Wetenschappers vergeleken vier strategieën om de stad te redden. Een overzicht van wat er op het spel staat, en hoelang we nog hebben voordat het te laat is om maatregelen te nemen.
Er zijn weinig steden ter wereld die zo onlosmakelijk verbonden zijn met het water als Venetië. De stad werd gebouwd op een woud van houten palen, midden in een lagune aan de Adriatische kust, en heeft al eeuwenlang een ingewikkelde relatie met de getijden. Maar wat ooit een ingenieuze aanpassing was aan de natuur, dreigt nu te worden waar de stad uiteindelijk aan ten onder kan gaan. De zeespiegel stijgt, de bodem daalt en acqua alta (hoog water) komt steeds vaker en steeds hoger. Van de 28 keer dat meer dan 60 procent van de stad onder water stond, vielen er 18 in de afgelopen 23 jaar.
In een studie vergeleken onderzoeker Piero Lionello en zijn collega’s vier strategieën die Venetië de komende driehonderd jaar kunnen beschermen. Ze zijn heel verschillend van aard, verschillen enorm in kosten en zijn geen van alle zonder pijnlijke bijwerkingen. Er is geen perfecte oplossing, dat zeggen de onderzoekers zelf. Elke keuze is een afweging tussen de veiligheid van bewoners, het voortbestaan van het lokale ecosysteem, het behoud van erfgoed en de vraag hoeveel geld een samenleving over heeft voor één stad.
De sluizen die er al staan
Venetië heeft al een verdedigingslinie. Tussen 2003 en nu wordt het MoSE-systeem gebouwd: nog niet af, maar na voltooiing bestaande uit beweegbare barrières op de drie inlaten van de lagune die omhoog kunnen worden gebracht zodra er hoog water dreigt. Het project kost zes miljard euro, liep jaren vertraging op door corruptieschandalen en is uiteindelijk nog steeds niet helemaal af. Sindsdien heeft het voltooide deel de stad al meerdere keren drooggehouden.
Maar MoSE is geen eeuwige oplossing. Naarmate de zeespiegel stijgt, moeten de sluizen steeds vaker en langer worden gesloten, en dat heeft gevolgen. Langdurige sluitingen verstoren de haven, belasten het ecosysteem van de lagune en vergroten de kans op storingen. Bij een stijging van 50 centimeter moeten de sluizen al zo’n twee maanden per jaar dicht. Bij 75 centimeter is dat zes maanden. Op een gegeven moment is dat geen werkbare situatie meer.
Met extra maatregelen is de houdbaarheid van MoSE wel te verlengen. Een van de meest verrassende opties die de onderzoekers beschrijven is het injecteren van zeewater in diepe zoutlagen, op 600 tot 1000 meter onder de lagune. Door de druk op het gesteente kan de bodem van het historische centrum geleidelijk omhoog worden geduwd, tot 30 centimeter over een periode van tien jaar. In combinatie met het ophogen van straatniveaus, het beschermen van individuele gebouwen en permanente barricades rond monumenten zoals de Sint-Marcusbasiliek, zou dit de effectiviteit van MoSE oprekken tot een zeespiegelstijging van 1,25 meter.
Dat is behoorlijk wat ruimte, maar ook niet oneindig. Zelfs in het meest optimistische klimaatscenario wordt die grens ergens in de 23e eeuw bereikt. Bij blijvend hoge uitstoot kan dat al vóór het einde van deze eeuw zijn.
Dijken om de stad
De eerste grote alternatieve strategie is het bouwen van ringdijken rondom het historische centrum. In dit scenario wordt de stad letterlijk ommuurd: permanente waterkeringen die haar losmaken van de rest van de lagune, die zelf wél open blijft staan naar de zee. MoSE zou overbodig worden.
Binnen de lagune, waar de barrière-eilanden golven al tegenhouden, zijn dijken van drie meter hoog technisch voldoende voor bescherming. Dat klinkt beheersbaar en de constructiekosten zijn dat ook: afhankelijk van de omvang tot 4,5 miljard euro. Daar komen pompsystemen en rioolinfrastructuur bij die het waterpeil binnen de dijken kunstmatig laag moeten houden.
Het grote voordeel van ringdijken is dat de lagune buiten de dijken ecologisch kan blijven functioneren. Maar die medaille heeft ook een keerzijde: de stad wordt letterlijk van haar omgeving afgeknipt. Venetië is niet alleen een architectonisch monument, ze is ook cultureel en fysiek verweven met het water eromheen. Gondoliers, vissers, veerponten, de manier waarop mensen zich door de stad bewegen: alles is op de lagune georiënteerd. Dijken doorsnijden dat. En dan is er nog het veiligheidsrisico: als een dijk het begeeft tijdens hoogwater, staat het historische centrum binnen korte tijd mogelijk meters onder water, zonder tijd om te evacueren.
De lagune afsluiten
Groter, duurder en drastischer is de optie om de hele lagune van de zee af te sluiten. Geen beweegbare barrières meer, maar permanente dammen die de drie inlaten definitief blokkeren. De lagune wordt een kustmeer, vergelijkbaar met het IJsselmeer hier in Nederland of de Marina Bay in Singapore.
De onderzoekers berekenden dat voor de inlaten zelf dammen van vijf meter hoog voldoende zijn. De totale ingreep is veel groter: ook de barrière-eilanden moeten worden opgehoogd en de dijken langs de lagunegrens moeten mee omhoog. Samen kunnen die kosten bij een zeespiegelstijging van tien meter oplopen tot tientallen miljarden. Met een zogenoemde superlevee, een soort dijk die 30 keer zo breed als hoog is, zoals ook uitgewerkt voor laaggelegen delen van Tokio, is zelfs bescherming tegen extreem hoge zeespiegelstijging mogelijk, maar de kosten lopen dan al snel op boven de dertig miljard euro.
Dit scenario beschermt niet alleen het historische centrum, maar alle eilanden en gemeenschappen in de lagune, en de onderzoekers schatten dat het houdbaar is tot een stijging van zeker tien meter. De echte prijs zit echter elders. Een afgesloten lagune is geen lagune meer in de traditionele zin. Het getijdenritme verdwijnt, het brakwaterleven heeft geen garantie op overleving in een afgedamd systeem, en de haven zou moeten worden verplaatst of radicaal omgebouwd. Venetië als stad overleeft. De Venetiaanse lagune als ecosysteem niet.
Venetië verhuizen
En dan is er nog de optie die het meest absurd klinkt maar die de onderzoekers desondanks volledig serieus nemen: de stad verplaatsen. Niet alleen de mensen, maar ook de historische gebouwen, de kunstwerken, de monumenten. Demonteren en herbouwen op hogere grond.
Dit scenario komt pas in beeld bij een zeespiegelstijging van 4,5 tot 10 meter. Kosten worden geraamd op 1 tot 10 miljard euro voor de verplaatsing van monumenten, plus 5 tot 6,5 miljard compensatie voor bewoners die hun woningen verliezen, en dat zijn nog conservatieve schattingen. Ter vergelijking: de verplaatsing van de Abu Simbel-tempels in Egypte in 1968, schaalbaar naar drie tot dertig Venetiaanse gebouwen, kostte omgerekend naar huidige prijzen al een half miljard.
Een verplaatst Venetië zou bezoekers kunnen ontvangen, en de ondergelopen ruïnes van de originele stad zouden nog enige tijd per boot te bezoeken zijn. Maar of zo’n verplaatst Venetië nog Venetië is, of gewoon een replica, is een vraag die de onderzoekers bewust openlaten. Wat ze wél zeggen: als dit ooit nodig is, moet je er nu al over nadenken. Grote infrastructuurprojecten vragen dertig tot vijftig jaar van voorbereiding, en wachten tot het water aan de lippen staat is wachten tot het te laat is.
Geen goede oplossing, wel urgentie
De eerlijkste conclusie uit het onderzoek is ook de meest ongemakkelijke: er is geen strategie die alles redt. De sluizen kopen tijd maar houden het niet eeuwig vol. Dijken beschermen de stad maar isoleren haar. Een gesloten lagune garandeert voortbestaan maar transformeert het ecosysteem. En verplaatsing is misschien de meest eerlijke optie op de langste termijn, maar stelt dan ook alles ter discussie wat Venetië tot Venetië maakt.
De onderzoekers schrijven dan ook geen optimale keuze voor. Wat hun onderzoek wél doet, is inzichtelijk maken welke waarden je met welke strategie nog kunt redden, en tot wanneer. Welke daarvan het waard zijn om voor te betalen is uiteindelijk geen wetenschappelijke vraag, maar een politieke.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


