Het bewijst hoe belangrijk grazers ook vandaag de dag nog zijn in onze voortdurende strijd tegen vuur.

Tussen de 50.000 en 6.000 jaar geleden verdwenen veel van ’s werelds grootste dieren, waaronder de iconische wolharige mammoet, van de aardbodem. Wat hun ondergang precies inluidde, is al in veel studies tegen het licht gehouden. Maar wat waren eigenlijk de directe gevolgen van het uitsterven van mammoeten en andere kolossale beesten op hun omgeving?

Uitsterven mammoet
Vijf miljoen jaar lang zwierven wolharige mammoeten over de aarde. Totdat ze bijna 4.000 jaar geleden voorgoed verdwenen. Wat hen precies over de kling heeft gejaagd, is al jarenlang onderwerp van een fel debat. Lang werd gedacht dat de vroege mens de hand had in het uitsterven van de harige neven van de olifant. Maar niets blijkt minder waar. Zo brachten onderzoekers onlangs aan het licht dat het toch de schuld is geweest van klimaatverandering. Veranderende neerslagpatronen en de daaropvolgende veranderingen in vegetatie, de oorzaak was van de teloorgang van de wolharige mammoet.

In een nieuwe studie stelden wetenschappers een lijst samen van de uitgestorven grote zoogdieren verspreid over vier continenten. Uit deze gegevens blijkt dat Zuid-Amerika de meeste grazers verloor (83 procent van alle soorten), gevolgd door Noord-Amerika (68 procent). In Australië en Afrika waren de verliezen iets kleiner, respectievelijk 44 procent en 22 procent.

Natuurbranden
Vervolgens legden de onderzoekers deze bevindingen naast gegevens over natuurbranden uit het verre verleden. Informatie daarover ligt opgeslagen in de sedimenten van meren. Met behulp van opgegraven houtskool op 410 wereldwijde locaties, slaagden de onderzoekers erin een overzicht te maken van de natuurbranden die in vervlogen tijden op de vier continenten ten tonele waren verschenen.

Verband
De onderzoekers komen tot een interessante ontdekking. Zo lijkt er een verband te bestaan tussen het uitsterven van onder andere mammoeten, gigantische bizons en prehistorische paarden en het voorkomen van natuurbranden. Het team ontdekte namelijk dat er na hun uitsterven, veel meer natuurbranden ontstonden. Het aantal natuurbranden nam met name toe op de continenten die de meeste grazers waren verloren (Zuid- en Noord-Amerika).

Grasland
Het betekent dat het uitsterven van mammoeten en andere grote grazers waarschijnlijk tot meer natuurbranden leidde. Deze ontstonden met name in graslanden. De onderzoekers vermoeden dat dit komt door de opeenhoping van droog gras, bladeren en hout, die door de teloorgang van grote herbivoren sneller vlam vatten.

Gevolgen
Het betekent dat de verdwijning van gigantische grazers verstrekkende gevolgen had voor de directe omgeving. “Deze uitstervingen hadden overigens een waterval van gevolgen,” zegt onderzoeker Allison Karp. Zo is bekend dat de verdwijning van grote zoogdieren een grote impact had op het gehele ecosysteem. Niet alleen werden bijvoorbeeld roofdieren van hun maaltje beroofd, ook vruchtdragende bomen die ooit afhankelijk waren van herbivoren voor hun verspreiding, hadden het ineens moeilijk.

Andere uitstervingen
Overigens waren mammoeten, bizons en paarden niet de enige slachtoffers. Rond dezelfde periode stierven namelijk ook enkele andere reusachtige dieren uit, waaronder de mastodont (een zeer grote slurfdier), de diprotodon (het grootste buideldier dat ooit leefde) en gigantische luiaards. Deze verorberden met name struiken en bomen in beboste gebieden. Toch blijkt uit de studie dat hun onverhoopte ondergang opvallend genoeg niet per se tot meer natuurbranden in deze bossen leidde.

Dat het verlies van grazende soorten een dramatische toename in het aantal natuurbranden veroorzaakte, is volgens onderzoekers een belangrijke les. Zo zouden we de rol van hedendaagse grazers in onze voortdurende strijd tegen natuurbranden als gevolg van klimaatverandering, niet moeten vergeten. “Onze studie laat zien hoe belangrijk grazers kunnen zijn in de mate waarin natuurbranden voorkomen,” aldus onderzoeker Carla Staver. “We moeten goed op deze interacties letten als we nauwkeurigere voorspellingen willen maken van toekomstige natuurbranden.”