Wordt het 42 graden volgende week of blijft het kwik steken op een ‘schamele’ graad of 25. Niet vaak zijn de weermodellen het zo oneens. Waarom meten ze ineens zulke verschillende temperaturen?

Samsung of iPhone
Het Amerikaanse weermodel komt bij meerdere berekeningen voor begin volgende week tot temperaturen van boven de 40 graden, terwijl de Europese berekeningen het bij veel lagere temperaturen houden van rond de 25 tot 30 graden. Meteoroloog Peter Kuipers Munneke legt uit aan Scientias.nl: “Een verklaring voor de verschillen tussen de modellen zit hem erin dat bepaalde processen in zo’n model net iets anders worden uitgerekend en dat beide modellen bovendien een andere resolutie hebben, bijvoorbeeld wat betreft het ontstaan en oplossen van bewolking en het verdampen van vocht. Op de wat langere termijn werkt dat onzekerheid in de verwachtingen in de hand. Vergelijk het met een Samsung en een iPhone. Je kunt met beide toestellen een foto maken, maar de ene foto is scherper dan de andere en door andere keuzes voor lenzen kunnen de verhoudingen en de kleuren een net iets andere foto opleveren.”

Kleine verschuivingen, grote schommelingen
Het zijn deze kleine verschillen die soms tot grote temperatuurschommelingen leiden. Een weermodel bestaat naast een hoofdberekening uit een vijftigtal metingen van kleine verschuivingen (de zogeheten pluimverwachting, zie kader). Juist in enkele van díé metingen komt het Amerikaanse model tot de recordtemperaturen. Dat de modellen zulke verschillende conclusies trekken, betekent niet dat ze niet betrouwbaar zijn. Kuipers Munneke: “Weermodellen zijn in de afgelopen decennia enorm veel beter geworden. Voor de korte termijn van een tot drie dagen zijn ze zeer betrouwbaar. Voor de middellange termijn van drie tot acht dagen zijn de modellen in de afgelopen tien jaar heel goed geworden in aan te geven hoe zeker de verwachting is. En dat zien we dan ook in de huidige situatie: de verwachting voor het weekend en de dagen erna (zes tot negen dagen vooruit) is erg onzeker.”

Weersvoorspelling. Bron: KNMI

Klimaatverandering
Hoe onzeker een voorspelling is hangt ook af van het weertype en de luchtstromen die verwacht worden. “De belangrijkste reden voor de onzekerheid is dat er warme en koelere lucht vlak bij elkaar komen te liggen”, verklaart de weerman van de NOS. “Voor Frankrijk kunnen we er zeker van zijn dat het warm wordt dit weekend en voor Denemarken zal het koeler blijven. Maar waar de precieze begrenzing ligt is een kwestie van een paar honderd kilometer en dat is op de termijn van een week vooruit eigenlijk een detail. Met grote gevolgen voor de verwachting.”

De opwarming van de aarde heeft overigens geen effect op de betrouwbaarheid van weersvoorspellingen. “De betrouwbaarheid van de weermodellen wordt nog steeds beter in de tijd en je kunt rustig stellen dat de verbeteringen door meer rekenkracht en betere formules sneller gaan dan dat de onvoorspelbaarheid van de atmosfeer zelf toeneemt.”

De pluim
Als het over de weersvoorspelling voor de langere termijn gaat, komt al snel de pluim ter sprake. Het KNMI berekent deze pluimverwachting aan de hand van het Ensemble Prediction System (EPS). De naam pluim verwijst naar de lijntjes in de grafiek die door hun variatie ietwat lijken op een rookpluim. Als de rookpluim ver uitwaaiert zijn de verschillen tussen de berekeningen groot en dus de onzekerheid van de voorspelling ook. Stel dat er twee berekeningen uitkomen op een temperatuur van 42 graden dan betekent dat, dat de kans daarop ongeveer 5 procent is.

Om tot een weersvoorspelling te komen, wordt de hoofdberekening van het ECMF (het Europese weermodel) gebruikt, de zogenaamde operationele verwachting, aangevuld met 51 verwachtingen van een lagere resolutie. Daarbij wordt steeds gerekend met een kleine variatie van de uitgangssituatie. Zo worden de onzekerheden van het weer gesimuleerd. Denk aan een iets andere luchtdruk of temperatuur. Elk van die in totaal 52 berekeningen komt met zijn eigen voorspelling op het gebied van temperatuur, neerslag, luchtdruk en wind. De berekeningen worden iedere twaalf uur uitgevoerd. Zo ontstaat een continu geüpdatet weerbeeld, inclusief onzekerheden.

Want hoe geavanceerd de weermodellen ook zijn: nog steeds blijft het lastig om het weer meer dan een week vooruit te voorspellen.