Ze wogen soms nog geen anderhalve kilo en kwamen maanden te vroeg ter wereld. Decennia later blijkt: de meeste van deze te vroeg geboren baby’s groeien op tot volwassenen met een stabiel en tevreden leven. Ongeveer een op de vijf loopt vast op werk, liefde of vriendschapsgebied. Een uniek 34 jaar durend onderzoek legt bloot wat daarbij precies de doorslag geeft.
De Bavarian Longitudinal Study, geleid door hoogleraar Dieter Wolke van de Engelse University of Warwick, volgde 416 volwassenen vanaf hun geboorte medio jaren tachtig tot hun 34ste levensjaar. Van hen werden er 214 zeer vroeg geboren (voor de 32ste week van de zwangerschap) en/of met een zeer laag geboortegewicht (minder dan 1,5 kilo). Daarmee is het een van de langstlopende en belangrijkste studies van dit type ter wereld.
Drie patronen
Aan de hand van uitgebreide interviews over onder meer risicogedrag, financiën en relaties met ouders, partners en vrienden, ontdekten de onderzoekers drie duidelijk te onderscheiden patronen in hoe deelnemers als volwassene functioneerden: optimaal functionerend (voldragen geboren: 74%, te vroeg geboren: 56%): het gaat op alle fronten goed. Gemiddeld functionerend (voldragen: 24%, te vroeg geboren: 26%): over het algemeen goed, maar met moeite in de liefde en minder financieel succes. Laag economisch en sociaal functionerend (voldragen: 1,5%; te vroeg geboren: 18%): worstelen met geld, vriendschappen en relaties.
“Onze cijfers laten zien dat ruim de helft van de mensen die zeer vroeg geboren zijn of een zeer laag geboortegewicht hadden, op alle fronten optimaal functioneert”, vertelt hoofdonderzoeker Elif Gönen van de University of Warwick. “Circa 18 procent scoort lager, tegenover slechts 1,5 procent van de voldragen geborenen. De mensen in die laag functionerende groep beoordeelden hun levenstevredenheid duidelijk lager dan personen in de andere groepen.”
IQ op je achtste
Het team ging op zoek naar een verklaring voor deze verschillen in de volwassenheid en nam tal van factoren uit de kindertijd onder de loep: te vroeg geboren zijn op zich, geslacht, zelfbeheersing, opvoedingsstijl, vriendschappen op de basisschool, gezinsinkomen en -achtergrond, de sfeer thuis en de relatie tussen de ouders. Los van elkaar bleken verschillende factoren van invloed, zoals op tijd geboren zijn, de inzet die een kind toonde bij taken en een positieve opvoeding. Maar toen alle factoren tegelijk werden meegewogen, bleef er maar één stevige, onafhankelijke voorspeller over: het IQ op achtjarige leeftijd.
Een stijging van 15 IQ-punten – ongeveer het verschil dat gemiddeld wordt gezien tussen te vroeg en op tijd geboren kinderen – bleek gekoppeld aan een 79 procent lagere kans op een zwak economisch en sociaal functioneren als volwassene.
Niet in beton gegoten
“Decennialang was de vraag die we het vaakst kregen of kinderen die zeer vroeg geboren zijn, voorbestemd zijn om hun leven lang te blijven worstelen”, zegt hoogleraar Dieter Wolke. “Dit onderzoek geeft daar een hoopvol en genuanceerd antwoord op. De meeste mensen die zeer vroeg geboren zijn, redden zich prima op dertigjarige leeftijd: ze bouwen een carrière op, gaan relaties aan en sluiten vriendschappen, net als ieder ander. Maar er is ook een flinke groep die blijft worstelen en die vertelt ons dat hun leven zwaar aanvoelt en weinig voldoening geeft.”
Hij vervolgt: “Opvallend is dat de rode draad door dit hele verhaal de cognitieve vaardigheden uit de kindertijd zijn en die liggen niet vast. Ze reageren juist op de omgeving waarin een kind opgroeit. Het vroeg stimuleren van denk- en leervaardigheden, via een positieve opvoeding en goed onderwijs, kan decennia later echt het verschil maken in hoe iemands leven zich ontvouwt.”
Waarom dit ertoe doet
Doordat de overlevingskansen van zeer vroeg geboren baby’s en baby’s met een zeer laag geboortegewicht inmiddels rond de 95 procent liggen, bereiken steeds meer mensen die vroeger de babytijd misschien niet hadden overleefd, nu de volwassenheid. Het is dan ook steeds belangrijker voor de volksgezondheid om te begrijpen wat deze groep helpt om te floreren.
De uitkomsten maken duidelijk dat het niet alleen zou moeten gaan om het beperken van de risico’s die bij een vroeggeboorte horen. Investeren in de vroege cognitieve ontwikkeling via ondersteuning voor ouders en interventies op school, levert langdurige voordelen op. Dit geldt voor alle kinderen, maar zeker ook voor te vroeg geboren kinderen.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


