In een groot deel van de Europese Unie krijgen baby’s sinds de coronapandemie minder vaak hun vaccins. Nederland hoort bij de zes landen waar het de laatste jaren voor alle zeven onderzochte vaccins de verkeerde kant op gaat.
Decennialang was vaccineren een Europees succesverhaal. Ziektes als difterie en polio, die vroeger talloze kinderlevens eisten, verdwenen grotendeels uit beeld. Wereldwijd voorkomen vaccins jaarlijks 4 tot 5 miljoen doden.
Maar die bescherming is geen vanzelfsprekendheid. Ze hangt af van hoeveel kinderen hun prikken krijgen. Is dat aandeel hoog genoeg, dan krijgt een ziekte weinig kans om rond te gaan. Zo zijn ook baby’s beschermd die nog te jong zijn voor een vaccin. Dat heet groepsimmuniteit. Bij een erg besmettelijke ziekte als mazelen moet daarvoor zo’n 95 procent van de kinderen ingeënt zijn.
Zeven prikken
Onderzoekers van de Università Cattolica del Sacro Cuore in Rome doken in de cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Unicef. Ze bekeken zeven vaccins die in het eerste levensjaar op de agenda staan. Samen beschermen die tegen negen ziektes: difterie, tetanus, kinkhoest, hepatitis B, polio, mazelen, rodehond, pneumokokken en Hib, een bacterie die bij jonge kinderen hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Voor vijf van die vaccins telde een kind pas als ingeënt na de derde dosis.
Per land en per vaccin volgden de onderzoekers hoe het aandeel ingeënte kinderen veranderde. Met statistische software zochten ze de momenten waarop een lijn een knik maakte.
Lange opmars, recente terugval
Over de hele periode is het beeld positief. Van de 183 combinaties van land en vaccin gingen er 128 vooruit.
Kijk je naar de meest recente jaren, dan komt daar verandering in. Nu gaan er 119 achteruit en maar 64 vooruit. In 16 landen daalt de trend voor minstens vier vaccins. De knik begon meestal tussen 2019 en 2022.
Bij de prikken tegen Hib en polio gaat het in de meeste landen bergaf: in 20 van de 27. Mazelen en rodehond houden beter stand. Tsjechië kende sinds 2022 de scherpste daling, voor bijna alle vaccins.
In 2024 haalden alleen Luxemburg en Portugal minstens 95 procent voor alle zeven vaccins. Roemenië bleef overal onder 80 procent.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Nederland zakt weg, België stokt
Nederland springt eruit. Samen met Bulgarije, Cyprus, Ierland, Roemenië en Zweden is er een dalende trend merkbaar voor alle zeven vaccins. Sinds 2020 neemt het aandeel ingeënte baby’s jaarlijks af met zo’n 1,3 tot 1,9 procent. In 2024 lag de vaccinatiegraad voor alle prikken tussen 88 en 91 procent. Ook sinds 1980 gaat Nederland voor zes van de zeven vaccins achteruit.
België doet het beter. In 2024 kreeg er minstens 96 procent van de kinderen de prikken tegen difterie, tetanus, kinkhoest, polio, hepatitis B, Hib, mazelen en rodehond. Alleen het pneumokokkenvaccin bleef op 94 procent steken. Toch noteert België voor vier vaccins een dalende trend. Dat betekent vooral dat de sterke groei van vroeger is stilgevallen: de cijfers stijgen nauwelijks nog, maar kelderen niet.
Wat de daling veroorzaakt, onderzocht het team niet. De onderzoekers wijzen op uitgestelde zorgafspraken tijdens de pandemie, groeiende twijfel over vaccins door desinformatie en polarisatie, en praktische of financiële drempels. Landen met minstens één verplicht vaccin, zoals België, Frankrijk en Italië, doen het op lange termijn doorgaans beter. Daar kunnen ook culturele en politieke verschillen achter zitten.
Kanttekeningen
De studie toont geen oorzaken. Dat de dalingen samenvallen met de pandemie, bewijst niet dat corona de schuldige is.
De cijfers zijn schattingen op basis van wat landen zelf rapporteren en van enquêtes. Die kunnen de vaccinatiegraad overschatten of later nog bijgesteld worden. Bovendien zijn niet voor elk land even veel gegevens beschikbaar.
Een dalende trend zegt ook niet alles. Zweden gaat voor alle vaccins achteruit, maar zit nog tussen 93 en 96 procent. Omgekeerd blijft een land met een lage vaccinatiegraad kwetsbaar, ook als de trend stabiel is. En het team keek alleen naar het eerste levensjaar. De tweede mazelenprik, cruciaal om die ziekte uit te bannen, zat er niet bij.
Toch zien de onderzoekers de cijfers als een waarschuwingssignaal. Juist in landen die altijd goed scoorden, kan een kleine daling het eerste teken zijn dat de vaccinatiezorg hapert.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Een persoonlijk vaccin tegen kanker: wat laat het nieuwe onderzoek zien? en Oerwoudverhalen en onduidelijkheden rond mRNA-kankervaccin. Of lees dit artikel: Gepersonaliseerd mRNA-vaccin houdt groot deel van melanoom-patiënten minstens vijf jaar kankervrij.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

