Valt een zware parachutist eerder naar beneden dan een lichte springer? Op aarde wel. Op de maan zouden ze juist precies tegelijk landen, al heb je daar weinig aan een parachute omdat er geen lucht is. In deze video legt Diederik uit hoe dit zit.
Dat principe werd zichtbaar tijdens de Apollo 15-missie. Astronaut David Scott liet op de maan tegelijk een hamer en een valkenveer vallen. Beide raakten op hetzelfde moment de grond. In een vacuüm speelt massa namelijk geen rol: alle voorwerpen versnellen even snel.
Ook astronaut André Kuipers zweefde in het internationale ruimtestation niet omdat daar geen zwaartekracht is. Het ISS en alles wat erin zit vallen voortdurend rond de aarde. Daardoor lijken astronauten gewichtloos.
Op aarde verandert luchtweerstand het verhaal. Een vallende parachutist blijft niet eindeloos versnellen. Hoe hoger de snelheid, hoe groter de luchtweerstand. Uiteindelijk wordt die weerstand even groot als de zwaartekracht. Dat noemen we de terminale snelheid.
Bij een zwaarder persoon is meer luchtweerstand nodig om dat evenwicht te bereiken. Daarvoor moet diegene sneller vallen. Een zwaardere parachutist daalt dus inderdaad sneller dan een lichtere.
Bij formatiespringen is dat verschil cruciaal. Lichtere springers dragen daarom vaak strakke pakken, terwijl zwaardere springers juist fladderende pakken gebruiken. Soms krijgen lichtere deelnemers zelfs een gewichtsgordel met lood. Zonder zulke aanpassingen is samen vliegen bij grote gewichtsverschillen simpelweg onmogelijk.



