Gewapend met onder meer een zeef en een emmer water hebben wetenschappers in kalksteengrotten in Vietnam en Laos twee opmerkelijke slakkensoorten ontdekt.

Wie het blad Contributions to Zoology openslaat en zich buigt over de nieuwste aanwinsten in de wereld der microslakken, is wellicht niet direct onder de indruk. Want de twee nieuwe soorten die het internationale team van onderzoekers – waaronder ook enkele Nederlanders – presenteert, lijken zo op het eerste gezicht sterk op de huisjesslakken die we in tuinen en plantsoenen aantreffen. Maar schijn bedriegt, zo verraadt het schaalgetal op de afbeeldingen. Want deze slakken zijn piepklein. Eén ervan gaat zelfs de boeken in als de kleinste landslak die onderzoekers tot op heden beschreven hebben.

De kleinste
Het kleinste exemplaar – Angustopila psammion genaamd – heeft een slakkenhuisje van ongeveer 0,5 millimeter groot. “Dat huisje is ietsje breder dan hoog en wit en bruinig van kleur,” zo vertelt Menno Schilthuizen, één van de ontdekkers en als evolutiebioloog verbonden aan het Naturalis Biodiversity Center in Leiden.

Angustopila psammion. Afbeelding: Contributions to Zoology 2022; 10.1163/18759866-bja10025.

Alleen het huisje
Naar het uiterlijk van de bewoner van dit piepkleine slakkenhuisje kunnen Schilthuizen en collega’s opvallend genoeg alleen maar gissen. “We hebben enkel de huisjes teruggevonden,” zo vertelt de bioloog aan Scientias.nl. “Dat is vaak zo met micro-slakjes en heeft alles te maken met de manier waarop we deze slakjes opsporen. We schrapen wat aarde weg of – zoals in dit geval – wat gruis uit een spleet in een kalksteengrot, zeven dat en gooien het zeefsel vervolgens in een emmer met water en kijken wat er blijft drijven. Omdat onbewoonde slakkenhuisjes gevuld zijn met een luchtbel, blijven deze drijven en zo hebben we ook A. psammion ontdekt.” Na de ontdekking van deze nieuwe soort, hebben de wetenschappers ook nog wel even de wanden van de grot afgespeurd, in de hoop een levend exemplaar te treffen. Maar zonder resultaat. “We denken dan ook dat ze ondergronds leven.” De teruggevonden slakkenhuisjes zijn mogelijk – samen met sedimenten – weggespoeld en zo uiteindelijk beland in de spleet van de kalksteengrot waarin de onderzoekers deze hebben teruggevonden.

Onbeantwoorde vragen
Het feit dat de onderzoekers alleen de woning van de microslakken hebben gevonden, weerhoudt ze er duidelijk niet van om de nieuwe soort te beschrijven en presenteren. “Het is bij landslakken heel gebruikelijk om dat op basis van slakkenhuisjes te doen,” legt Schilthuizen uit. “De hele taxonomie is in de slakkenkunde eigenlijk gebaseerd op de huisjes in plaats van op de beestjes zelf. Het is voor buitenstaanders soms wel een beetje raar, zo’n wetenschap die volledig gebaseerd is op een afscheidingsproduct, maar in de slakkenkunde is dat traditie. En het is ook goed mogelijk om nieuwe soorten aan de hand van het huisje alleen te beschrijven, omdat de huisjes vaak veel duidelijke soortkenmerken hebben.” Anderzijds betekent het echter wel dat veel vragen onbeantwoord blijven. “We weten weinig over hoe het beestje eruitziet,” erkent Schilthuizen. “We weten bijvoorbeeld niet of het beestje ook kleurpatronen heeft of hoe de geslachtsorganen eruit zien.”

Klein, maar fijn
Wat de onderzoekers wél weten, is dat het beestje piepklein moet zijn om in zijn microhuisje te passen. Zo’n geringe omvang heeft ongetwijfeld evolutionaire voordelen. Zo stelt het de microslakjes in staat om in ruimtes te kruipen die voor net of veel grotere slakken ontoegankelijk zijn. Zo creëren ze middels hun geringe omvang een niche waarin ze kunnen floreren. Maar miniaturisatie – het proces van steeds kleiner worden dat uiteindelijk onder meer geresulteerd heeft in de piepkleine A. psammion – kent wel grenzen. Dat wil zeggen: een slak kan niet alsmaar kleiner worden; het houdt een keertje op. “Als je erg klein wordt, stuit je op fysiologische problemen,” stelt Schilthuizen. In het geval van slakken is uitdroging er daar waarschijnlijk één van. “Bij slakken verloopt de verdamping van vocht via het oppervlak. En hoe kleiner de slakken worden, hoe groter dat oppervlak ten opzichte van de inhoud wordt en hoe groter dus ook de kans op uitdroging. Dat is ook de reden dat we wel heel kleine huisjesslakken kennen, maar geen micro-naaktslakken; zonder beschermend huisje zijn piepkleine slakjes gedoemd om uit te drogen.” En zo zijn er nog meer fysiologische beperkingen die voorkomen dat slakken steeds kleiner worden. “Zo moeten ze ook wel in staat blijven om een ei te produceren – dat gebeurt bovenin het huisje – en dat ei moet er vervolgens ook nog uit kunnen. En omdat in dat ei ook al het begin van een slakkenhuisje zit, kan dat ei ook niet eindeloos kleiner worden.” Het brengt ons automatisch bij de fascinerende vraag of er nog wel veel kleinere landslakjes dan A. psammion bestaan. “Dat is natuurlijk nooit helemaal uit te sluiten.” Maar wat opvalt, is dat veel recent ontdekte microslakken qua formaat tegen A. psammion aanschurken. Het suggereert voorzichtig dat we in ieder geval als het om landslakken gaat, zo langzamerhand toch wel de grenzen van miniaturisatie naderen.

De landslakjes mogen dan klein zijn; ze redden zich duidelijk prima. “Dit is waarschijnlijk geen zeldzame soort. We hebben A. psammion in grote aantallen in onze monsters teruggevonden. En dat suggereert dat ze – ondanks dat we ze niet zien – toch heel algemeen voorkomen.”

Nog een nieuwkomer
Naast A. psammion presenteren Schilthuizen en collega’s in hun onderzoeksartikel nóg een nieuwe microslak: Angustopila coprologos. “Deze ziet er ongeveer hetzelfde uit, maar is wel ietsje groter. Daarnaast heeft A. coprologos allemaal scherpe ribbels op zijn huisje die versierd zijn met korreltjes.” Die korreltjes zijn door de slak in een regelmatig patroon op hun huisje bevestigd. “En het lijkt te gaan om uitwerpselen. Niemand weet waarom A. coprologos dat doet.” Er zijn wel meer slakken bekend die hun huisjes met afval bedekken. “En zij lijken dat te doen om zichzelf te camoufleren.” Dus wie weet is dat ook de reden dat A. coprologos het huisje zorgvuldig met uitwerpselen bedekt.

Angustopila coprologos versiert zijn huisje met korreltjes; vermoedelijk uitwerpselen. Afbeelding: Contributions to Zoology 2022; 10.1163/18759866-bja10025.

Met de ontdekking van de twee nieuwe soorten is het microslakkenbestand weer een beetje uitgebreid. “Dat blijft een fijn gevoel,” stelt Schilthuizen, die al meer slakkensoorten ontdekte. “Je vult zo toch gaten in de burgerlijke stand van de biodiversiteit op.” Dat er nog veel gaatjes zijn, staat voor Schilthuizen vast. “Ik denk dat we wereldwijd gezien nog niet eens de helft van de microslakken kennen. Dat komt natuurlijk ook doordat de beestjes zich traag en dus nauwelijks verplaatsen. Er zijn soorten bij die slechts voorkomen in een gebied dat enkele vierkante meters groot is en daar ter plekke geëvolueerd zijn. Voor we op al die plekken zijn geweest, zijn we weer heel wat jaren verder.”