Twaalfjarigen met een smartphone hebben vaker symptomen van een eetstoornis

Twaalfjarigen met een eigen smartphone hebben vaker symptomen van een eetstoornis dan leeftijdsgenoten zonder. Twee jaar later is dat verschil er nog steeds. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek bij bijna 9.000 jongeren.

Kinderarts Jason Nagata (University of California, San Francisco) en zijn collega’s gebruikten gegevens van een grote Amerikaanse studie die duizenden kinderen volgt terwijl ze opgroeien. Ouders gaven aan of hun kind op zijn twaalfde een eigen smartphone had. Dat was bij 7 op de 10 kinderen het geval. De jongeren beantwoordden zelf, op hun twaalfde en op hun veertiende, vragen over hun eetgedrag.
Vier signalen

De onderzoekers keken naar vier signalen. Het eerste zijn eetbuien, dat wil zeggen in korte tijd veel eten, met het gevoel de controle kwijt te zijn. Het tweede is gedrag om aankomen te compenseren, bijvoorbeeld overmatig sporten. Daarnaast zijn er zorgen over gewichtstoename en tot slot een gevoel van eigenwaarde dat sterk afhangt van wat de weegschaal zegt.

Op hun twaalfde hadden kinderen met een eigen smartphone 61 procent vaker last van eetbuien. Ze koppelden hun eigenwaarde ruim twee keer zo vaak aan hun gewicht. De kans op minstens één symptoom lag ruim een derde hoger.

Ook twee jaar later

Twee jaar later tekende hetzelfde patroon zich af. Daarbij hielden de onderzoekers rekening met klachten die er op twaalfjarige leeftijd al waren. Wie op zijn twaalfde een smartphone had, had op zijn veertiende twee derde meer kans op eetbuien en de helft meer kans op compenserend gedrag. De kans om eigenwaarde aan gewicht te koppelen was dubbel zo groot.

De onderzoekers corrigeerden voor een lange lijst factoren, zoals inkomen en opleiding van de ouders, lichaamsgewicht, het stadium van de puberteit, depressieve klachten en hoe goed ouders meekijken. Ook het bezit van een tablet, laptop of smartwatch werd in dit onderzoek meegenomen. Zo wilden ze het effect van de smartphone zelf zo goed mogelijk isoleren. Meisjes met een smartphone maakten zich op hun twaalfde meer zorgen over aankomen dan jongens.

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Waarom juist de smartphone?

Het onderzoek toont niet aan hoe het verband werkt. De auteurs schetsen wel enkele mogelijke pistes. Jongeren in de vroege puberteit zijn extra gevoelig voor de mening van leeftijdsgenoten. Via hun telefoon zien ze voortdurend geïdealiseerde lichamen. Een eigen toestel geeft bovendien ongestoorde toegang tot online groepen die eetstoornissen verheerlijken. Ook nachtelijk telefoongebruik kan meespelen: slaaptekort verstoort het gevoel van honger en verzadiging. En wie online iets stressvols ziet, kan eten gaan gebruiken om die spanning weg te werken.

En in Nederland?

In Nederland ligt het smartphonebezit veel hoger dan in de Amerikaanse groep. Volgens het Nederlands Jeugdinstituut heeft 16 procent van de zevenjarigen een eigen mobiele telefoon; bij twaalfjarigen is dat 97 procent. Het kabinet raadt ouders sinds 2025 aan om met een eerste smartphone te wachten tot groep 8, en met sociale media zoals Instagram en TikTok tot 15 jaar.

Ook eetstoornissen bij jonge kinderen nemen hier toe. Op basis van gegevens van huisartsenpraktijken steeg het aantal nieuwe gevallen van anorexia bij 10- tot 14-jarigen van 8,6 naar 38,6 per 100.000 per jaar, terwijl het totaal over alle leeftijden gelijk bleef.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"Smartphone Ownership and Eating Disorder Symptoms in Early Adolescence" -
Afbeelding bovenaan dit artikel: Daria Nepriakhina / Unsplash

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd