Het betekent dat hogere temperaturen en nattere omstandigheden ook de hommel niet onberoerd laten.

We weten al enkele jaren dat bijen en hommels wereldwijd ernstig in de problemen zitten. Belangrijke oorzaken zijn krimpende leefgebieden en de inzet van pesticiden. Maar hoe reageert de hommel eigenlijk op de hedendaagse klimaatverandering? Het antwoord vinden we op zijn rug, zo toont een nieuwe studie aan.

Vleugeltjes
Onderzoekers besloten de lichaamsvorm van verschillende hommels die gedurende de afgelopen 100 jaar leefden, te bestuderen. Het team concentreerde zich met name op de vleugeltjes. Want een grote asymmetrie – wat betekent dat de rechter- en linkervleugel heel anders gevormd zijn – wijst er namelijk op dat de hommels tijdens hun ontwikkeling veel stress hebben ervaren. Dit is te herleiden naar een externe factor die hun normale groei beïnvloedt.

Stress
Het team nam vier verschillende Britse hommelsoorten onder de loep. En daaruit blijkt dat de hommel naarmate de eeuw vorderde steeds ongelijkere vleugeltjes kreeg, wat erop duidt dat hij steeds gestrester werd. Elke hommelsoort bleek bovendien met name in de tweede helft van de eeuw stress te ervaren.

Analyse van de vleugeltjes van verschillende hommelsoorten uit de collectie van het Londense Natural History Museum. Afbeelding: Trustees of the Natural History Museum, London

Klimaatverandering
Waarom hommels steeds gestrester zijn geworden? Volgens de onderzoekers hangt dit nauw samen met klimaatverandering. Toen ze de jaargemiddelde temperatuur en regenval in ogenschouw namen, ontdekte het team dat voornamelijk hommels die gedurende warmere en nattere jaren leefden, over asymmetrische vleugeltjes beschikten. En dus lijkt het erop dat naast de uitdagingen die bijen en hommels al te verduren hebben, ook hogere temperaturen en nattere omstandigheden hen niet in de koude kleren gaan zitten.

Hommels en bijen in Nederland
Niet alleen wereldwijd verkeren bijen en hommels in zwaar weer. Ook in Nederland gaat het ze niet voor de wind. Nederland herbergt zo’n 358 soorten wilde bijen. En maar liefst 188 daarvan worden op dit moment bedreigd of zijn reeds uit Nederland verdwenen. Zo komt de grote metselbij bijvoorbeeld niet langer in ons land voor. Hetzelfde geldt voor de zwaluwbij en waddenhommel. En verschillende soorten dreigen dat voorbeeld te volgen. Zo staat de boszandbij te boek als ‘ernstig bedreigd’ en is de Texelse zandbij volgens de meest recente Rode Lijst ‘kwetsbaar’. Met hommels is het nog ernstiger gesteld. Die zitten volgens Arjen de Groot, onderzoeker bij Wageningen Environmental Research (WEnR), pas echt in de problemen.

Het onderzoek onthult niet alleen wat in het verleden voor aanzienlijke stress onder hommels heeft gezorgd, het geeft ons ook een inkijkje in de toekomst. Aangespoord door klimaatverandering zullen warmere en nattere omstandigheden namelijk frequenter op het toneel verschijnen. “Dit zal voor meer gestreste hommels zorgen,” concludeert onderzoeker Richard Gill. “Hommels gaan dus waarschijnlijk in de 21e eeuw een nog moeilijkere tijd tegemoet.”

“Hommels gaan in de 21e eeuw een nog moeilijkere tijd tegemoet”

Genomen
Maar de onderzoekers legden niet alleen een liniaal langs hommelvleugeltjes. In een tweede parallelle studie heeft het team met succes de genomen van meer dan honderd hommels, die meer dan 130 jaar oud zijn, gesequenced. Voor het eerst hebben onderzoekers bepaalde DNA-technieken, die doorgaans worden gebruikt voor het bestuderen van wolharige mammoeten en oude mensachtigen, toegepast op een insectenpopulatie. Het team wil deze gegevens nu gebruiken om te bestuderen hoe het hommelgenoom in de loop van de tijd is veranderd. Op die manier hopen ze beter inzicht te krijgen in hoe hele populaties zich hebben aangepast – of niet – aan veranderde omstandigheden.

Uiteindelijk willen de onderzoekers bepalen in hoeverre de gerapporteerde stress kan leiden tot verlies van genetische diversiteit. Daarnaast helpen de bevindingen ook voorspellen wanneer en waar hommels in de toekomst de meeste stress zullen ervaren en waar we de grootste achteruitgang zullen gaan zien. Dat komt omdat we nu een beter beeld hebben van de factoren die hommelpopulaties in het verleden ernstig onder druk hebben gezet. “Ons doel was om de reactie op specifieke omgevingsfactoren beter te begrijpen,” vertelt onderzoeker Andres Arce. “We willen nu van het verleden leren om voorspellingen te doen over toekomst. Op die manier kunnen we ons beter richten op effectieve instandhoudingsinspanningen.”