Voor veel Nederlanders ploft deze weken het vakantiegeld op de rekening. Een welkome buffer, een verre vakantie of toch maar de beurs op? Wie aan dat laatste denkt, twijfelt vaak.
Onder de comments bij het Universiteit van Nederland-college van econoom Kenneth de Beckker over beleggen kwamen die twijfels massaal terug. Te weinig geld om te starten, te oud om er nog iets aan te hebben, te veel belasting na de aangekondigde herziening van Box 3. Scientias legde de meest gestelde vragen aan hem voor.
Scientias: Leuke video, met veel reacties! Was er iets in de comments dat opviel?
Kenneth de Beckker: “Wat mij vooral opviel, en sluit aan bij het huidige debat in Nederland over de nieuwe Box 3-regels, is dat veel mensen reageerden met opmerkingen als: “Met deze regering heeft beleggen geen zin meer, want alles wordt toch belast.” Sommigen trokken daar zelfs de conclusie uit dat sparen beter zou zijn dan beleggen.
Dat klopt volgens mij niet. Beleggen blijft belangrijk. Op lange termijn levert beleggen doorgaans een hoger rendement op dan sparen. Bovendien wordt spaargeld ook belast. Als je dan toch belasting betaalt, is het financieel interessanter om belast te worden op een hoger rendement, omdat je uiteindelijk nog steeds meer overhoudt.
Tegelijk begrijp ik dat veel Nederlanders een wrang gevoel hebben bij de voorgestelde hervorming van de belasting op inkomsten die onder Box 3 vallen. Volgens de huidige plannen wil de regering niet alleen gerealiseerd rendement belasten, maar ook rendement dat nog niet gerealiseerd is. Vandaag betaal je normaal gezien pas belasting wanneer je een aandeel verkoopt en effectief winst maakt. In het nieuwe systeem zou je al belast kunnen worden zodra de waarde van je aandelen stijgt, ook al heb je ze nog niet verkocht.
Dat betekent concreet dat mensen belastingen zouden moeten betalen op winst die enkel “op papier” bestaat. Bovendien zou wie niet over voldoende liquide middelen beschikt om die belasting te betalen, mogelijk aandelen moeten verkopen om de verschuldigde belasting te kunnen voldoen, terwijl die winst nog niet gerealiseerd is. Ik heb de indruk dat net dat veel mensen stoort.
Maar los daarvan: zelfs als die regels er uiteindelijk zouden komen, blijft beleggen volgens mij een essentieel onderdeel van vermogensopbouw op lange termijn. Sparen alleen zal niet volstaan om je koopkracht te behouden.”
Veel mensen vinden beleggen spannend. Wat zijn volgens u de belangrijkste redenen waarom Nederlanders niet aan beleggen beginnen, en is dat de laatste jaren veranderd?
“Dat is vooral psychologisch. Mensen hebben het vaak moeilijk met verlies of met schommelingen in aandelenkoersen. Dat geldt zeker voor wie al decennialang spaart. Stel je voor dat je 40 of 50 bent en je vermogen tot dan toe uitsluitend hebt opgebouwd door te sparen. In al die jaren heb je het in nominale termen eigenlijk alleen maar zien groeien. Dan kan beleggen, waarbij ook dalingen mogelijk zijn, voor veel mensen een behoorlijk schrikbeeld zijn.
Wie van jongs af aan met kleine bedragen begint te beleggen en nog geen groot vermogen heeft opgebouwd, stapt met een andere mindset in. Je leert bovendien al snel dat markten schommelen: ze gaan eens omhoog en dan weer omlaag. Die vroege ervaring helpt om die volatiliteit beter te plaatsen, zeker in vergelijking met mensen die pas later instappen met geld dat ze jarenlang via sparen hebben opgebouwd.
De laatste jaren zie je wel een duidelijke kentering in de houding van Nederlanders ten opzichte van beleggen, vooral bij jongeren die steeds vaker beginnen te beleggen. Jongere generaties staan daar doorgaans meer voor open, en dat zal zich geleidelijk verder verspreiden naar de rest van de bevolking, al blijft dat een traag proces.
In de comments stelt iemand een interessante vraag: aandelen groeien mee met de economie, maar wat als die groei op termijn afvlakt door bijvoorbeeld vergrijzing, bevolkingskrimp of klimaatproblemen? Houdt dat langetermijnverhaal dan nog stand?
Een groeiende bevolking kan de economie inderdaad stimuleren en aanzetten tot groei, terwijl een krimpende bevolking net een rem kan zetten op die groei. Maar economische groei hangt niet alleen af van demografie. Ook efficiëntiewinsten spelen een belangrijke rol. Dat zie je vandaag bijvoorbeeld in het AI-verhaal: als bedrijven efficiënter kunnen werken, kunnen ze hun productiviteit verhogen en zo hun rendabiliteit laten groeien. Technologie blijft dus een belangrijke groeifactor, naast demografische ontwikkelingen.
Daarnaast kan ook klimaat een impact hebben op economische groei. Klimaatverandering kan bepaalde sectoren onder druk zetten en kosten verhogen, maar ze kan tegelijk ook nieuwe investeringen, innovatie en sectoren stimuleren. Het effect is dus niet eenduidig, maar eerder verschuivend binnen de economie.
Net daarom is het langetermijnverhaal rond aandelen niet alleen afhankelijk van één factor zoals bevolkingsgroei, maar van een combinatie van productiviteit, innovatie en structurele economische aanpassing.”
Iemand anders zegt dat de overheid beleggen zou moeten stimuleren en pas vanaf 1 miljoen euro vermogen zou moeten belasten. Volgens die kijker loont het dan meer om vermogen op te bouwen en zouden mensen minder afhankelijk worden van overheidssteun. Zit daar een kern van waarheid in, of is het minder eenvoudig?
“Er zit zeker een kern van waarheid in dat fiscaliteit gedrag kan beïnvloeden en dat je via belastingbeleid sparen en beleggen kan stimuleren. Tegelijk is het ook logisch dat een overheid breder kijkt dan alleen arbeid en ook vermogen mee betrekt in de belastingbasis.
De vraag is vooral waar je de belastinggrens legt. Moet dat per se bij 1 miljoen euro liggen? Voor veel Nederlanders is dat een zeer hoog bedrag. Je kan dus ook perfect een lager drempelniveau hanteren zonder dat dat per se problematisch hoeft te zijn.
In elk geval denk ik niet dat belasting op vermogen op zich een reden zou mogen zijn om niet te beleggen.”
Een andere kijker zegt dat je geld nodig hebt om geld te verdienen. Met hoeveel geld kun je realistisch beginnen? Heeft het zin om met vijf euro per maand te starten, of moet je echt een groter bedrag hebben voor het loont?
“Kijk, vijf euro per maand is heel weinig, omdat je altijd bepaalde vaste kosten hebt bij beleggen, zelfs bij ETF-plannen. In die zin is dat bedrag eerder symbolisch.
Maar ik denk dat het moeilijk is om een vast bedrag te plakken op de vraag: vanaf wanneer kan je zeggen “oké, nu heb ik genoeg vermogen om te beginnen beleggen?”. Dat is iets wat je vooral voor jezelf moet bepalen. Zoals ik ook in het filmpje heb besproken: eerst een voldoende spaarbuffer opbouwen is belangrijk. En zodra je daarna nog overschot hebt, kan je beginnen kijken naar beleggen.
Je hoeft in elk geval geen multimiljonair te zijn om te beleggen. Dat is net het punt: de beurs is vandaag een vrij toegankelijk en democratisch instrument. Met ETF’s en online beleggingsplatformen kan je al starten met relatief kleine bedragen. Niet per se vijf euro, maar bijvoorbeeld enkele tientallen euro’s per maand. Ook met kleinere bedragen kan je dus perfect beginnen beleggen.”
Maakt het uit op welke leeftijd je begint? Stel iemand is 45 en heeft nog nooit belegd, is het dan nog de moeite waard, of zijn de echte voordelen vooral voor wie jong begint?
“Hoe jonger je start, hoe beter, omdat je dan een langere tijdshorizon hebt, en die is cruciaal bij beleggen. Dat heb ik ook in een filmpje uitgelegd. Op korte termijn kunnen markten sterk schommelen, maar hoe langer je beleggingshorizon, hoe meer die schommelingen worden uitgevlakt en hoe dichter je uitkomt bij het langetermijnrendement dat in onderzoek van onder meer Elroy Dimson wordt geschat op gemiddeld ongeveer 6,6% reëel rendement per jaar.
Maar het is zeker niet zo dat 45 te laat is om te beginnen. Dan heb je misschien een kortere horizon, maar beleggen blijft nog altijd zinvol, zolang je voldoende tijd vooropstelt. Reken daarbij toch op minstens tien jaar. Bovendien hoeft die horizon niet te stoppen op je pensioenleeftijd. Je kan ook daarna blijven beleggen, bijvoorbeeld voor je (klein)kinderen of als onderdeel van je nalatenschap.
Belangrijk is vooral om te beseffen dat hoe langer je horizon, hoe sterker het effect van samengestelde groei, en hoe meer tussentijdse schommelingen worden uitgevlakt. Dat blijft de kern.”


