
De relatie tussen chimpansees en gorilla’s heeft niet alleen voordelen; het brengt ook risico’s met zich mee. Zo kunnen ziekten die onder de ene soort voorkomen door intensief onderling contact bijvoorbeeld gemakkelijker op de andere worden overgedragen. Dat is sowieso altijd een risico, omdat chimpansees en gorilla’s nauw aan elkaar verwant zijn en veel ziekteverwekkers die vat kunnen krijgen op de ene soort, ook de andere soort kunnen treffen. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld ebola – dat onder mensapen nog veel dodelijker lijkt te zijn dan onder mensen. Sommige wetenschappers vermoeden dat het virus in de laatste decennia ongeveer een derde van het totale aantal chimpansees en gorilla’s op aarde heeft weggevaagd.

Het onderzoek geeft ons meer inzicht in de samenlevingen van gorilla’s en chimpansees. “In plaats van alleen maar aan de chimpansees denken, moeten we aan hen denken als onderdeel van een divers en dynamisch leefgebied waarin ze actief contact zoeken met andere soorten en een integrale rol spelen in het voortbestaan van het ecosysteem waar ze deel van uitmaken,” stelt onderzoeker David Morgan. En door zo naar de soorten te kijken, kunnen we deze – en het leefgebied waar ze deel van uitmaken – waarschijnlijk ook veel beter beschermen. En dat is hard nodig, zo onderstreept Sanz. “Ondanks dat er al meer dan zestig jaar onderzoek wordt gedaan naar chimpansees en gorilla’s valt er nog genoeg over deze fascinerende apen te leren. De grootste uitdaging van dit moment is daarbij om deze bedreigde soorten te behouden, zodat ook toekomstige generaties ze nog nader kunnen onderzoeken.”

Ten slotte kan het onderzoek ook helpen om onze eigen geschiedenis beter te begrijpen. Vaak wordt aangenomen dat onze voorouders nogal territoriaal waren en niet bereid om grondstoffen in een gebied met andere mensachtigen te delen. Maar afgaand op wat we nu bij onze nabije familieleden – de mensapen – zien, kan die aanname weleens fout zijn en kunnen mensachtigen in het verleden weleens een stuk toleranter naar elkaar toe zijn geweest dan nu wordt aangenomen.