Op dit moment vindt er een biodiversiteitscrisis plaats, voornamelijk veroorzaakt door klimaatverandering en vervuiling. Maar zou je het al de zesde massa-extinctie kunnen noemen?
De mens heeft vele diersoorten vermoord en laten uitsterven. Denk aan de mammoeten tijdens de ijstijd, maar ook aan de soorten die zijn vervallen in de geschiedenis door de gevolgen van klimaatverandering. In de afgelopen eeuwen zijn er alleen al honderden soorten uitgestorven. Maar hoe hard zijn we op weg naar een massa-extinctie? Of kunnen we het verlies van die honderden soorten al classificeren als een massa-uitsterving? Een studie van John Wiens van de Universiteit van Arizona en Kristen Saban van de Harvard Universiteit werpt licht op precies die vraag.
Onderwerp van debat
In hun studie, die op 4 september is gepubliceerd in het tijdschrift PLOS Biology, geeft weer dat het verlies dat de aarde heeft geleden nog ‘gering’ is in de grotere classificatieniveaus. Er is dus nog geen sprake van een massa-uitsterving zoals tijdens de meteorietinslag die 66 miljoen jaar geleden een einde maakte aan het dinosaurustijdperk, of dat we hard op weg zijn naar een massa-uitsterving, zeggen de onderzoekers.
Maar ondanks de bevindingen van deze studie blijft het nog een onderwerp van debat: Andere wetenschappers beargumenteren juist dat we mogelijk wel op een massa-extinctie afstevenen. Zij benadrukken dat we sinds het jaar 1500 mogelijk al meer dan 200.000 soorten hebben verloren. Ze kenmerken dit als een mogelijk begin van een zesde massa-extinctie. Op dit moment zijn er naar schatting 8,74 miljoen soorten op de aarde
102 geslachten
Saban en Wiens hebben gegevens van meer dan 22.000 planten- en dierengeslachten, beoordeeld door de Internationale Unie voor Natuurbescherming, geanalyseerd om de ernst van moderne uitstervingen op een hoger niveau te kwantificeren. Dat zijn slechts 22.000 van de ongeveer 509.000 geregistreerde geslachten. Uit de analyse bleek dat 102 geslachten zijn uitgestorven sinds het jaar 1500. Dat komt neer op minder dan 0,5 procent van de beoordeelde geslachten.
Meeste uitstervingen
De meeste uitstervingen van de afgelopen 500 waren vogels en zoogdieren, zeggen de onderzoekers. Daarnaast was meer dan driekwart endemisch op eilanden, en de hoogste uitstervingspercentages deden zich voor in de late jaren 1800 en vroege jaren 1900. Deze bevindingen suggereren dat de moderne uitstervingspercentages relatief laag blijven op het geslachten-niveau en dat deze percentages de afgelopen eeuw niet zijn toegenomen, in tegenstelling tot sommige eerdere studies. John Wiens zegt: “Een recente studie suggereerde dat het uitsterven van dierengeslachten snel versnelt en dat deze uitstervingen de menselijke overleving in gevaar brengen. Wij ontdekten in plaats daarvan dat het uitsterven van geslachten zeer zeldzaam is bij planten en dieren, dat ze meestal bestonden uit geslachten die alleen op eilanden werden gevonden, en dat deze uitstervingen de afgelopen 100 jaar juist zijn vertraagd in plaats van snel te versnellen.” De verschillen in uitkomsten van de twee onderzoeken benadrukken de complexiteit van het onderwerp.
Niet bagatelliseren van huidige dreigingen
Al met al is het daarom lastig om te zeggen of we op weg zijn naar een massa-uitsterving. Verschillende onderzoeken hebben andere uitkomsten, waardoor het moeilijk wordt om een conclusie te trekken. Vaststaat dat we nu al veel soorten verliezen en hebben verloren, maar dat verlies heeft nog lang niet de omvang bereikt van de grote massa-extincties die de aarde eerder heeft gekend. De toekomst zal uitwijzen of de huidige biodiversiteitscrisis daadwerkelijk zal uitgroeien tot een massa-extinctie. De auteurs van deze studie benadrukken echter wel dat dit de bedreigingen voor de biodiversiteit niet minder ernstig maakt: ze wijzen juist op het belang van een grondige en nauwkeurige beoordeling van uitstervingen, om verdere verliezen te voorkomen. Kristen Saban stelt: “Nu meer dan ooit, gezien het wijdverbreide wantrouwen in de wetenschap, is het belangrijk dat we onderzoek naar natuurbehoud zorgvuldig uitvoeren en nauwkeurig presenteren.”


