Maak kennis met CNEOS-2014-01-08: een klein interstellair object dat in 2014 roemloos in de aardatmosfeer ten onder ging, maar nu – mede dankzij het Amerikaanse Ministerie van Defensie – alsnog de aandacht krijgt die het wellicht verdient.

Het was wereldnieuws toen wetenschappers in 2017 een interstellair object in ons zonnestelsel detecteerden. Het sigaarvormige object kreeg de naam ‘Oumuamua en ging de boeken in als het eerste door mensen gespotte object dat zijn oorsprong buiten ons zonnestelsel vindt. Een fascinerende vondst. Maar was ‘Oumuamua wel de eerste interstellaire bezoeker die we op de radar kregen? Waarschijnlijk niet, zo stelden onderzoekers in 2019. Volgens hun onderzoek zou in 2014 al een interstellaire bezoeker zijn vastgelegd. En die kwam ook nog eens veel dichterbij dan ‘Oumuamua. Sterker nog: deze interstellaire bezoeker – aangeduid als CNEOS-2014-01-08 – verbrandde in de aardatmosfeer!

Geheime informatie
De onderzoekers waren voor 99,999 procent zeker dat CNEOS-2014-01-08 een interstellaire herkomst kende, zo schreven ze in een voorpublicatie die ze in 2019 online zetten op de site Arxiv. Tot een echte publicatie in een gerenommeerd wetenschappelijk blad kwam het echter nooit; dat vereiste namelijk toegang tot informatie die de Amerikaanse overheid als ‘vertrouwelijk’ had bestempeld en weigerde prijs te geven. En CNEOS-2014-01-08 raakte dan ook in de vergetelheid. Tot vorige maand. In een korte memo bevestigde luitenant-generaal van het Amerikaanse Space Force John E. Shaw dat ook de geheim gehouden data erop wijzen dat CNEOS-2014-01-08 een interstellaire herkomst kent.

Het is een opmerkelijk verhaal, want waarom konden de onderzoekers de herkomst van de gedetecteerde meteoor niet bevestigen en waarom lag het Amerikaanse Ministerie van Defensie – waar ook het Space Force onder valt – dwars? We vroegen het Avi Loeb, één van de onderzoekers die in 2019 al op de interstellaire herkomst van CNEOS-2014-01-08 hintte, per mail om een toelichting. “De data omtrent deze meteoor was verzameld door sensoren die door de Amerikaanse overheid gebruikt werden met het oog op de nationale veiligheid,” zo vertelt hij. “De data omtrent de meteoor werd openbaar gemaakt en belandde in de database van het CNEOS (Center for Near-Earth Object Studies). En ik had mijn student Amir Siraj gevraagd om na te gaan of er onder de snelste meteoren die in deze database te vinden waren misschien exemplaren met een interstellaire oorsprong konden zijn. En zo ontdekten we dat de meteoor die op 8 januari 2014 werd gespot zeer waarschijnlijk interstellair was.” Het resulteerde in een onderzoeksartikel dat nooit officieel gepubliceerd werd. “Ons paper werd verworpen door reviewers, omdat de overheid niet bekend had gemaakt welke onzekerheid er in de metingen zaten.”

Onzekerheden
En zo lag de voorpublicatie jarenlang te verstoffen. Tot dr. Joel Mozer, hoofdonderzoeker in dienst van het Amerikaanse Space Force, zich de kwestie vorige maand aantrok. Hij boog zich nog eens over de volledige data – waar hij als ingezetene wel toegang tot kon krijgen – en moet dus concluderen dat Loeb en Siraj het in 2019 bij het juiste eind hadden. “De overheid bevestigt nu dat de onzekerheden (in de data, red.) inderdaad verwaarloosbaar zijn voor de gevolgtrekking dat het object interstellair was.”

Twijfels
En daarmee lijken Loeb en Siraj, drie jaar na dato, alsnog hun gelijk te halen. Maar het moet worden opgemerkt dat ook na de Space Force-memo nog niet iedereen overtuigd is dat CNEOS-2014-08-01 een interstellair object was. Zelfs NASA houdt nog een slag om de arm, zo blijkt uit een persbericht dat handelt over door Space Force vrijgegeven data omtrent meteoren en meteorieten en waarin CNEOS-2014-08-01 kort wordt aangehaald. “De korte periode die de verzamelde data bestrijken – nog geen vijf seconden – maakt het lastig om te bepalen of de oorsprong van het object echt interstellair was,” aldus de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie.

Alternatieve aanpak
Hoewel over zijn status van ‘interstellair object’ dus nog wel enige tijd getwist zal worden, kan de detectie van CNEOS-2014-08-01 in de toekomst hoe dan ook van groot belang blijken te zijn. Want zelfs als CNEOS-2014-08-01 toch geen interstellair object zou zijn, heeft het ons wel attent gemaakt op de mogelijkheid dat interstellaire objecten in onze atmosfeer ten onder gaan. En dat biedt mogelijkheden.

Zo zouden fragmenten ervan wellicht de tocht door de atmosfeer kunnen overleven, waarna we er de handen op kunnen leggen en in het laboratorium nader kunnen onderzoeken. Iets wat onmogelijk is met ‘Oumuamua. Maar ook als de interstellaire objecten volledig in de atmosfeer verbranden, zijn er mogelijkheden. Want als we ze kunnen detecteren, kunnen we mogelijk ook vastleggen welke gassen er tijdens de verbranding in onze atmosfeer vrijkomen en zo meer te weten komen over hun samenstelling. En daarmee is er genoeg reden om actief op zoek te gaan naar meer interstellaire meteoren en zo de geheimen van de interstellaire ruimte – die een razendsnel en op grote afstand passerende ‘Oumuamua goed voor zich weet te houden – toch te kunnen ontrafelen.