Sommige vijgenbomen slaan calciumcarbonaat op in hun stammen – en veranderen zichzelf zo (letterlijk) deels in steen. En dat maakt ze wellicht tot een interessant wapen in onze strijd tegen klimaatverandering.
Je hebt het met biologie vast voor kennis aangenomen: alle bomen doen aan fotosynthese. Dat betekent dat ze CO2 opnemen en omzetten in organisch koolstof, waaruit hun stammen, takken, wortels en bladeren zijn opgebouwd. En daarom wordt het planten van bomen ook wel gezien als een belangrijke manier om CO2 uit de lucht te halen en klimaatverandering te bestrijden.
Verstenen
Minder bekend is dat sommige bomen CO2 ook kunnen gebruiken om calciumoxalaatkristallen te vormen. Wanneer delen van zo’n boom afsterven, worden die kristallen door gespecialiseerde bacteriën of schimmels omgezet in calciumcarbonaat – hetzelfde mineraal dat we ook in bijvoorbeeld kalksteen aantreffen. Hierdoor wordt de bodem kalrijker en komen bepaalde voedingsstoffen breder beschikbaar. Maar dat zijn niet de enige voordelen. Organische koolstof die is opgeslagen in boomstammen, takken en bladeren, komt relatief gemakkelijk weer vrij in de atmosfeer wanneer die stammen, takken en bladeren worden afgebroken. De niet-organische vorm van koolstof, opgeslagen in de vorm van calciumcarbonaat, blijft daarentegen meestal veel langer in de bodem aanwezig – waardoor het ook een effectievere manier is om CO2 op te slaan.
Voedselbomen
Dat bomen – met een beetje hulp van bacteriën en schimmels – ‘gesteente’ kunnen maken, is op zichzelf niet nieuw. Eerder onderzoek heeft bijvoorbeeld uitgewezen dat verschillende tropische bomen daartoe in staat zijn. Maar nieuw onderzoek onthult nu dat ook sommige vijgenbomen calciumcarbonaat voortbrengen. Daarmee is voor het eerst aangetoond dat ook bomen die voedsel produceren, in staat zijn om deels te verstenen. “Als we bomen planten voor boslandbouw, vanwege hun vermogen om CO2 als organische koolstof op te slaan en tegelijkertijd voedsel te produceren, zouden we ook bomen kunnen kiezen die een extra voordeel bieden doordat ze niet-organisch koolstof – in de vorm van calciumcarbonaat – vastleggen,” vertelt onderzoeker Mike Rowley.
Diep in het hout
Rowley en collega’s bestudeerden verschillende soorten vijgenbomen die van nature in Kenia voorkomen. In hun studie tonen ze niet alleen aan dat sommige vijgenbomen in staat zijn om calciumcarbonaat voort te brengen; ze onthullen ook dat de calciumcarbonaat zowel op de boomstammen als dieper in het hout tot stand kwam. “Het calciumcarbonaat wordt zowel aan de oppervlakte van de boom als binnen in de houtstructuren gevormd, doordat micro-organismen kristallen aan het oppervlak afbreken en ook dieper in de boom doordringen,” legt Rowley uit. “Dit toont aan dat niet-organische koolstof dieper in het hout wordt opgeslagen dan we eerder dachten.”
Het onderzoek – dat gepresenteerd wordt tijdens de Goldschmidt Conference die gisteren in Praag is begonnen en wordt georganiseerd door de European Association of Geochemistry en de Amerikaanse Geochemical Society – laat volgens de wetenschappers maar weer eens zien dat (voedsel)bomen wellicht een grote rol kunnen spelen in onze pogingen om de opwarming van de aarde te beperken. “Er zijn tot op heden al heel veel boomsoorten geïdentificeerd die calciumcarbonaat kunnen vormen,” aldus Rowley. “Maar wij denken dat er nog veel meer zijn.” En, zo redeneren de onderzoekers, door juist die bomen aan te planten, kunnen we ervoor zorgen dat koolstof gedurende langere tijd in de bodem verdwijnt.


