De term ‘watercrisis’ klopt niet meer voor wat er wereldwijd met ons water gebeurt, stelt VN-wetenschapper Kaveh Madani. De situatie is veel ernstiger: we zijn als mensheid failliet gegaan op ons water. En van een faillissement herstel je niet zomaar.
We horen het voortdurend: de watercrisis in Iran, de watercrisis in het Midden-Oosten, de droogtecrisis in Californië. Maar volgens Kaveh Madani, directeur van het waterinstituut van de Verenigde Naties, gebruiken we het verkeerde woord.
Het woord crisis impliceert namelijk dat er een einde in zicht is. Een overstroming, een extreme droogte of vervuiling: dat zijn crises. Je neemt noodmaatregelen, bijt je door de moeilijke periode heen en hervat daarna je normale leven.
Maar in steeds meer regio’s is die terugkeer naar normaal simpelweg niet meer mogelijk. Hele meren zijn verdwenen, de bodem is op sommige plekken meters gezakt en ecosystemen die eeuwenlang functioneerden zijn voorgoed vernietigd. Dat los je niet op door te wachten op betere tijden.
Vergelijk het met een bankrekening
Madani gebruikt in zijn paper een handige vergelijking om uit te leggen wat er aan de hand is. Zie het oppervlaktewater als een betaalrekening. Elk jaar komt er salaris binnen in de vorm van regen en smeltwater. Dat geld gebruik je voor je vaste lasten en dagelijkse boodschappen.
Het grondwater kun je vergelijken met een spaarrekening. Dit zijn reserves die zich heel langzaam opbouwen, soms over honderden of zelfs duizenden jaren. Aan die spaarpot kom je normaal gesproken niet voor alledaagse uitgaven.
Toch is dat precies wat we hebben gedaan. Generaties lang hebben we meer opgenomen dan er binnenkwam. Toen de lopende rekening leeg was, begonnen we aan het spaargeld. Inmiddels staan beide rekeningen diep in het rood.
Waarom dat verschil ertoe doet
Het lijkt misschien muggenziften, maar de woordkeuze heeft grote gevolgen voor beleid. Wie spreekt van een ‘crisis’ wekt de indruk dat herstel mogelijk is. Politici komen dan met voorspelbare oplossingen: diepere putten boren, nieuwe stuwdammen bouwen, water van elders aanvoeren. Kortom: meer aanbod creëren.
Maar wie failliet is, kan niet blijven lenen om de rekeningen te betalen. Erger nog: extra infrastructuur leidt vaak tot méér waterverbruik, niet minder. De onderliggende onbalans wordt alleen maar groter.
De erkenning dat het systeem is vastgelopen doet pijn, maar is onvermijdelijk, zegt Madani. Alleen dan kunnen we werk maken van wat echt nodig is: zuiniger omgaan met water, het beschikbare water eerlijker verdelen en onder ogen zien dat de situatie van vroeger niet terugkeert.
Schade die niet te repareren valt
Wat waterfaillissement onderscheidt van een financieel faillissement is de onomkeerbaarheid. Een bedrijf dat failliet gaat, kan opnieuw beginnen. Maar een ingestort ecosysteem komt niet terug.
In getroffen gebieden geldt immers: ook als we vandaag zouden stoppen met water oppompen, komt de oorspronkelijke toestand niet meer terug. De veerkracht van het systeem is opgebruikt. Wat overblijft is een blijvend veranderde omgeving.
Iran als waarschuwend voorbeeld
Madani is zelf afkomstig uit Iran en heeft daar jarenlang gewaarschuwd voor de gevolgen van het waterbeleid. Dat bracht hem politiek in de problemen, want de boodschap viel niet in goede aarde bij de machthebbers.
Iran wordt inmiddels gezien als een van de duidelijkste voorbeelden van waterfaillissement. Jarenlang wezen bestuurders naar de veranderende klimaatomstandigheden als hoofdoorzaak. Maar volgens Madani ligt de kern van het probleem bij decennia van overconsumptie. Het klimaat speelt een versterkende rol, maar is niet de aanstichter. Soortgelijke dynamieken spelen zich af in buurlanden, in delen van India en Pakistan en in het zuidwesten van de Verenigde Staten.
Wat moet er anders?
Madani bepleit een radicaal andere aanpak. In plaats van telkens nieuwe manieren zoeken om meer water te leveren, moeten we het verbruik terugdringen. In plaats van te beloven dat alles weer wordt zoals het was, moeten bestuurders eerlijk communiceren over de nieuwe werkelijkheid. En in plaats van alleen naar het water zelf te kijken, moeten we ook de ecosystemen beschermen die dat water voortbrengen.
In de praktijk betekent dit: bestaande waterrechten opnieuw tegen het licht houden, de landbouw aanpassen aan wat haalbaar is en hele economieën herinrichten rond de waterhoeveelheid die daadwerkelijk beschikbaar is. Politiek en maatschappelijk is dat een enorme opgave, maar volgens Madani is er geen alternatief.
Het klinkt somber, maar de onderzoeker ziet de erkenning van het faillissement juist als een keerpunt. “Door deze situatie te blijven omschrijven als een ‘crisis’ die door een paar goede regenachtige jaren zal worden opgelost, wordt het faillissement alleen maar erger”, schrijft hij in zijn paper. Pas wanneer we accepteren dat het oude normaal verleden tijd is, kunnen we bouwen aan een houdbare toekomst.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Door de opwarming zakt het grondwaterpeil in het grote India razendsnel. En dat heeft gevolgen voor de hele wereld en Deadline 2027: Krijgen we een watercrisis?. Of lees dit artikel: Klimaatverandering in bergen: sneeuw smelt sneller, albedo daalt en de effecten zijn wereldwijd voelbaar.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


