De traditiegetrouw in Nederland overwinterende trekvogels komen weer onze kant op en brengen de vogelgriep zeer waarschijnlijk met zich mee. Pluimveehouders houden vanzelfsprekend hun hart vast. Maar kan deze winter ook de volksgezondheid in het geding komen?

Je kunt er eigenlijk al sinds oktober 2021 niet omheen: de vogelgriep is in Nederland. Het gaat om het zogenoemde hoog pathogene virus, wat betekent dat pluimvee er ernstig ziek van wordt en in veel gevallen komt te overlijden. Opvallend veel dode wilde vogels waren in oktober 2021 de eerste tekenen aan de wand, maar niet lang daarna werd de vogelgriep (H5N1) ook bij het ene na het andere pluimveebedrijf vastgesteld. “Tussen oktober 2021 en oktober 2022 zijn in Nederland al 66 pluimveebedrijven en 20 hobbyhouderijen geruimd, omdat er hoog pathogeen H5 virus is gedetecteerd,” vertelt veterinair microbioloog Evelien Germeraad aan Scientias.nl. En daarmee is sprake van een grote uitbraak. Niet alleen in ons land, maar ook in de rest van Europa. “In Frankrijk zijn in dezelfde periode bijvoorbeeld 1400 bedrijven geruimd.” Maar ook buiten de stallen zijn de verliezen groot. Zo meldde Natuurmonumenten in juni bijvoorbeeld dat een broedkolonie van grote sterns op Texel grotendeels door het virus lijkt te zijn weggevaagd. En ook elders in ons land zijn natuurbeschermers regelmatig druk met het opruimen van dode, aan de vogelgriep ten prooi gevallen, watervogels.

Het jaarrond
Wat deze uitbraak – naast de omvang ervan – vrij bijzonder maakt, is dat we er inmiddels een jaar lang mee te kampen hebben. “Normaal is het zo dat vogelgriep vooral tussen oktober en het voorjaar de kop opsteekt. Het wordt namelijk meegebracht door wilde vogels die vanuit Rusland naar ons land komen om te overwinteren.” En wanneer die vogels in het voorjaar weer huiswaarts keren, dooft normaliter ook de vogelgriepuitbraak uit. “Maar dit jaar is het virus niet met de trekvogels verdwenen.” Sterker nog: ook in de lente en zomer zijn we herhaaldelijk opgeschrikt door uitbraken onder zowel wilde vogels – zoals de grote sternen op Texel – als op pluimveebedrijven en hobbyhouderijen. “Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat tegen het voorjaar een groot aantal vogels in Nederland met het vogelgriepvirus besmet was, waaronder ook veel standvogels, oftewel vogels die in principe altijd in Nederland blijven. En hoewel het virus in principe het beste gedijd bij lage temperaturen kon het zich afgelopen voorjaar en zomer, doordat het nog in zoveel vogels aanwezig was, toch goed vermeerderen en verspreiden.”

Trekvogels komen eraan
Inmiddels is het alweer oktober en lijkt het een kwestie van tijd voor deze tot op heden ononderbroken vogelgriepuitbraak een nieuwe impuls krijgt. De Siberische trekvogels komen namelijk weer onze kant op. “We verwachten de komende maanden dan ook een hoge infectiedruk.”

Besmettingen onder mensen
Voor nu beperken die infecties zich voornamelijk tot vogels, maar er zijn ook enkele gevallen bekend waarbij het virus van vogels op mensen is overgesprongen. Zo meldde Spanje afgelopen week dat een medewerker van een besmet pluimveebedrijf positief testte op vogelgriep. Het is voor het eerst dat in het land een menselijke besmetting met hoogpathogeen H5N1-virus werd gemeld. “Deze medewerker had nauw contact gehad met pluimvee, maar had geen klachten. Hoewel het virus bij de persoon is aangetroffen, is mij dan ook niet helemaal duidelijk of er echt sprake was van een infectie,” stelt Germeraad. De positieve bevinding zou – temeer omdat de collega’s van deze persoon allemaal negatief testten – namelijk ook kunnen passen bij een omgevingscontaminatie, waarbij het virus door nauw contact met besmet pluimvee in het neusslijmvlies terecht is gekomen, zonder dat er een daadwerkelijke infectie heeft plaatsgevonden.

Helemaal op zichzelf staat de mogelijke besmetting in Spanje echter niet; eerder sprong het virus ook in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten op een medewerker van een pluimveebedrijf over. “In Nederland hebben we nog geen menselijke besmettingen met dit virus gezien,” benadrukt Germeraad. “En het RIVM schat de kans dat mensen die hier intensief met pluimvee werken, besmet raken in als ‘laag tot matig’. En voor mensen die niet in de pluimveehouderij werkzaam zijn, is de kans op besmetting met vogelgriep volgens het RIVM nog steeds ‘laag’.”

Geen besmetting van mens op mens
“Het virus kan nog niet van mens op mens worden overgedragen,” stelt Germeraad. En dat is belangrijk. Want daarmee kan het virus zich dus niet gemakkelijk onder mensen verspreiden en hoeven we – op dit moment – dus ook niet bang te zijn dat de vogelgriep ook onder mensen epidemische of zelfs pandemische vormen aanneemt. “Zolang het virus niet muteert, is er op dit moment geen aanwijzing voor een nieuwe pandemie,” bevestigt Germeraad.

Mutaties
Het is slechts deels geruststellend. “Er is natuurlijk altijd een kans op mutaties. Temeer omdat het vogelgriepvirus een RNA-virus is en dergelijke virussen doorgaans gemakkelijker muteren. Als mutaties er dan voor zorgen dat het virus zich beter kan gaan verspreiden of beter vermeerdert in mensen dan wordt het zeker gevaarlijker.” Maar dat is dus nog niet aan de orde. En wetenschappers en overheden doen ook alles wat in hun vermogen ligt om dat te voorkomen. Het monitoren van de situatie in pluimveebedrijven en snel ruimen van besmette bedrijven is daar een goed voorbeeld van. “Zo zorg je ervoor dat virussen zich niet verder verspreiden, want dan kunnen mutaties ontstaan.” Tegelijkertijd kunnen we zelfs met de beste wil van de wereld de koers van het virus, maar voor een klein deel controleren. “Zo hebben we bijvoorbeeld heel weinig controle over de virusverspreiding binnen wilde vogelpopulaties.” Maar mutaties kunnen ook – ondanks dat wetenschappers er bovenop zitten – net zo goed in pluimvee ontstaan. Want daar heeft het vogelgriepvirus al eerder zorgwekkendere vormen aangenomen, stelt Germeraad. “Oorspronkelijk waren wilde vogels het reservoir voor een laag pathogeen vogelgriepvirus. Dat virus is in Azië overgesprongen op pluimvee, waar het muteerde naar hoog pathogeen. In 2002 is het hoog pathogene vogelgriepvirus in Azië vervolgens van pluimvee weer over op wilde vogels overgesprongen.”

Vaccin
Voor nu is er als het om de volksgezondheid gaat, dus weinig reden tot zorg, maar het blijft belangrijk om het virus wel goed in de gaten te houden. En ook te onderzoeken of we misschien meer kunnen doen om verspreiding van het virus te remmen. Met het oog op het laatste wordt momenteel in Nederland bijvoorbeeld gekeken naar drie mogelijke vaccins tegen vogelgriep. “In Nederland is op dit moment geen vaccin geregistreerd dat bescherming biedt tegen het huidige H5N1 virus,” vertelt Germeraad. En onderzocht wordt nu of het haalbaar is om daarin verandering te brengen. Dat is nog best een ingewikkelde kwestie, legt Germeraad uit. “Zo wil je een vaccin dat niet alleen de ziekteverschijnselen voorkomt, maar ook een stokje steekt voor de verspreiding van het virus. Nu is het namelijk zo dat een pluimveehouder aan de bel trekt wanneer hij dode vogels in zijn stal ziet liggen, waarna we vast kunnen stellen of er sprake is van vogelgriep. Maar op het moment dat je pluimvee gaat vaccineren met een vaccin dat alleen de ziekteverschijnselen onderdrukt, ziet de veehouder geen dode of zieke vogels meer liggen en kan een besmetting dus veel gemakkelijker over het hoofd worden gezien. En dat wil je natuurlijk niet.” Maar zelfs als er een vaccin is dat zowel de ziekteverschijnselen als de verspreiding van het virus onderdrukt, zal dat niet direct ingezet kunnen worden. “Het moet dan eerst in Nederland geregistreerd worden en de wetgeving in de EU moet nog aangepast worden. Op dit moment is het namelijk nog verboden om gevaccineerde dieren te importeren of exporteren.” Ook het monitoren van pluimveebedrijven moet in zo’n situatie veranderen. “Het is belangrijk dat je geïnfecteerde dieren kunt onderscheiden van gevaccineerde dieren.” En zo is vaccineren – in ieder geval in Nederland – nog niet direct een oplossing waarmee we verspreiding en mutatie van het virus op korte termijn kunnen voorkomen.

Wat rest zijn de middelen die ook de afgelopen jaren al zijn ingezet om het virus in te dammen: voorzorgsmaatregelen zoals de ophokplicht en hygiënemaatregelen, een snelle diagnostiek en – bij een positieve testuitslag – het snel ruimen van getroffen bedrijven. Ook dit najaar zullen we daar ongetwijfeld weer meer van horen; sinds begin oktober 2022 zijn in Nederland alleen al meer dan 200.000 vogels geruimd. En de trekvogels moeten nog komen. Wat zij bij zich dragen, blijft nog in nevelen gehuld. “Meestal is er overleg met Rusland over wat we kunnen verwachten, maar we hebben in Europa nu nog niets gehoord. Misschien is er niets te melden, maar het is ook mogelijk dat de stilte het resultaat is van het feit dat ze te druk zijn met de oorlog.” En dus is het nog even afwachten of de vogels met hetzelfde, of misschien een iets andere variant van het vogelgriepvirus op de proppen komen.

Voorzichtig optimisme
Germeraad blijft ondertussen voorzichtig optimistisch dat ook deze uitbraak uiteindelijk uitdooft. “Het virus zal niet zomaar weg zijn uit wilde vogels, maar misschien dat het de komende zomer wel weer minder zal worden of zal verdwijnen. Dat zal echter wel sterk afhangen van de vraag op welke vogelpopulaties het virus over gaat springen.”

De menselijke populatie lijkt in ieder geval voorlopig – gelukkig – de dans te ontspringen. Maar dat is zeker geen reden om de vogelepidemie te bagatelliseren, want met inmiddels meer dan 4 miljoen geruimde vogels is het leed zowel in de Nederlandse pluimveehouderij als onder hobbyhouders groot. Om nog maar te zwijgen over de zorgen die er zijn over de wilde vogelpopulaties die op sommige plekken grote verliezen hebben geleden of zelfs bijna volledig zijn weggevaagd. Op de korte termijn gloort er zo aan de start van het nieuwe ‘vogelgriepseizoen’ weinig hoop. En op de wat langere termijn is het afwachten en reikhalzend uitzien naar het voorjaar en hopen dat de vogelgriep dan wél een – hopelijk lange – pauze inlast.